Vlagvertoon

Ook in ons land is het al een tijdje aan de gang, de banieren-rage. In tegenstelling tot landen om ons heen, tot België, Frankrijk, Duitsland en Italië zijn wij altijd zuinig geweest met vertoon van lappen met geborduurde, geappliqueerde of gedrukte voorstellingen die gevoelens van nationale- of groepsverbintenis uitdrukken. Een paar vlaggen op Koninginnedag en een vaandel als de harmonie uitrukt, dat is lange tijd zo'n beetje het Hollandse maximum geweest van het tonen van de "stoffen vaan'.

Vooral in de loop van onze eeuw, de twintigste, zijn banieren en vaandels gaan behoren tot een eng soort verschijnselen. Zelfs bij het uithangen van de nationale driekleur met de oranje wimpel kijk je toch eerst even de straat in of je niet de enige bent.

Tegenwoordig kan geen tentoonstelling of andere culturele manifestatie in een gebouw plaatsvinden, zonder dat het grootste deel van de gevel schuilgaat achter een reusachtig banier, waarop het evenement dat zich binnen afspeelt, onverbiddellijk staat aangekondigd.

Dat wij daar geen aanstoot meer aan nemen, is een van de laatste gevolgen van het postmodernisme.

De herwaardering van het banier - met zijn bekende schilderijenreeks Die Fahne, omstreeks 1980, heeft Armando het zwarte imago van het vaandel nog een tijdje trachten hoog te houden - doet denken aan de vooral tussen 1970 en 1980 woedende discussie over de nazi-bouwkunst van Albert Speer. Wanhopige vragen werden toen gesteld over het dilemma van de macht van de architectuur of, de architectuur van de macht. Kan een zwaard dat onrechtvaardig heeft gedood een mooi zwaard zijn? Kunnen een oorlogsmisdadiger en een groot kunstenaar samengaan? Mogen we schoonheidsgevoelens ontlenen aan een bouwkunst die ontworpen is met de intentie een misdadig politiek systeem een eigen gezicht te geven? Tijdens een discussie in 1978 bij de Deutscher Werkbund in Darmstadt hadden de Luxemburgse architect Leon Krier - niet te verwarren met zijn broer Rob die nu voor het veelbesproken Haagse departementenkwartier een stedebouwkundig plan heeft ontworpen - en de Oostenrijkse architect Hans Hollein een baldadig tweespraakje. Hollein: “We mogen van geluk spreken dat Adolf niet dol was op Wiener Schnitzel, anders zou deze lekkernij in Duitsland zijn verboden, net als de classicistische architectuur.” Krier refereerde daarop aan een opmerking van Speer dat classicistische bouwkunst na de oorlog geweldig populair zou zijn geworden, wanneer Hitler een fanatiek liefhebber was geweest van het modernisme in kunst en architectuur.

Hitler en zijn Italiaanse kompaan in het kwaad Mussolini waren dol op banieren, die staande rechthoekige vaandels. Daarom heeft het bij ons zo lang geduurd voordat men het heeft aangedurfd om het banier, ongeacht wat erop stond, weer te gebruiken. Het "stoffen vaan' was zwaar besmet.

Sluipenderwijs hebben vooral de Italianen die beladenheid van het banier weten af te schudden. Het proces moet aan het begin van de jaren zeventig zijn begonnen. Eerst schuchter, maar allengs veelvuldiger verschenen banieren in glorieuze formaten op torens en gevels ter aankondiging van festivals, exposities, concerten en theatervoorstellingen. En al die vaandels hadden met elkaar gemeen dat zij voorbeeldig waren vormgegeven, stuk voor stuk schitterende staaltjes van die ingetogen, klassieke layout waar lange tijd alleen de Italianen het geheim van leken te bezitten. Door de moderne, hoogwaardige vormgeving werd het vaandel een kunstwerk van deze tijd en zo werd het van haar verleden ontdaan.

Door de reusachtige afmetingen is de afficherende kracht van het banier onovertroffen en omdat het geen scherm is van vaste materie, maar van soepel materiaal, van stof of kunststof dat licht kan meedeinen in de wind, zal iedereen er vrede mee hebben, dat het voor de gelegenheid een deel van een historisch interessante gevel bedekt. In plaats van teleurgesteld te zijn dat hem een deel van de gevel wordt onthouden, is de voorbijganger dankbaar dat zoiets moois en smaakvols, dat prachtige ultramarijn blauw of Bologna rood, die uitgewogen belettering, hem attent maakt op het feest dat achter die gevel wordt gehouden.

De geheimzinnige kracht van het Italiaanse banier-ontwerp werkt ook buiten het land van oorsprong. Zelfs in ons land is die eigenaardige combinatie van een cultuur-historisch interessante gevel - een romaanse toren van rode baksteen doet natuurlijk helemaal wonderen - en een voorbeeldig vormgegeven banier, in staat om een gevoel van opwinding, van verlangen naar schoonheid en ontspanning op te wekken, dat nog het beste lijkt getypeerd met de verzuchting, “wat zou ik graag naar Toscane willen”.

Dat is de onvoorstelbare romantische kracht van het banier, ook al hangt het op de gevel van een gebouw om belangstelling te wekken voor 1000 m2 vrijstaande kantoorruimte, of een goedkope verzameling waterbedden.