Tuinbouwsector groeit, aantal boeren daalt sterk

DEN HAAG, 30 JULI. Het areaal van de Nederlandse tuinbouw, zowel op de open grond als onder glas, is dit jaar opnieuw gegroeid. Het aantal landbouwbedrijven en de totale oppervlakte aan landbouwgrond in de EG en in Nederland is daarentegen de afgelopen tien jaar gedaald. Dit blijkt uit voorlopige uitkomsten van de Landbouwtelling 1993 van het Centraal Bureau voor de Statistiek en een onderzoek van het Europees Bureau voor de Statistiek, Eurostat.

De oppervlakte voor tuinbouw op de open grond nam met 1 procent toe tot 102.000 hectare. Spruitkool blijft het populairste gewas, witlof, sla en winterwortels rukken op. De oppervlakte voor de verbouw van augurken werd opnieuw gehalveerd en bedraagt nog slechts 70 hectare tegen meer dan zeshonderd hectare in 1986.

De oppervlakte voor tuinbouw onder glas nam toe met bijna 2 procent in vergelijking met vorig jaar. Vooral de paprikateelt werd fors uitgebreid, voor tomaten daarentegen werd aanzienlijk minder plaats ingeruimd. Beide gewassen kampen momenteel met uiterst lage opbrengstprijzen, waardoor veel tuinders in financiële moeilijkheden dreigen te raken. Ook nam voor het eerst in tien jaar de teeltoppervlakte van champignons af. De boomkwekerij groeide van 9.000 hectare naar 10.000 hectare. Voor fruitbomen steeg de oppervlakte eveneens licht terwijl de oppervlakte voor bloembollen daalde.

Het aantal tuinbouwbedrijven in Nederland daalde sinds 1980 met ruim drieduizend stuks tot 17.206 in 1992. In totaal nam het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Nederland in die periode af van 144.994 tot 120.936. Daarvan houden bijna 80.000 bedrijven zich bezig met veeteelt en 15.000 met akkerbouw.

Uit het onderzoek van het Europees Bureau voor de Statistiek dat eerder deze week werd gepubliceerd blijkt dat in de EG het aantal boeren de afgelopen tien jaar sterk is verminderd. Het aantal boeren daalde met bijna 10 procent tot 16,9 miljoen in 1990, het aantal landbouwbedrijven met 13 procent tot 8,2 miljoen. In dezelfde periode nam ook het landbouwoppervlak af, zij het slecht met 1,4 procent. Hierdoor nam de grootte per bedrijf met gemiddeld 1,6 hectare toe. In totaal beschikt de Gemeenschap nu over ongeveer 115 miljoen hectare landbouwgrond. Een kwart hiervan ligt in Frankrijk.

De gemiddelde grootte van een landbouwbedrijf is het kleinst in Portugal, Italië en Griekenland en het grootst in Groot-Brittannië, Denemarken en Luxemburg. Nederland ligt aan kop wat betreft de opbrengst per hectare en de opbrengst per arbeidskracht, gevolgd door België en Italië. Ierland, Spanje en Portugal zijn de hekkesluiters op dit terrein. De Europese Gemeenschap telde in 1990 een bevolking van 343 miljoen mensen, 80 miljoen runderen, 105 miljoen schapen, 96 miljoen varkens en 952 miljoen kippen.