De SGP en de grondwet

ARTIKEL 1 van de Grondwet verbiedt discriminatie, onder meer op grond van geslacht. Dit fundamentele verbod is gebeiteld in een gedenkbank op het plein voor het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Daar lopen ook dagelijks de afgevaardigen van de Staatkundig Gereformeerde Partij langs, de partij die door haar hoofdbestuur wordt opgeroepen vrouwen het lidmaatschap van de SGP te ontzeggen.

Het is in de eerste plaats natuurlijk contraproduktief om de betere helft van de mensheid te weren. De besluitvorming binnen de partij geeft ook al niet blijk van overtuigingskracht: in het begin van de jaren tachtig zijn vrouwen tot de SGP toegelaten en nu moeten ze er weer uit. Maar dit moet de SGP zelf weten. Strijdigheid met de Grondwet is van een andere orde.

De vrijheid om een vereniging besloten te houden, is erkend in de algemene Wet gelijke behandeling die het afgelopen parlementaire jaar - overigens na het nodige gesputter door de kleine confessionele partijen en het CDA - door de Tweede Kamer werd aangenomen. Mensen hebben recht op een eigen club. Een politieke partij is echter “just not clubby enough”, zoals dat in de Verenigde Staten is uitgedrukt toen daar de Rotaryclub door de rechter voor vrouwen werd opengebroken. Dat gebeurde op grond van de maatschappelijke en publieke betekenis die het lidmaatschap van deze organisatie heeft.

EEN DERGELIJKE betekenis dient zeker te worden gehecht aan het lidmaatschap van een politieke partij. Het gaat de besognes van een besloten club te boven wanneer de vijf parlementszetels die de SGP in de Tweede en Eerste Kamer bezet, op voorhand geblokkeerd zijn voor vrouwen. Het ontzeggen van “het regeerambt” aan vrouwen zoals het hoofdbestuur van de SGP dat wil, is niet alleen onheus jegens koningin Beatrix, maar in strijd met een dragend beginsel van onze constitutie. De Grondwet verbiedt niet alleen discriminatie, hij bepaalt uitdrukkelijk dat alle Nederlanders “gelijkelijk” verkiesbaar zijn. Dat geldt ook voor SGP-leden.

Wanneer het voorstel van het hoofdbestuur later dit jaar door de partij formeel zou worden aangenomen, komen voor een passende reactie verscheidene rechtsgangen in aanmerking.

Ze variëren van gerechtelijke actie door geweigerde vrouwen, een strafzaak op grond van de nieuwe anti-discriminatiebepalingen in het wetboek van strafrecht tot zelfs een vordering tot ontbinding van de partij. Het is verre te prefereren dat de huishoudelijke vergadering die in september over het voorstel beslist, zich bewust is van haar verantwoordelijkheid jegens een constitutie waaraan ook de Kamerleden van de SGP trouw zweren.