Scherpe kritiek EG op duur betalingsverkeer

ROTTERDAM, 30 JULI. Geld overmaken tussen twee verschillende EG-landen duurt soms lang, is duur en voor de consument vaak ondoorzichtig. Dit zijn de conclusies van een onderzoek dat gisteren door de Europese Commissie is gepresenteerd.

De Commissie laakt de belemmeringen binnen het Europese betalingsverkeer, maar tracht de banken vooralsnog zonder dwang tot inkeer te brengen. “Deze resultaten vragen om directe actie”, zei EG-commissaris Vanni d'Archirafi, doelend op besprekingen met banken en consumentenorganisaties.

Een onderzoeksbureau gaf 34 banken in de twaalf lidstaten in totaal duizend betalingsopdrachten van elk 100 ecu (220 gulden). Daarbij werd uitdrukkelijk gesteld dat alle kosten voor rekening van de verzender moesten komen.

Eén bank presteerde het om drie betalingen niet binnen de twintig weken die voor het onderzoek waren uitgetrokken, te verrichten. Gemiddeld duurde een overschrijving 4,6 werkdagen, hetgeen de Commissie redelijk vindt. In één geval duurde het 70 werkdagen.

In 42,5 procent van de transacties bleek dat, ondanks de uitdrukkelijke instructies, ook bij de ontvanger kosten in rekening werden gebracht. Hierdoor liepen de gemiddelde kosten op tot 53 gulden. Gemiddeld betaalde de verzender voor de overschrijving iets meer dan 44 gulden, overigens uiteenlopend van 31 tot 73 gulden.

De klant bleek bij 68 procent van de onderzochte banken geen enkele geschreven informatie over de grensoverschrijdende betaling te krijgen. Indien informatie beschikbaar was, beperkte zich dat meestal tot de tarieven. Over de benodigde tijd voor uitvoering van de betaling werd alleen bij uitzondering schriftelijk informatie gegeven. (ANP, AP)