Claim van 15 miljoen in smeergeldschandaal

DEN HAAG, 31 JULI. De 46-jarige Nederlander J. van der B. die verdacht wordt van het betalen van smeergelden aan invloedrijke Surinamers en van handel in cocane, dreigt Justitie met een schadeclaim van vijftien miljoen gulden.

Van der B. en zijn partner Van der R. hebben volgens de Fiod in Haarlem ruim negen miljoen gulden smeergeld betaald aan Surinamers om contracten in de wacht te slepen voor levering van levensmiddelen en cement.

Van der B. baseert zijn miljoenenclaim op het feit dat zaken doen met Suriname voor hem in ieder geval voorlopig niet meer mogelijk is nu Justitie een gerechtelijk vooronderzoek tegen hem is begonnen. “Vooral de beschuldiging dat ik tot een organisatie behoor die in cocane handelt, pik ik niet. Het enige dat Justitie me kan aanwrijven is dat ik commissie heb betaald aan Surinamers, maar dat heb ik ook nooit verzwegen voor de fiscus”, aldus Van der B., die van de belastingdienst de afgelopen jaren toestemming kreeg smeergeld voor Suriname als aftrekbare kosten op te voeren.

Gisteren maakte de Haagse politie bekend opnieuw twee aanhoudingen te hebben verricht in de smeergeldzaak. Het gaat om de 37-jarige F.B uit Amsterdam en 39-jarige A.S. uit Leidschendam. B. en S. zouden tussenpersoon zijn geweest. Ze worden verdacht van het voeren van onderhandelingen met Surinamers en het maken van afspraken over de hoogte van de smeergelden. Ook namen ze dat in ontvangst en betaalden het uit.

Het openbaar ministerie in Den Haag liet gisteren weten dat ze de verdenking handhaaft tegenover de voormalige directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij Mungra, dat hij niet alleen smeergeld heeft ontvangen maar ook in cocane heeft gehandeld. Het OM negeert het verzoek van Mungra's advocaat, A. Moszkowicz, die justitie tot gisteren de tijd had gegeven de verdenking van drugshandel in te trekken omdat die “elke grond” zou missen en schadelijk is voor Mungra's reputatie.

Woordvoerder Timmerman van het OM zegt dat het gerechtelijk vooronderzoek dat tegen Mungra loopt “zal moeten uitwijzen of de verdenking van cocanehandel gegrond is”. Het OM acht zich ook niet aansprakelijk voor de eventuele schade omdat “voor zover wij weten het OM geen informatie over het onderzoek naar Mungra naar buiten heeft gebracht”.

Moszkowicz kondigt aan juridische stappen tegen het Haagse openbaar ministerie te ondernemen. Hij overweegt via een kort geding Justitie te dwingen Mungra van elke blaam aangaande drugshandel te zuiveren.