Oma Toetje

Witte chocola of kauwgom of een zak met dropjes,

negerzoenen, lollies, toffees, zuurstokken of hopjes,

pindarotsjes, spekkies of een joekel van een paasei,

of dat prik- en tikkelpoeder met de smaak van aardbei,

snoepmuizen, citroenballen, bonbons met een kersepit:

't is heerlijk dat oma zo'n grote snoeptrommel bezit,

maar dat is niet het enige waarom ik van haar houd.

Wat dacht je trouwens van een cola en dan ijs, ijskoud?

En warme appeltaart, of appelbol, of appelflap?

En o, een griesmeelpuddinkje met room en bessesap?

En krentekoekjes, poffertjes, of hete rijstebrij?

Ja, elke keer maakt oma toe zo'n jum-jum-lekkernij.

Haar peertjes met kaneel, vanille-ijs met chocola,

en wentelteefjes, wafels, tutti frutti, gele vla,

en kersenvlaai, en pruimentaart, o oma, wat een toetjes!

Het lekkerst zijn de flensjes die ze bakt, zo dun als vloetjes.

En 's avonds kijken we heel lang en laat naar die programma's

met van die rare echtparen en ziekenhuizendrama's.

Thuis vinden ze de televisie meestal saai en dom,

maar oma en ik niet, wij lachen ons er tranen om.

Bij oma krijg ik geen moment de kans me te vervelen,

want ook de raarste spelletjes, die wil ze met me spelen.

Ze schrijft bijvoorbeeld met een vinger woorden op mijn rug,

in spiegelbeeld, of op zijn kop, heel langzaam of juist vlug.

Laatst schreef ze TRESSED; nou, daar had ik echt nooit van gehoord.

Ze zei me dat ik het graag in mijn mondje had, dat woord,

dat het alleen wat sjieker klonk, maar net zo lekker smaakte.

Toen was het zo gepiept dat ik er dus DESSERT van maakte.

Ze zeggen: Jongen, poets toch goed, dat snoepen is verkeerd.

Maar oma heeft mij mooi mijn eerste woordje Frans geleerd.