"Vreemde dingen eten ze hier niet'

Om tien over vier schuift de eerste "boerenfriet' de toonbank over: patat met shoarmavlees, mayonaise en kerriesaus. Zondagmiddag in Arkel. Het dorp aan het Zuidhollandse Merwedekanaal lijkt uitgestorven. Maar in cafetaria Molenzicht staat het vol. Een boerenfriet, een kroketje - bestellen, betalen en weer weg.

Al twaalf jaar bakken Diny (32) en Erik (37) Dekker samen friet. Eerst in de snackbar waar ze elkaar leerden kennen. Daarna in de gehuurde "portocabin', “een soort bouwkeet”. Nu hebben ze hun eigen cafetaria. “Het gaat best zo”, zegt Erik. Hij praat niet graag. Hard werken is het. Zes dagen per week open tot elf uur, achtenveertig weken per jaar. Gelukkig wonen ze boven de zaak. “Schoonmaken, een bakkie thee, douchen en dan naar bed”, zo beschrijft Erik hun avonden. Twee jaar geleden zijn ze getrouwd. Eerder was het er niet van gekomen.

Alsof zijn patat hem elk moment kan worden afgepakt eet Matijn uit een plastic bakje. “Ik had goed eten nodig”, zegt hij. Hij komt speciaal voor de boerenfriet uit Woudrichem, een dorp twintig kilometer verderop. “We zagen deze snack-suggestie vijf jaar geleden op de horecabeurs”, vertelt Diny over hun specialiteit. Met een schuimspaan klopt ze het vet uit de friet. “Eigenlijk moet het met stukjes prei en varkensvlees. Maar we werden niet goed van al dat gesnij.” Daarom zijn ze overgestapt op shoarmavlees.

Na al die jaren ziet de cafetaria van Diny en Erik er nog uit alsof hij pas is geopend. We zijn vrij proper, beaamt Diny. Aan de muur een foto van een herfstbos. Op de hoek van de toonbank een bosje zijden tulpen. Net als haar man heeft Diny kort geknipt haar. Ze hebben fris gewassen schorten voor. De kroketten in de koelvitrine zijn in visgraatmotief neergelegd. Om de bamischijven en nasiballen zit plastic folie. “Tegen het verkleuren”, zegt Diny. “En anders scheuren de ballen in.”

Zwijgend werkt het echtpaar de bestellingen af. Voor de toonbank een tiental wachtenden, de blikken gericht op de snelle handen van Diny en Erik. Alleen mannen. Ze parkeren langs de weg, doen hun bestelling en dragen de papieren zakken terug naar vrouw en kinderen in de auto.

Het wordt zes uur, zeven uur. Om een tafeltje zit de schippersfamilie Remie. Alle vier hebben ze boerenfriet besteld. “Hun zijn dol op shoarmavlees”, zegt de moeder met een korte knik naar haar gezin. Als ze niet varen, eten ze twee keer per week bij Molenzicht.

Als het even rustig is, gaat Diny aan een tafeltje zitten. Soms droomt ze wel eens van een broodjeszaak, vertelt ze. Met lekker vleesbeleg en bijzondere kazen. Molenzicht draait vooral op standaardsnacks. “Vreemde dingen eten ze hier niet. Daarvoor is Arkel te klein.”