Een nep-oplichter achter het bord

Een klassiek boek voor liefhebbers van computermisdaad en casinospelen is The Eudaemonic Pie van Thomas A. Bass. De taart van gelukzaligheid. Zoete beloning voor wie de bank kan laten springen. Het team waar Bass deel van uitmaakte, de Eudaemons noemden ze zich, had een systeem om de bank te laten springen bij het roulettespel. Geen wiskundig systeem, zoals onnozele bijgelovigen ze bij duizenden vergeefs hebben toegepast, maar een systeem dat gebaseerd was op de natuurkundige bewegingswetten waaraan het rouletteballetje gehoorzaamt. In principe kan het nummer waar het balletje op terecht komt voorspeld worden, net zoals een generaal kan voorspellen waar zijn raket neerkomt.

Daar gaan we, de bouleur gooit het balletje op het wiel. De plaats waar het valt geeft informatie over de plaats waar het tenslotte tot stilstand zal komen. De snelheid van de bal is belangrijk. Die kan bepaald worden door bijvoorbeeld te kijken waar de bal zich bevindt na één omloop. Nog steeds mag dan door de speler worden ingezet. Ieder roulettewiel moet als een uniek individu bestudeerd worden. De wrijvingsweerstand en de helling van het baanvlak waar het balletje op rolt, kunnen bepaald worden uit de gegevens die de vorige worpen opleverden. Om uit al deze gegevens, binnen de paar seconden dat er nog ingezet mag worden terwijl de bal al in beweging is, het nummer uit te rekenen dat uit zal komen, is een computer nodig. Maar wie zich met een computer bij de roulettetafel meldt is niet welkom en zal snel uit het casino verwijderd worden. De microcomputers van de Eudaemons zaten in hun schoenen verborgen en werden bediend met hun tenen. De computer gaf de informatie waar het om begonnen was, het juiste nummer, door klopsignalen die ook met de tenen werden opgevangen. Nu denkt u misschien dat het boek van Bass een fictie-boek is, maar dan vergist u zich, het is allemaal echt. Jaren van oefening waren nodig geweest om dit systeem onder de knie te krijgen.

Het systeem van Bass en zijn vrienden werkte, maar het werkte niet perfect. Soms faalde de techniek en brandden hun schoenen door. Casinopersoneel in Las Vegas is zeer oplettend en bijzonder onvriendelijk tegen dit soort technische vernieuwers. De Eudaemons deden het soms in hun broek van angst. Aan het eind van het boek wordt de groep zonder groot batig saldo opgeheven, al houden de leden vast aan het idee dat ze het later met modernere techniek nog eens zullen proberen.

Dit alles speelt in de prehistorie. Het boek van Bass kwam in 1985 uit. De experimenten van de Eudaemons speelden zich af in de jaren zeventig. Het heeft lang geduurd, maar het kon niet uitblijven dat iemand iets dergelijks ook bij het schaken zou proberen.

In het laatste nummer van Schachwoche staat een verhaal over een deelnemer aan het World Open in Philadelphia die zich inschreef onder de naam John von Neumann. Die naam had argwaan kunnen wekken. De beroemde Hongaars-Amerikaanse wiskundige John von Neumann was een van de pioniers van de speltheorie en de computerwetenschap. Het uiterlijk en het gedrag van de "John von Neumann' in het World Open wekte verbazing. Wilde haren, vreemde omgangsvormen, voortdurend opstaan en weer gaan zitten, onleesbaar notatieformulier. Hij verschoof zijn stukken op de manier van iemand die grote moeite met de spelregels heeft en voor volstrekt vanzelfsprekende zetten gebruikte hij soms zeeën van tijd. De IJslandse grootmeester Helgi Olafsson, die in de tweede ronde tegen hem speelde, zei dat het duidelijk was dat hij een volstrekte beginner was. Een beginner die bovendien sterk de indruk wekte onder de invloed van drugs te staan. Niettemin verliep de partij zo:

Wit John von Neumann - zwart Olafsson

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lc1-g5 e7-e6 7. f2-f4 b7-b5 8. e4-e5 d6xe5 9. f4xe5 Dd8-c7 10. e5xf6 Dc7-e5+ 11. Pd4-e2 De5xg5 12. Pc3-e4 Dg5-h4+ 13. Pe2-g3 g7xf6 14. Dd1-d4 Ke8-e7 15. Dd4-c5+ Ke7-d8 16. Dc5-b6+ Kd8-e8 17. Db6-d4 Ke8-e7 18. Dd4-c5+ Ke7-d8 19. Dc5-b6+ Kd8-e8 20. Db6-d4 Ke8-e7 21. Dd4-c5+

Zie diagram.

Remise.

Niet gek voor een beginner. Maar soms haperde het systeem en in de vierde ronde gebeurde dit:

Wit John von Neumann - zwart Shapiro.

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. d2-d4 e5xd4 4. e4-e5 Pg8-e7 5. Lf1-e2 Pe7-f5 6. 0-0 Lf8-e7 7. Pb1-d2 0-0 8. Pd2-b3 d7-d6 9. e5xd6 Dd8xd6 en hier overschreed wit de tijd!

John von Neumann haalde 4 uit 8 en won de prijs voor de beste speler zonder rating, 800 dollar. Toernooiorganisator Bill Goichberg had echter argwaan gekregen en wenste de prijs pas uit te keren nadat John als test van zijn speelsterkte een eenvoudige schaakopgave zou hebben opgelost. Dat weigerde hij. Heinz Wirthensohn, de verslaggever van Schachwoche, wist hem vreemd genoeg wel over te halen om een snelschaakpartij te spelen tegen een ervaren speler. Al na een paar zetten bleek dat John wel de regels kende, maar verder nauwelijks schaken kon.

Hoe zijn systeem precies werkte wordt uit het verslag niet helemaal duidelijk. Hij droeg een walkman tijdens zijn partijen en er wordt gesproken over sensoren die hij op zijn lichaam had verstopt. Dat geeft de indruk dat het ongeveer ging zoals bij de groep van Bass. Maar dan wel op een bijzonder primitieve manier. Een walkman, dat is wel om moeilijkheden vragen. Die John von Neumann is eigenlijk maar een nep-oplichter. De leider van de Eudaemons oefende vijf jaar om de samenspraak tussen grote teen en computer volledig te beheersen. John von Neumann maakte zich er makkelijk vanaf en dacht zeker dat je schakers, in tegenstelling tot casinopersoneel, alles wijs kunt maken. Als het nog een keer gebeurt, zal het beter moeten. Misschien moet de computer met een kleine naald de juiste zetten op de rug van de pseudo-schaker inprikken, ongeveer zoals in het verhaal In de strafkolonie van Kafka.

Het is wel zeker dat het nog een keer zal gebeuren. John von Neumann kreeg zijn 800 dollar niet, maar door de naam die hij koos en de opzichtige walkman moest hij wel door de mand vallen. Hij kan een verkenner zijn geweest voor een groep schaakcriminelen, of misschien diende hij alleen maar om de aandacht af te leiden van een maat, die op een minder opvallende manier een veel hogere prijs won. Toevallig komt in het laatste nummer van Inside Chess, in een interview met Ljubojevic (die toen nog niet van John von Neumann kon weten), het onderwerp ook ter sprake. Ljubojevic zegt: ""Waar ik bang voor ben is dat zo'n machine als een geheime adviseur gebruikt zou kunnen worden, een microprocessor in je oor, die zetten fluistert tijdens de partij. Dan zou Fischers idee van veiligheidscontrole voor de spelers, zoals op een vliegveld, de oplossing kunnen zijn.''

Wat we moeten bedenken, is dat we over dit soort trucs alleen lezen als ze mislukken, of zoals bij de Eudaemons van Bass, als de opbrengst nauwelijks opweegt tegen de investeringen die moeten worden gedaan. Als alles perfect verloopt horen we er niets van. Bijna twintig jaar na de eerste experimenten van de Eudaemons kan je toch iets geavanceerders verwachten dan deze "John von Neumann'. En nu ik er over nadenk, die Barua bijvoorbeeld, dat was toch altijd een heel gewone huis- tuin- en keukengrootmeester, niet te vergelijken met zijn begaafde landgenoot Anand? Wat deed Barua na tien ronden in Biel op de vierde plaats, gelijk met mensen als Kramnik en Sjirov, een half punt boven Anand? En Timman, waarom speelt die de laatste tijd zo slecht? Zijn zijn schoenen soms doorgebrand?