U2: vier popmusici in gevecht met het sterrendom; Succes is als een grote boze wolf

Het lijkt onontkoombaar: hoe groter een popgroep wordt, hoe moeilijker het is om contact te houden met het publiek. Toch geldt dit niet voor U2, het voormalige new-wavebandje uit Dublin dat in de jaren tachtig uitgroeide tot een stadionattractie. Met behulp van podiumgrappen en afwijkende videoclips relativeert U2 het eigen succesverhaal en de ijzeren patronen van de popmuziek. “Van "sex and drugs and rock 'n' roll' houdt U2 alleen het laatste in ere.” Aanstaande dinsdag komt U2 met de "Zooropa Tour' in Nijmegen.

U2 treedt dinsdag 3 augustus op in het Goffertstadion te Nijmegen.

Selecte discografie (Island):

Boy (1980), October (1981), War (1983), Under a blood red sky (1983), The unforgettable fire (1984), The Joshua Tree (1987), Rattle and Hum (1988), Achtung Baby (1991), Zooropa (1993).

“Okay Edge, play the blues.” En The Edge speelt de blues. Hypernerveus laat hij zijn gitaar knetteren en knallen voor "Silver and Gold'. In één ruk gaat het vervolgens door naar "Pride (In The Name Of Love)'.

De Rattle and Hum-toernee van U2 is halverwege. Het publiek ligt al op de knieën voor de Ierse popgroep. Maar wat de speelstijl van Dave Evans alias The Edge te maken heeft met de blues, zoals we die kennen van Muddy Waters, Buddy Guy of Robert Cray, is niet helemaal duidelijk. De entree even later van B.B. King voor het lied "When Love Comes To Town' lost het blues-probleem evenmin op. Want Edge's gitaar huilt niet maar krijst, is niet quasi-introvert maar openlijk dominant, pompt niet als een dieselmotor maar zweeft zenuwachtig.

Toch speelt The Edge niets minder dan de blues. Het is alleen de blues van de jaren tachtig. Net als in al die andere nummers van U2 klinkt ook in "Silver and Gold' de paradox door waarop U2 zo langzamerhand patent heeft: de paradox van een moralistische band die een bij uitstek materialistisch decennium aan zich weet te onderwerpen. Er heeft zich de afgelopen tien jaar wellicht geen groep gemanifesteerd die zo openlijk in gevecht wil zijn met de wereld zonder die van zich te vervreemden, geen groep die in staat is gebleken om de massa der jongeren te winnen voor een levensvisie die eigenlijk haaks staat op de egocentrische trend waardoor diezelfde jeugd zich juist laat leiden.

U2 is zo de expressie van individualisme én maatschappelijke moraal geworden, van vertrouwen in eigen kunnen en angst voor de toekomst. Want U2 heeft het exhibitionisme van Madonna, de marketing van Michael Jackson, de klassieke drift van Bruce Springsteen en de seksuele theologie van Prince altijd al weten te combineren. Net als deze vier andere exponenten van de jaren tachtig heeft ook U2 zich toen tot een stadionband zien uitgroeien. Ook U2 is hierdoor geconfronteerd met de vraag of en hoe de onoverbrugbare afstand, die dan onvermijdelijk tussen groep en publiek ontstaat, kan worden overbrugd. Maar de vier musici uit Dublin zijn daar niet aan onderdoor gegaan.

Als U2 eind jaren zeventig begint, wijst nog niets in de richting van een doorslaand succes. Dave Evans, zanger Paul Hewson (Bono Vox), bassist Adam Clayton en drummer Larry Mullen zijn niet meer dan een groepje tieners uit Dublin dat zich niet wenst te laten vangen door de religieuze oorlog in het Noorden. In de jaren zestig lagen ze nog in de luiers. Het kwartet is muzikaal dus in relatieve armoede opgegroeid: de glitter- en dandyrock van David Bowie en Roxy Music, dat is het wel zo'n beetje. De vier willen niettemin muziek maken. Bij gebrek aan techniek komen ze aanvankelijk echter niet veel verder dan garagerock. “We waren zo slecht in het spelen van andermans songs, dat we wel moesten leren om ze zelf te schrijven,” aldus Bono.

Punk

Om garagerock zitten in die jaren maar weinigen te springen. De punkgolf is op haar hoogtepunt, zeker in Ierland, waar optimistische groepen als The Boomtown Rats en The Undertones uit Dublin op dat moment vooraan staan. Bij U2's eerste concert in Londen komen dan ook niet meer dan negen mensen opdagen. Wanneer in 1980 hun eerste plaat Boy uitkomt, is de punk tot overmaat van ramp al in snel tempo aan het verslappen. De punk is dood - zelfs Johnny Rotten van de Sex Pistols moet dat erkennen - of heeft zich getransformeerd in een minder rauwe new wave, vaak ook nog eens opgetuigd met het grote-stadsintellectualisme à la Talking Heads.

De begin-twintigers van U2 laten zich echter niet uit het veld slaan. Ze zijn daarvoor te zelfverzekerd en laten dat ook in hun muziek doorklinken. Juist door de naviteit van Boy lijkt het alsof U2 met iets nieuws bezig is, ook al is dat jaren later met de beste wil van de wereld niet meer te horen. Bono ziet onmiddellijk de mogelijkheden die de culturele kentering der jaren tachtig kan bieden. Het tempo van de commercialisering is zo hoog dat een behoefte aan zingeving niet uit kan blijven. De platen October en War zijn daarvan de eerste voorzichtige uitingen. De garagerock wordt minder garage-achtig. In de teksten sluipt godsdienstig besef. De muziek wordt breder van toon, symfonischer ook, zonder overigens aan agressie te verliezen.

Het werkt. Met Under A Blood Red Sky breekt U2 door van het clubcircuit naar de grote zalen. Na The Unforgettable Fire en vooral The Joshua Tree biedt eind jaren tachtig alleen het stadion nog voldoende ruimte. Maar anders dan een groep als de Simple Minds uit Schotland, die in die tijd wel eens met U2 wordt vergeleken doch uiteindelijk wegzakt in de drassige hoogmoed van leadzanger Jim Kerr, weten Bono, The Edge, Clayton en Mullen trouw aan zichzelf te blijven. Ze verliezen zich, ondanks hun grootspraak, nimmer in bombastische kasteelromantiek maar blijven zoeken naar de spanning tussen het grote en het kleine.

U2, het bandje dat ooit geen noot van blad kon spelen, verklaart zich bovendien verliefd op de tradities van rythme & blues, soul en rock 'n' roll, muziekstijlen die ze zelf eigenlijk alleen maar door overlevering kennen. De gereduceerde gospel-versie van het aanvankelijk zwaar aangezette "I Still Haven't Found What I'm Looking For', te beluisteren op de live-registratie Rattle and Hum, is daarvan een der treffendste resultaten.

Onder de critici wordt de opmars van U2 aanvankelijk echter niet gewaardeerd. Terwijl de jongeren van de jaren tachtig aan de voeten van hun charismatische apostel Bono liggen, beginnen de recensenten (wel getogen in de jaren zestig) diens houding en teksten onder vuur te nemen. Nu eens is het te religieus of te plat-politiek, dan weer is het beide.

Charitatief

Die verwijten zijn niet op niets gebaseerd. U2 ontpopt zich inderdaad als het vleesgeworden goede. Er gaat bijna geen charitatief concert en project voorbij of de Dubliners zijn wel van de partij. Het door Bob Geldof van de Boomtown Rats georganiseerde hongerconcert Live Aid (juli 1985), Steve van Zandts project Artists United Against Apartheid, Amnesty International (de tournee door de Verenigde Staten in de zomer van 1985 heet Conspiracy of Hope), Greenpeace dan wel een of ander Aidsfonds: U2 haakt zonder mankeren aan omdat het, in de woorden van Bono, je “plicht is om misbruik te maken van je positie.” Het engagement wordt bovendien opgeluisterd met songteksten die niet vrij zijn van licht puberale rijmelarij. Zoals: "Steenkoud licht op een koude stenen vloer/ een kruis van licht op een gevangenisvloer/ ik wil bij je zijn, dag en nacht/ nieuwjaarsdag verandert niets' ("New Year's Day' op War, een lied dat over Lech Walesa blijkt te gaan). Of: "In de vroege morgen van de vierde april/ klinkt een schot in de hemel van Memphis/ Uiteindelijk vrij/ ze namen je leven/ maar je trots konden ze niet nemen' ("Pride - In The Name Of Love', over de moord op Martin Luther King). En dit alles wordt nog eens versterkt door de fotografie waarmee de Nederlander Anton Corbijn de platen en videoclips begeleidt.

Maar de scepsis heeft in die overgangsfase naar het grote sterrendom ook een ander motief. In de ogen van de critici is het slechts een enkeling gegeven om zich naar stadionomvang op te werken. Mick Jagger mocht het, Bruce Springsteen eveneens. En Madonna natuurlijk, maar die wordt eigenlijk alleen gewaardeerd omdat ze nooit andere dan megalomane pretenties heeft gehad. Een Iers bandje uit de new wave-tijd daarentegen moet dicht bij het publiek blijven staan. Voor zulke musici is succes bijna per definitie corrumperend. Dat Bono niet ontkent dat hij zich christen voelt, zij het niet gebonden aan kerk of organisatie, maakt het voor de seculiere geesten onder zijn gehoor alleen maar erger. Als het weekblad Time je dan ook nog tot dé band van de jaren tachtig bombardeert, is het natuurlijk helemaal mis. Ook een intellectuele croonersband als R.E.M. uit Athens, Georgia heeft dat nu, na tien jaar nijvere en ten lange leste lonende, arbeid moeten ervaren.

Bono zal deze kritiek, die zichzelf tot avant-garde heeft uitgeroepen, pas jaren later treffend antwoord geven. “Het begint een beetje te vervelen. Je hoort ze zeggen: we spelen alleen maar in clubs. Mooi hoor. Een jaar later is het: we doen nu wel de grote zalen, maar aan stadions beginnen we niet. Gggrrrhh! Het zijn altijd de kids uit de betere milieus die dat roepen. De arbeiders- en zwarte jongeren hoor je dat nooit zeggen. Het is een bourgeois verschijnsel. Het definieert je bijna als bourgeois,” aldus Bono in een vraaggesprek met Alan Light dat dit voorjaar ook in het Nederlandse blad Oor is verschenen.

U2 voelt zich er niettemin ongemakkelijk mee. Want op elke toernee eind jaren tachtig is het weer raak: vechtpartijen voor de poort om de kaartjes en binnen in de stadions een publiek dat elk woord van Bono opzuigt als het evangelie. U2 is met zichzelf op de loop gegaan, zoals de videoclip "Where The Streets Have No Name' (over een onaangekondigd straatoptreden van U2 in Los Angeles dat de politie tot wanhoop brengt) uit 1987 laat zien. Aan het publiek is de ambivalentie van Bono's godsdienstigheid niet meer besteed. Als Bono zegt dat het weliswaar “beter is om dronken te worden van de Heilige Geest maar dat Jack Daniels soms toch handiger is”, wordt hij door de fans niet gehoord. De aanstekers ontsteken, daar gaat het hen immers om. ""Don't believe the devil, I don't believe his book/ but the truth is not the same without the lies he made up/ Don't believe in forced entry, I don't believe in rape/ but everytime she passes by, wild thoughts escape” ("God Part II'), dat is hen te ingewikkeld. Zoals ook zijn politiekere songs makkelijker zijn als je ze mag interpreteren als eenduidige aanvallen op het "huichelachtige Amerikaanse imperialisme' ("Bullet The Blue Sky') of wat dan ook.

Boze wolf

“Het succes was als een grote boze wolf. De politie-escortes, de limousines enzovoort, ik was gewend het lastig te vinden. Nu vind ik het grappig, maar je moet eerst wel van het ritje genieten, het is een trip,” aldus Bono.

Het is een klassiek probleem. Naarmate een popgroep groter wordt, wordt het publiek, naar wiens liefde de musicus eerst nog heeft gesmacht, meer en meer een vijand. Het omarmen van al die tienduizenden fans voor de dranghekken, waar Bono een handje van heeft, helpt dan niet meer.

Veel collega-sterren in de jaren tachtig hebben de oplossing voor dit probleem gezocht in nog meer stunts en trucs, in een optreden voor MTV Unplugged, of ze hebben zichzelf wijs gemaakt dat je op je ouwe dag nog terug kunt naar de kern. Zoals David Bowie die met zijn groep Tin Machine garagerock dacht te kunnen maken voor zijn eigen zoon.

U2 daarentegen besluit het contra-offensief te openen. Dat gebeurt in eerste instantie via podium-grappen. Bono creëert een alter ego, "The Fly', die door zijn sterallures niet eens meer de schijn van eerlijkheid hoeft op te houden. Dit typetje moet de leegheid van het sterrendom verbeelden, dat je ego niet simpelweg "oppompt maar doet explodereren.'

De wijze waarop U2 vervolgens van het fenomeen videoclip gebruik gaat maken, completeert de breuk. De meeste clips van de late jaren tachtig/vroege jaren negentig speculeren op de onvervulde seksuele fantasieën van de kijker. Kortje rokjes, hoge hakken, fraaie boezems en bed-bewegingen zijn daarbij de ingrediënten die een soort anonieme geilheid moeten suggereren. Het enige verschil met een 06-lijn is dat je door de snelheid van de montage geen tijd gegund wordt om de aldus opgeroepen gedachten af te maken. U2 daarentegen begint dat ijzeren patroon meer en meer om te draaien. De clips refereren juist niet aan het ritme van het onderbuik, ze roepen vooral verwarring op. Van het drieluik sex, drugs and rock 'n' roll houden zij alleen het laatste in ere.

Deze aanval op henzelf en het eigen publiek vindt in 1991 zijn weerslag in het album Achtung Baby, opgenomen in Dublin en de Hansa-studio's te Berlijn, een studio die ooit door de nazi's is gebruikt als ballroom voor ideologisch reine walsmuziek. Dat U2 juist die Berlijnse plek opzoekt, past in het mensbeeld van de band. “Het is gewoon een gebouw. Okee, met de nodige symboliek. Maar je zou die gebouwen juist moeten opeisen, ze terug moeten stelen,” aldus The Edge in het Britse muziektijdschrift Vox van deze maand.

Dit optimisme is voor gedegen krantelezers soms ergerniswekkend. Maar het lukt U2 wel om via Achtung Baby nieuwe wegen in te slaan. Zowel de fans als de cynici zijn meteen verslagen. Ten dele omdat U2 samen met het producerstrio Steve Lillywhite, Brian Eno en Daniel Lanois er in slaagt om de beginfase van de groep en de succesperiode in één greep te nemen en zo iets nieuws te bieden. Maar ook omdat er een wel zeer fraaie soul-schlager op staat: "One'. "Love is temple/ love is the higher law/ You ask me to enter/ but then you make me crawl/ One love/ one blood/ one life/ You got to do what you should/ carry each other.' Het schijnt over aids te gaan. Het zal best. Maar het nummer is ook zonder die wetenschap hartverscheurend. Net als het klassieke liefdeslied "So Cruel'. Want laat er geen misverstand over bestaan, rock 'n roll is allereerst een cliché. Wie zichzelf dat niet gunt, kan beter naar minimal music blijven luisteren.

Corrupt

De pointe van Achtung Baby is echter niet alleen de muzikale balans tussen verleden en heden. De onrust die er tussen de groeven doorklinkt, illustreert eveneens de algemene angst die zich na de val van de Berlijnse muur van Europa heeft meester gemaakt. Sterker, in zekere zin is U2 met deze plaat politieker geworden dan ze ooit is geweest. “Ik heb het altijd vrij kortzichtig en link gevonden om alle politici af te schrijven als corrupt,” zoals Bono het zegt in het vraaggesprek met Alan Light. “Voor mij is het tegenovergestelde van liefde niet haat maar onverschilligheid.”

Na het verschijnen van Achtung Baby kondigt Bono aan dat dit niet het einde is van de weg terug. Op het podium wordt The Fly daarom vervangen door een nieuw alter ego: MacPhisto. Het nieuwe album, het deze maand ook in Nederland uitgebrachte Zooropa, gaat in veel opzichten eveneens een stapje verder. U2 heeft zich met deze plaat nu helemaal op het continent gestort, op het Europa dat zich als een dierentuin gedraagt. "Zooropa... Vorsprung durch Technik/ Zooropa... be all that you can be/ Be a winner/ Eat to get slimmer.'

Het idee is niet nieuw. Duitsland en Europa zijn de afgelopen 25 jaar voor menig popmusicus een bron van inspiratie geweest. David Bowie, David Byrne (Talking Heads), Joe Jackson en vele anderen hebben na hun dertigste verjaardag dezelfde gedachte gehad. Maar U2's Zooropa is daarmee niet krachteloos geworden. Integendeel. De muziek is breder geworden dan ooit. U2 heeft het hele scala van beschikbare klanken durven jatten: van Lenins favoriete muziek, via onversneden soul tot rap en Prince-achtig gegrom. Zooropa is daardoor geen concept-elpee geworden, zoals dat in de jaren zestig/zeventig heette, maar een album vol chaos waarin privéleven en maatschappelijkheid dwars door elkaar heen lopen. Anders dan hun oudere voorgangers proberen de vier van U2 de reflectie op het verleden en de angst voor het heden bovendien niet als een loden last te dragen. In de woorden van The Edge: “Ik ben nogal optimistisch over de positieve acties in Duitsland. Dat gebeurt nou niet bepaald in al die andere landen in Europa die onder hetzelfde lijden. Wij hebben hier in Ierland de IRA. Dat zijn fascisten en wellicht zelfs beter georganiseerd dan de neo-nazi's. Ik denk dat we ermee moeten ophouden om over deze mensen in heimelijke tonen te praten. We zouden om ze moeten lachen. Ik zou het Olympisch Stadion in Berlijn roze willen schilderen.”

Het lijkt ironie. Bono zelf bevestigt dat beeld ook met graagte. Hij vindt U2 grappig en zelfrelativerend. Dat nu vergt enige verbeeldingskracht. Ook Zooropa is namelijk allerminst lollig. U2 was altijd bloedserieus en is dat nog steeds. En als ze het al geinig bedoelen, dan nog is de kans groot dat de fans die de band op handen dragen, dat niet zo begrijpen. U2 zelf mag zich dan hebben afgewend van het sterrendom, voor de trouwe liefhebbers vertolken Bono, Edge, Clayton en Mullen nog altijd dé waarheid. In die zin is U2 met Zooropa in de voetsporen getreden van de groten in de na-oorlogse popmuziek: van John Lennon, Mick Jagger, Jimi Hendrix en Bruce Springsteen. Maar er is ook een verschil. Anders dan deze voorgangers is U2 erin geslaagd een kwartet te blijven. Mede dankzij deze eenheid is U2 inderdaad de "greatest rock 'n' roll band on earth' van nu geworden. Want in U2 komen het individualisme van de rock 'n' roll der jaren zestig en het materialisme van het laatste decennium bijna organisch samen met die nooit te overwinnen nostalgie naar de collectiviteit van de gemeenschap. U2 is zo bij machte gebleven de tijdgeest te onderkennen en kan hem juist daarom ontkennen.