Ayudar hace Feliz: helpen maakt gelukkig

Duits martelkamp of klooster. In het restaurant dat de Chileense "Colonia Dignidad' exploiteert is veel Beierse hartelijkheid, maar achter het prikkeldraad van de kolonie zelf zouden jarenlang tegenstanders van generaal Pinochet zijn vermoord. Het juridisch onderzoek vordert moeizaam.

COLONIA DIGNIDAD, 31 JULI. Nee, se ñor Van den Berg is er niet, zeggen ze aan het hek. Hij reist in het zuiden van het land. En wanneer uw landgenoot terugkomt weten we niet. Een gesprekje met Karl of Karel van den Berg, Hollander en één van de vertrouwensmannen van Führer Paul Schaeffer, zit er niet in. Het hek van de Colonia Dignidad (Kolonie Waardigheid), een Duitse sekte in het zuiden van Chili, blijft dicht.

Journalisten van het Duitse weekblad Der Spiegel zijn er aan de poort afgetuigd. Een tot Amerikaan genaturaliseerde Russische wiskundige is er spoorloos verdwenen. En in de tijd van de militaire dictatuur in Chili werden tegenstanders van het regime van generaal Augusto Pinochet door het hek van de Colonia Dignidad gevoerd om er nooit meer uit terug te keren. Dat zeggen althans spijtoptanten van de Chileense geheime dienst DINA en degenen die hun verblijf wèl overleefden. Woordvoerders van de kolonie en hun sympathisanten in Chili hebben dit overigens altijd tegengesproken.

Dus sta ik voor het dichte hek, aangegaapt door vijf Chileense campesinos, in poncho's tegen de kou, die de wachtpost vormen. Een koerier op een terreinmotor heeft zojuist mijn paspoort teruggebracht dat elders in het kamp is gecontroleerd. “En reken maar dat elke bladzijde is gefotokopieerd”, zegt later in Santiago een bevriende Chileense journalist.

Het is een heldere winter-zondagochtend, 380 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Santiago. Het grondgebied van Colonia Dignidad zou reiken tot aan de besneeuwde toppen van de Andes-keten in de verte, de grens tussen Chili en Argentinië. In die 15.000 hectare, die verschrikkelijke geheimen zouden herbergen, is de tijd doelbewust stilgezet.

Colonia Dignidad, voluit de "Sociedad Benefactora y Educacional Dignidad', werd op 21 september 1961 gesticht door een groep Duitse immigranten onder leiding van een zekere Paul Schaeffer, op land dat was gekocht van een Duitse jood die in de jaren dertig nazi-Duitsland was ontvlucht. Ook Schaeffer was in zekere zin een vluchteling. De Duitse justitie had een onderzoek tegen hem ingesteld op verdenking van pedofilie. Schaeffer had in de jaren vijftig in Siegburg een orthodox-evangelische sekte gesticht die met veel bijbellezing, hard werken, een uiterst sobere levensstijl en vooral blinde gehoorzaamheid aan Schaeffer zelf, zich teweer wilde stellen tegen het opkomende communisme in Europa.

Nooit is duidelijk geworden of Schaeffer inderdaad een oud-SS'er is en of hij inderdaad kleine jongetjes seksueel misbruikte. Zeker is, dat de groep van zo'n tweehonderd Duitsers zich begin jaren zestig in Chili vestigde en in strikte afzondering een hoofdzakelijk agrarisch bestaan opbouwde. Naar buiten toe is de sekte van inmiddels ruim driehonderd, overwegend Duitse, maar ook Oostenrijkse en Chileense leden een wat zonderlinge, zij het goedwillende groep. De weinige, strak door de leiding geregisseerde televisiebeelden en persfoto's van het leven in het kamp, tonen een Beiers dorpje uit de jaren dertig, niet tegen de achtergrond van de Alpen maar van de Andes. De vrouwen en meisjes dragen hun blonde haar in vlechten en hebben lange jurken. Ook de mannen zijn overwegend van het arische type.

Kraft durch Freude - ware het niet dat in de kolonie van Paul Schaeffer vrolijkheid ver te zoeken is. Uit de verhalen van een aantal kolonisten dat het kamp in de loop der jaren is ontvlucht, ontstaat een beeld van een demonische sekteleider die met de hulp van een paar vertrouwelingen de kampbevolking eronder houdt. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes slapen gescheiden. Gezinsleven bestaat niet. Er mag alleen worden gesproken als het betrekking heeft op het werk. Maar alle gedachten moeten openbaar worden gemaakt. Er zijn lijfstraffen voor hen die ongehoorzaam zijn, patrouilles met herdershonden die ontsnapten terughalen. Witte huisjes met rode daken achter prikkeldraad.

De problemen van de Colonia Dignidad begonnen toen de sekte zich actief met haar omgeving ging bemoeien. Aanvankelijk was dat tot grote lof van de meeste buren in de nabijheid van het kamp, overwegend verarmde Chileense keuterboeren. Nog steeds zijn zij zeer te spreken over los Alemanes (de Duitsers). Een campesino die ik even buiten het kamp een lift geef, zegt drie keer te zijn behandeld in het openbare ziekenhuis van de kolonie. En gratis, meneer. Hij stapt snel uit (“ik pak hier wel de bus”) als ik doorvraag over de kolonie.

“De campesinos zijn bang voor de Duitsers. Pas als ze een paar glaasjes op hebben, komen de verhalen los”, zegt bisschop Carlos Camus van de stad Linares, ruim zeventig kilometer van het kamp. De geestelijke, met een windjack over zijn werkkleding, ontvangt in de met een computer uitgeruste werkkamer van zijn ambtswoning. De beminnelijke bisschop - in de ogen van Schaeffer en de zijnen de plaatselijke Antichrist - is een aantal jaren geleden persoonlijk bij de kolonie betrokken geraakt.

Zijn zuster, een non, gebruikte met een aantal andere religieuzen een gebeds- en meditatieruimte in een kerkje op een steenworp afstand van de kolonie. Door slimme juridische manipulatie en, aldus de bisschop, bedreigingen zoals stiekeme filmopnamen en geweervuur in de nacht, werden de nonnen verdreven. Het kerkje vormt nu met een school en het ziekenhuis voor de buren het openbare gedeelte van Colonia Dignidad. “Ze doen veel aan hun pr”, zegt don Carlos, “ga maar eens kijken in hun restaurant-casino”.

En zo beland ik in Villa Baviera (het Beierse dorp), een complex aan de weg van de havenstad Concepción naar Bulnes waar de kolonie een casino, speeltuin, zwembad, winkeltje en restaurant uitbaat. In de winkel worden volkorenbrood, eigengemaakte kaas, leverworst, marsepeintaart en souvenirs van de kolonie verkocht. De in lang schort gestoken dame achter de toonbank spreekt liever Spaans dan Duits, zegt pas vier jaar in Chili te zijn en uit Noord-Duitsland te komen. Als de klant meer over haar wil weten, verdwijnt ze snel naar achteren en duikt een Chileen op die beleefd vraagt hoe of hij mij van dienst kan zijn.

Ook Herr Mates, de glimlachende ober die mij in het restaurant in ijltempo een voortreffelijke en goedkope maaltijd van Kassler Rib, Sauerkraut, Kartoffelsalat en Löwenbräu-bier heeft voorgeschoteld terwijl op de achtergrond beschaafde klassieke deuntjes uit een luidspreker klonken, kapt een poging tot conversatie snel af met Vielen Dank, gracás en Gute Reise. Er zit niets anders op dan in eenzaamheid de omgeving op te nemen. Een tent die een soort Beierse bierhal moet voorstellen, aan de wand platen met berglandschappen. Formicatafeltjes met Chileense families die zich tegoed doen aan Rollbraten en Schweinshaxe.

Bij de ingang hangen opvallende portretten van Hans en Sophie Scholl, twee jonge Duitsers die als leden van de studentenverzetsgroep Die Weisse Rose in 1943 zijn geëxecuteerd door de nazi's, naast dat van Franz-Josef Strauss. Ook zijn er postzegels uitgestald van de Duitse posterijen met de beeltenissen van Edith Stein en Anne Frank. Voor wie het nu nog niet doorheeft: in Villa Baviera zijn het waarlijk goede Duitsers. De slogan boven de ingang: Ayudar hace Feliz: helpen maakt gelukkig.

Maar ondanks alle propaganda, de Beierse hartelijkheid, het nabuurschap buiten het kamp en alle introvertheid binnen de prikkeldraadomheining is het imago van Colonia Dignidad in de loop van dertig jaar dat geworden van een concentratiekamp. Eerder dit jaar kwam Samuel Fuenzalida, een oud-medewerker van de DINA, uit ballingschap in Duitsland terug naar Chili om verklaringen af te leggen over het kamp. Hij verklaarde dat hij een gevangengenomen lid van de links-politieke, en dus door Pinochet vervolgde, groepering MIR heeft begeleid op diens laatste reis: naar Colonia Dignidad.

Uit de getuigenis van Fuenzalida: “Toen we bij de kolonie aankwamen, wachtten twee Duitsers in een Mercedes ons bij het hek op. Eén van hen noemde zich "de professor'. Ze stopten de gevangene in de Mercedes en reden weg. Ik werd uitgenodigd een maaltijd te gebruiken in de eetzaal. Kort daarop kwam "de professor' in de eetzaal. Hij wreef zich in zijn handen en zei "Alles erledigt, fertig'. Hoewel ik geen Duits verstond, begreep ik uit het gebaar van "de professor' dat de gevangene was gedood.”

Met alle beschuldigingen tegen Colonia Dignidad en zijn inmiddels hoogbejaarde leider Paul Schaeffer is het een raadsel hoe de groepering zo lang een “staat binnen de staat” heeft kunnen vormen, zoals bisschop Carlos Camus het uitdrukt. Het antwoord moet vooral liggen in de zeventienjarige dictatuur in Chili, toen generaal Pinochet tussen 1973 tot 1990 de macht in het land uitoefende.

Nauwe betrekkingen tussen Pinochet, Carabinero-generaal Rodolfo Stange en DINA-chef Manuel Contreras, en de Duitsers van Colonia Dignidad leidden tot een uitwisseling van diensten en gunsten. De kolonie kon zijn gang gaan, beschikte als liefdadigheidsinstelling zelfs over belastingvrije faciliteiten en geen autoriteit die zich het lot aantrok van hen die tegen hun wil in de kolonie werden (en worden) vastgehouden.

In ruil, aldus een groot aantal getuigenissen, fungeerde Dignidad als martel- en executiecentrum voor de dictatuur, en werd naar verluidt zelfs andere Zuidamerikaanse folteraars de kneepjes van het vak bijgebracht. Onder een tweede ziekenhuis, in het hart van de kolonie en aan het publieke oog onttrokken, zouden de folterkelders liggen.

Het einde van de Chileense dictatuur in 1990 leek ook het einde van Dignidad in te luiden. De democratische regering-Aylwin - zwaar onder druk gezet door de Duitse bondsregering - hief in 1991 de status van liefdadigheidsinstelling op. Schaeffer was hen te snel af: de bezittingen van Dignidad waren inmiddels overgebracht in drie bv's van Schaeffer en zijn luitenants. Schaeffer liet weten de kolonie te willen overplaatsen naar vriendelijker streken, Zuid-Afrika bijvoorbeeld.

Intussen is er bij verschillende rechtbanken een tiental zaken aanhangig gemaakt: van Dignidad tegen persorganen en Amnesty International wegens laster, van de Chileense regering tegen Dignidad wegens geknoei met de belastingen. De molens van de Chileense, nog door Pinochet bemande justitie malen echter zeer langzaam. Een onderzoek ter plekke van een rechter van instructie leverde geen bewijsmateriaal op voor aanklachten wegens schending van de rechten van de mens. Bisschop Camus van Linares haalt de schouders op en zegt: “Ach, misschien eindigt Dignidad net als Al Capone. Gezocht wegens meervoudige moord, veroordeeld wegens belastingfraude.”