Verzetshouding van Otto Frank was principieel

Het artikel van Max Pam over de Anne Frank-cultus bestaat uit waarheden, halve waarheden en onwaarheden. Dit heeft het gemeen met meer krante-artikelen. Maar omdat het gaat over de deportatie van de joden uit Nederland en de daarmee samenhangende onderduik, gebeurtenissen waarover een steeds kleiner wordende groep mensen uit eigen ervaring kan berichten, voel ik mij verplicht enkele verkeerde opmerkingen en conclusies te corrigeren, vooral ter bescherming van een juiste herinnering aan hen die toen geleefd hebben.

Laat ik beginnen te melden dat ik het grotendeels eens ben met diegenen die als Max Pam bezwaren hebben tegen bepaalde aspecten van de Anne Frank-cultus; ik wil ook niet ingaan op het gebruik van Bruno Bettelheim als hoofdgetuige. Mijn onderwerp is de onjuiste vergelijking van het gedrag van Otto Frank en dat van Marga Minco tijdens de Tweede Wereldoorlog en de opmerkingen over de onderworpen houding van de joden in Nederland in datzelfde tijdvak. De bewering van Max Pam hierover roept op tot een correctie.

De verzetshouding van Otto Frank was veel langduriger en meer principieel dan die van Marga Minco kon zijn. Eerst was de familie Frank al uit Duitsland gevlucht en daarna, toen de deportatie van joden in Nederland dreigde, heeft hij met veel bekwaamheid een schuilhok in zijn kantoorgebouw laten bouwen en een dienst ontworpen voor de verzorging van niet alleen hem en zijn gezin, maar ook nog voor andere personen. Dat was zeker geen mindere daad van verzet dan de betrekkelijk spontane vlucht van Marga Minco. Overigens had juist vader Minco een plan ontworpen voor een vluchtweg door de tuin naar een geul (zie Het Bittere Kruid).

Het is gewoon onjuist om joden in Amsterdam - tot wie ik mij gezien mijn persoonlijke ervaring beperk - generaliserend te verwijten “zich passief aan het zwaard onderworpen te hebben”. In de gevechten rond februari 1941 waren het voor een niet onbelangrijk deel joden die de strijd met de WA'ers hebben aangegaan (ze moesten dan ook van de Duitsers hun wapens - nèbisj - inleveren). Op de gymnastiekles op de joodse HBS in de voormalige Stadstimmertuin kregen wij, de leerlingen, toentertijd instructie hoe te vechten bij straatrellen en pogroms.

Midden 1942 vertrok een aantal mensen na een oproep voor "arbeidsdienst in Duitsland' èn om hun familie voor represaille te sparen èn omdat het alternatief de dood in Mauthausen kon betekenen (Van een deel van de gedeporteerden naar Mauthausen waren urnen met hun as bij de ouders thuis bezorgd.).

In mijn omgeving vertrokken jonge mensen ook naar de "arbeidskampen' met de illusie daar minder sterken te kunnen helpen. Iets later, september 1942, moesten de mensen uit hun huis gehaald worden omdat zij weigerden zich te melden na een oproep van de Centrale "für Jüdische Auswanderung'.

In het begin van die huisbezoeken kon je, als je nog niet op de lijst stond, wel eens andere joden vrijpraten bij het Duitse of Nederlandse politiepersoneel. Mijn moeder is dat eenmaal gelukt - winst een half jaar langer leven voor een bejaard echtpaar; mijn tante is echter voor dezelfde daad wegens brutaliteit als strafgeval naar Auschwitz gedeporteerd. Mijn andere tante en oom zijn gewoon door de buren verraden. Zij hadden zich op de zolder verborgen en de vluchtweg ging via deze buren. Naast ons woonde een joodse tandarts. Hij liet zijn kinderen van zes en zeven jaar tijdens de onderduik op school gaan om ze niet van het normale Nederlandse leven te vervreemdem. Is dat getto-denken? De kinderen werden verraden en zijn zonder begeleiding van hun ouders naar Auschwitz gestuurd. En die neef van mij, die in 1944 doodgeslagen is, omdat hij weigerde het onderduikadres van zijn dochtertje aan de politie te geven. Heeft die zich “passief aan het zwaard onderworpen”?

Mijn beste vriendje werd veertien jaar oud met broer en zus gedeporteerd, omdat zijn vader zonder de jodenster op de Amsterdamse tram reed. De jodenwetten werden massaal ontdoken, maar de straffen op die ontduiking waren gruwelijk. In mei 1943 ging bijna niemand meer bij een oproep naar de toen aangewezen verzamelplaats (Polderweg) en waren uitgebreide straat- en huisrazzia's het enige middel om joden te dwingen zich aan de Duitse bevelen te onderwerpen.

Een aangetrouwd familielid van mij die in de Indische buurt woonde, had de toezegging van zijn niet-joodse buren, dat zij hem zouden helpen als hij zich zou verdedigen tegen de ophalende politie. Hij vocht alleen. Geen mens heeft hem geholpen. Men hoeft de buren hun angst niet te verwijten, maar veel - niet alles - van wat in deze jaren in Israel gebeurt wordt wel begrijpelijker.

Naar het buitenland vluchten wilden bijna alle joden in de oorlogsjaren wel. Het is ons zelfs aangeboden, alleen wij hadden geen geld genoeg. Tachtigduizend vooroorlogse guldens contant, een miljoen hedendaagse guldens moesten onze weldoeners in het handje. Gelukkig waren wij niet zo rijk, anders waren wij via de Sicherheitsdienst als strafgeval naar Westerbork gestuurd. Het waren Nederlandse aanbrengers die als extraatje nog wat guldens voor iedere aangebrachte jood van de SD kregen.

Maandenlang hebben mijn vader en moeder niet-joodse adressen afgelopen om een onderduikadres te vinden. Tenslotte vonden ze er een waar wij onder bepaalde voorwaarden, onder andere financiële, enige tijd konden blijven. Ook in een latere fase van onze onderduik was het bijna onmogelijk ergens een schuilplaats te vinden, laat staan één met een goede vluchtweg. Weet Max Pam misschien dat bij de meeste arrestaties van ondergedoken joden de politie eerst het dak opging en de achtertuin bewaakte alvorens de voordeur te forceren. Overigens, in de eerste dertig jaar na de oorlog kon ik geen kamer binnen gaan zonder dat ik keek hoe ik bij onraad weg kon komen; bijna nooit gaf ik mijzelf een reële kans.

Het is onzin mensen te verwijten dat ze geen joden hebben geholpen in de oorlog. Het was levensgevaarlijk voor jezelf en voor je gezin. Ik weet ook niet wat ik in zo'n geval gedaan zou hebben. Het heeft ook weinig zin je af te vragen welk volk in de Tweede Wereldoorlog de meeste antisemieten en jodenverraders in zijn midden had, of de meeste redders van vervolgden. Wie kan aangeven wat het percentage van nette mensen, helden, verraders, domme mensen en opportunisten van een volk is? Maar het is ook niet realistisch de Europese, Nederlandse, of Amsterdamse joden collectief een "getto-denken' toe te dichten, dat hen tot makkelijke slachtoffers van de nazi's deed worden.

Het was de positie van de joden in Europa, een minderheid zonder territorium, zonder wapens, zonder politieke macht, zonder juiste informatie, die hen in een niet te verdedigen situatie bracht. Jammer genoeg hebben Pinsker, Herzl en andere zionistische denkers in dit opzicht hun gelijk gekregen. Een bewering die er op neer komt dat men de vermoorde joden mede schuld geeft aan hun eigen ondergang, is - het ethische aspect van zo'n uitspraak buiten beschouwing gelaten - gewoonweg in strijd met de historische feiten.