Valutahandel geniet van de heksenketel

AMSTERDAM, 30 JULI. Een lekker spannend dagje. De onrust aan het valuta-front mag de centrale banken en politici dan tot wanhoop brengen, valuta-handelaar Bert Dijkrenth bij het Amsterdamse kantoor Wallich en Matthes geniet zichtbaar van de opwinding die sinds gistermiddag de markt beheerst. “Ja, heerlijk, eerst die spanning wat er gaat gebeuren en dan de handel, daar geniet ik van”, glundert hij.

Na een drukke donderdagmiddag brak vanochtend om elf uur de heksenketel op de valutamarkt weer in volle hevigheid los. De Franse centrale bank bleek niet langer opgewassen tegen de druk uit de markt. De Duitse mark, die de uren daarvoor nog rond de 3,4181 Franse franc noteerde, schoot binnen een minuut naar 3,4305 - de officiële koers waarop de centrale banken de franc voor een verdere ineenstorting behoeden. “De Banque de France kan die tussenkoers gewoon niet langer betalen, ze zijn er uit gestapt”, concludeert Dijkrenth.

Aan de "kassatafel' van Wallich en Matthes, waar wordt bemiddeld tussen de grote banken in valuta voor vrijwel onmiddellijke levering, is de handel in volle gang. Handelaren schreeuwen hun bied- en laatkoersen in de microfoons die hen verbindt met een kleine batterij binnen- en buitenlandse banken en handelaren. De laatste ontwikkelingen aan het valuta-front passeren in toenemend tempo eenregelig het Reutersscherm, de frequentie van aanflitsende lampjes op de toetsenborden neemt toe en ook de opflikkerende koersbalken op de beeldschermen wijzen op een aantrekkende markt. De jacht op de Franse franc is wederom geopend.

Dijkrenth (46), in hemdsmouwen op zijn plaats achter de "kassatafel' van de valutahandelaar in het centrum van de hoofdstad, kent het klappen van de zweep. Alles heeft hij meegemaakt sinds hij 23 jaar geleden in het vak kwam. Van het wegvallen van het Bretton-Woods systeem voor de dollar en de duikvlucht van het Britse pond in de jaren zeventig tot de huidige scheurvorming in het stelsel van vaste Europese wisselkoersen (EMS).

“Wat de Bundesbank gisteren heeft gedaan is natuurlijk volstrekt ontoereikend”, meent Dijkrenth, nadat hij een telefoonhoorn met een harde klap op de tafel heeft gesmeten. “Er was verwacht dat ze zeker een half procent met het disconto zouden zakken.” Nadat de hele dag al metspanning naar de maatregelen was uitgekeken, sloeg de markt hard en onverbiddelijk toe. Bij Wallich en Matthes waren, net als elders, de vrije dagen inmiddels ingetrokken en bereidde men zich voor op zwaar weer.

Voor de handelaren is het duidelijk wie de boosdoener is in de huidige valuta-onrust: de politiek. “Zodra de politiek zich meester gaat maken van de rentetarieven gaat het mis”, vindt directeur Paul Borst. “Je zag de afgelopen tijd duidelijk dat Frankrijk Duitsland een beetje aan het pesten was met renteverlagingen. Maar nu blijkt toch weer hoe broos de Franse economie is en dat Duitsland uiteindelijk het monetaire anker van Europa is.”

De vraag voor de handelaren is nu niet zozeer òf alswel wannéer de Fransen besluiten om hun munt te devalueren. Het gegoochel met een hoge rente levert uiteindelijk weinig op. “Lapmiddeltjes”, bromt Dijkrenth afkeurend, “Het is uiteindelijk de markt die het laatste woord heeft.” De angst dat met de komst van een Europees monetair stelsel een belangrijk deel van de handel naar andere valuta's zal moeten uitwijken is in ieder geval voorbarig gebleken, zo luidt de communis opinio in de dealing-room. Voorlopig valt er nog genoeg te verdienen. “Ach, op den duur zal er ook wel zoiets komen”, peinst Dijkrenth. “Maar of ik het ooit zal meemaken? Ik denk het niet.”