Schransen

Voor het manneke met de piekharen staat een bord met een stuk taart. Dat vindt hij veel te weinig. Gretig kijkt hij naar het midden van de tafel. Het is zo'n schrokop dat hij de hele taart in één keer in z'n mond kan stoppen. Misschien doet hij het straks ook nog. Het meisje met het zwarte haar lacht. Zij vindt het allemaal best.

En wat heeft hij daarvoor gegeten? Konden we dat maar zien. Pannekoeken, gehaktballen, gebraden eend? Wat het ook was, hij heeft het in een oogwenk naar binnen gewerkt.

En wat at jij gisteravond? En wat at je eergisteren en vorige week? Weet je het nog? Probeer het eens op te schrijven, ik wacht wel.

Je weet het meeste nu al niet meer? Toch heeft het recht voor je neus gestaan. De Franse schrijver Georges Perec heeft eens opgeschreven wat hij in een bepaald jaar at. Het werd een lijst van tien bladzijden, zoveel had hij geschranst. En toch zag hij er tenger uit.

Ik denkt dat Perec op het idee van zo'n eetdagboek is gekomen door foto's die vroeger wel in Amerikaanse tijdeschriften stonden. Die waren schitterend om te zien. Je zag een gemiddeld Amerikaans gezin, meestal een vader, een moeder en twee kinderen. Die hielden bij wat ze elke dag aten. Aan het eind van het jaar werden ze met al dat voedsel gefotografeerd.

Dat werd natuurlijk opnieuw uit allerlei winkels gehaald. Daar stonden ze tussen kratten bier, flessen melk en stapels broden. Boven hun hoofd hingen grote hammen en kaalgeplukte vogels, kippen, eenden, patrijzen. Op de grond stonden tientallen potjes pindakaas, potjes jam, busjes met peper en zout en probeer het zelf maar te verzinnen.

Of schrijf het op, net als Perec. Schrijf op wat je het komende jaar nog eet. Doe het in een apart schrift. Als het af is sta je versteld en je denkt: onmogelijk dat ik dat allemaal heb opgegeten.

En gedronken natuurlijk.