Berooide Kroaten op de vlucht in Bosnië-Herzegovina; "We leefden vroeger zo rijk'

TOMISLAVGRAD, 31 JULI. In een hoekje van het voetbalveld zit een geschokt Kroatisch gezin in de schaduw van een boom - in hun zondagse kleren, zoals de meeste vluchtelingen. Zij kijken hoe andere vluchtelingen in een bus worden geladen, op weg naar andere plaatsjes in het door de Kroaten gecontroleerde deel van Bosnië-Herzegovina. Zelf hopen ze naar de Kroatische havenstad Split te kunnen gaan, ze weten kennelijk nog niet dat de Kroatische politie hen straks onverbiddelijk terug zal sturen.

Voorlopig zijn ze, in de drukkende hitte, opgelucht dat zij als katholieken - Kroaten heet dat tot hun verwondering nu in de ideologische dynamiek van de Bosnische burgeroorlog - het vege lijf hebben weten te redden tijdens de opmars van moslim-troepen in en om de stad Bugojno.

Zevenduizend mensen hebben, volgens Kroatische media, Bugojno inmiddels verlaten, op de vlucht voor moslim-troepen die bloeddorstig en fundamentalistisch gestemd heten te zijn. De vluchtelingen zijn door Servisch territorium, waar ze op grond van een Servisch-Kroatische overeenkomst veelal van water en soms van transport zijn voorzien, op de Servisch-Kroatische demarcatielijn tussen Kupres en Tomislavgrad beland, en worden nu door de autoriteiten over diverse plaatsen verspreid.

“Wie had dat ooit kunnen denken”, zegt een vrouw terwijl tranen haar in de ogen springen. “We leefden zo rijk en nu hebben we nog maar deze twee tassen.” Allen denken dat de verdrijving uit Bugojno, waar tot voor kort net als in de meeste Centraalbosnische steden geen enkel probleem bestond tussen katholieken en moslims, voor altijd zal zijn. Allen komen uit dorpen rondom Bugojno, en vertellen verhalen over gruwelen en moordpartijen in de stad, die zij echter niet zelf hebben waargenomen. Deze waarnemer krijgt ook, anders dan de Kroatische media, niet de indruk dat er duizenden vluchtelingen zijn, misschien honderden.

Kroatische militaire politie vertelt dat Serviërs bij Kupres inmiddels veel vluchtelingen uit Bugojno tegenhouden, misschien als argument in onderhandelingen. Uit de verhalen komt overigens wel naar voren wat er in Bugojno en omgeving is gebeurd: in het eertijds vredige stadje, waaruit vorig jaar de Serviërs waren verdreven, wemelde het van gewapende eenheden van zowel Kroaten als moslims, vaak uit naburige, door één van de partijen in het conflict al veroverde en gezuiverde steden. Een gewapende uitbarsting kon haast niet uitblijven en die kwam op 16 juli, naar aanleiding van de moord op twee Kroatische soldaten.

In en om Bugojno werden barricades opgeworpen, niemand kon de stad meer in of uit en het schieten begon. De vluchtelingen weten niet precies wat er sindsdien is gebeurd. Wat henzelf ertoe bewoog om de benen te nemen zijn onduidelijke schietpartijen en het (geloofwaardige) gerucht dat vanuit het noorden een moslim-leger in aantocht was om de volksgenoten tegen de Kroaten te helpen.

Pag.5: Opmars moslims gaat door

Bugojno ligt in één van de "Kroatische' provincies van het inmiddels ter ziele gegane vredesplan Vance-Owen voor Bosnië-Herzegovina, waar het Kroatische leger in Bosnië-Herzegovina, de HVO, vorig jaar al probeerde een militair en bestuurlijk alleenrecht te vestigen. Dat is voor de Kroaten volkomen verkeerd uitgepakt: in Centraal-Bosnië hebben moslim-eenheden nu al 190.000 Kroaten in enclaves ingesloten en de opmars van de moslims naar het zuiden gaat nog steeds door. Volgens de Bosnisch-Kroatische leider Mate Boban zijn de Kroaten relatief het meest slachtoffer van de burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina, vooral door dit moslim-offensief, dat gepaard gaat met aanzienlijke wreedheden tegen de burgerbevolking: 1,7 procent van alle 752.000 Kroaten in Bosnië-Herzegovina zou al het leven hebben gelaten en 45 procent van huis en haard zijn verdreven, terwijl die percentages voor Serviërs en moslims belangrijk lager zouden liggen.

De moslim-Kroatische strijd heeft nu Bugojno voor de Kroaten verloren doen gaan, terwijl Gornji Vakuf, Novi Travnik, Vitez, Busovaca, Kiseljak en Prozor, dat overigens vorig jaar al door de Kroaten van moslims "etnisch gezuiverd' was, ernstig worden bedreigd. Een van de gevolgen van de strijd is een verharding van de houding in de Republiek Kroatië tegen de honderdduizenden moslim-vluchtelingen aldaar. Bij een razzia van de politie in Zagreb in de nacht van donderdag op vrijdag, zijn bijna 1500 Bosnische vluchtelingen daar gearresteerd.

Vanaf het voetbalveld in Tomislavgrad zijn de nieuwe Kroatische vluchtelingen per bus onder andere overgebracht naar Posuse, zonder meer een van de slechtste vluchtelingenverblijven in heel Bosnië-Herzegovina: stront op de trappen en geen water bij 35 graden in de schaduw. Een moeder en dochter zitten er schijnbaar apathisch op stinkende matrassen, in het bezit van niet veel meer dan de sieraden die ze op of om hebben gedaan. Niets hebben ze verder kunnen meenemen en al helemaal niet hun mannen, waarover ze niets weten.

In Posuse zitten ook leden van eerdere uittochten van Kroaten voor het Servische offensief, zoals een rustieke boerenvrouw uit de buurt van Novi Travnik. Zij huilt als ze haar beesten ter sprake brengt, en heeft net zo min als iemand anders enig idee van wat de toekomst verder brengen zal. “In het begin zeiden de mannen hier dat ze terug zouden gaan om tegen de moslims te vechten, de HVO kwam ze soms ook voor de dienst halen”, vertelt ze. “Maar op den duur zijn ze dat allemaal vergeten en de jongeren zijn over het algemeen weggegaan, op zoek naar werk.”

De oude boerenvrouw is, een maand geleden al, eveneens via Servisch territorium gevlucht. “De Serviërs zeiden dat ze ons hebben vrijgelaten in ruil voor olie”. Andere vluchtelingen maken melding van mededogen van Servische dorpelingen onderweg, en mannen die hadden gezegd: “ziet u nu wel dat wij niet slecht zijn, en dat we samen de moslims uit Bosnië moeten verdrijven”. Maar het resultaat van dit alles is slechts het einde van een kleine wereld, de multinationale samenling van katholieken, moslims en orthodoxen die Bosnië heette. “We leefden zo goed”, meent een vrouw, “maar het is voorbij”.