ANNE FRANK

Geheel oneens ben ik het met de instemming van Max Pam met de opvatting van de joodse psychiater Bruno Bettelheim, dat de meeste Duitse en Oostenrijkse joden na de opkomst van Hitler vrij gemakkelijk naar elders hadden kunnen vertrekken, maar er de voorkeur aan gaven passief te blijven, en te blijven waar zij waren ("Het mausoleum van Anne Frank', opiniepagina van NRC Handelsblad, 24 juli).

Bettelheim zelf werd met vele andere Weense joden na de Anschluss door de nazi's gevangen genomen en werd eerst naar Dachau en daarna naar Buchenwald gevoerd. Hij werd - toen reeds een bekend psychiater, gespecialiseerd in een behandeling van autistische kinderen die toen wereldwijd de aandacht trok - dank zij de bemoeiingen van niemand minder dan Eleanor Roosevelt en van Herbert Lehman, de toenmalige gouverneur van New York, bevrijd en in staat gesteld naar de Verenigde Staten te komen. Daar werd hij al spoedig hoogleraar in de kinderpsychiatrie.

Honderdduizenden andere Duitse en Oostenrijkse joden genoten echter minder hoge protectie, en waren meest gedwongen, bij gebrek aan connecties in het buitenland, in hun woonplaatsen te blijven. Dit was vooral het geval sinds 1938, toen vrijwel alle landen hun grenzen voor joodse vluchtelingen voor het nazi-regime sloten. De meeste van deze Duitse en Oostenrijkse joden reageerden niet "achteloos' op het naderend gevaar, zoals Max Pam schrijft, maar deden wanhopige pogingen hun vaderland te verlaten, hetgeen hun echter in de meeste gevallen niet lukte. Alleen voor kinderen bestond vaak nog een mogelijkheid, wat betekende dat ouders, wellicht voor altijd, afscheid moesten nemen van hun kinderen. Dat slechts 20 procent van de Duitse en Oostenrijkse joden geëmigreerd is, zoals Pam schrijft, en de overige 80 procent "gelaten' zijn lot afwachtte, is niet omdat zij niet voldoende actief waren, maar omdat zij geen andere mogelijkheden hadden. Ook Nederland liet na de Kristallnacht bijna geen joodse vluchtelingen meer toe.

Dat, zoals Pam schrijft, het vrij gemakkelijk was aan een visum voor Cuba of China te komen is beslist niet waar. Trouwens, als het wel gemakkelijk zou zijn geweest een visum voor zo verafliggende landen als Cuba en China, of misschien de Filipijnen, te verkrijgen, betekende dit tevens dat dit voor meer nabije landen, in Europa, de Verenigde Staten en Canada, allerminst nog gemakkelijk was. In feite was dit vrijwel onmogelijk. Het is algemeen bekend dat op 14 mei 1940 vele honderden Nederlandse joden wanhopige pogingen deden om IJmuiden te bereiken en vandaar Engeland en de vrije wereld, maar dat zij door Nederlandse soldaten werden tegengehouden en onverrichterzake naar huis moesten terugkeren. Slechts zeer weinigen gelukte het inderdaad IJmuiden te bereiken en een schip te vinden dat bereid was hen over te brengen.

Wat Cuba betreft: in de jaren 1920 en 1930 was het antisemitisme daar sterk. Nadat Cuba in 1933 eerst mondjesmaat visa aan joodse vluchtelingen uit Duitsland had verstrekt, hield het daar later mee op. Berucht is de reis van de St. Louis, die op 15 mei 1939 in Cuba aankwam met 907 Duits-joodse vluchtelingen aan boord, die echter niet tot Cuba werden toegelaten en naar Duitsland werden teruggestuurd. Ten slotte nam Nederland er 250 op, die allen in Westerbork werden genterneerd, België 250, en Engeland de rest. Jan den Hartog heeft later zijn toneelstuk "Schipper naast God' op deze gebeurtenis gebaseerd.

China zelf nam in het geheel geen joodse vluchtelingen uit Centraal-Europa op. Wel vond een vrij groot aantal tussen 1938 en 1941 een toevlucht in Shanghai, dat toen een vrijhaven was, waarvoor geen visum nodig was. Toen Japan Shanghai bezette maakte het een eind aan alle verdere immigratie van joden uit Europa; ook bracht Japan na het uitbreken van de oorlog in de Stille Oceaan in december 1941 daarheen alle joden die in Japan leefden over. De situatie van de joden in Shanghai, die daar onder de Japanse bezetting min of meer genterneerd waren, was uitermate slecht.

Dit alles is dus een veel eenvoudiger verklaring voor het feit dat zoveel joden onder het Hitler-regime zijn omgekomen dan het zogenoemde gettodenken, dat Bettelheim, en met hem Max Pam, als verklaring geeft. Evenmin is dit een verklaring, in tegenstelling tot wat Bettelheim schrijft, voor “de positieve ontvangst die het Dagboek van Anne Frank over de gehele linie in de Westerse wereld heeft gekregen”. Immers, deze positieve ontvangst geschiedde hoofdzakelijk door niet-joden. Weinig joden - behalve misschien die in de Verenigde Staten - vinden dit Dagboek van belang en zeker niet van meer belang dan vele andere dagboeken over het onderduiken.

Ten slotte acht Max Pam het, met Bettelheim, een politieke daad van Marga Minco dat zij, toen de nazi's kwamen om haar ouders en haar te arresteren, ongemerkt wegliep, en daardoor haar leven redde. Hij stelt daarom voor de politieke werkzaamheid van de Anne Frank Stichting onder de brengen in een nieuwe stichting, de Marga Minco Stichting. Naar mijn mening was Marga Minco, toen zij ontsnapte, - dit overigens op een wenk van haar vader - zich allerminst bewust een politieke daad te stellen, maar handelde zij in een plotselinge ingeving. Overigens betekende dit wel dat zij haar ouders in de steek liet - iets dat vele andere kinderen juist niet wilden.