Nostalgie

Zo, de heer Ruts wil weer hogerop. Naar een wereld van fatsoen, van wuivend gras, van tafelgenoten die elkaar ongevraagd het brood doorgeven. Weg uit de ruwe camaraderie van het voetbal, ver van de rauwe kreten in de tribunes. De bijna ex-voorzitter van PSV kan geen potige uitspraken meer horen. Hij is uitgekeken op de waaier van handtastelijkheden in het kruis, bij elke vrije trap in de buurt van de zestien meter. En ook: ieder competitie-weekend Berry van Aerle moeten omhelzen, eens wordt het te veel.

Het verlangen naar droge lippen, naar fluweel in de bek werd ondraaglijk. Kijkend naar de Portugese hemel, op een avond in mei, wist de heer Ruts ineens: "Ik word te week voor deze wereld. Het is tijd om uit de rol van schizofrene dubbelganger te treden. Een man van zestig met nog de kamferreuk van de catacombe in jas en oksel roept graafwespen af over de eigen staatsie. Dat moet ik me zelf niet aandoen.' Een droom later liep de PSV-voorzitter langs een erehaag van voile-hoedjes, niet meer van bezwete koppen.

Jacques Ruts presenteerde zijn vertrek als een academische bekering. Het klonk niet overtuigend maar er zijn omstandigheden dat een mens tevreden moet zijn met het antwoord dat iemand geeft. Veel tijd voor gepeins was er trouwens niet. Na de voorzitter nam de trainer het woord, ook over de zonnige toekomst van PSV. Het griezelgehalte van De Mos is hoger dan dat van Ruts. Als ik deze coach zie moet ik steeds weer aan Vietnam denken. Aan een kop die uit een napalmwolk komt gevallen. Of uit een vlammenwerper.

Ook de sportmaatschappij druipt van nostalgie naar charismatische leiders. Deze tijdgeest is PSV, in al het tumult van onderhuidse branden, kennelijk ontgaan. Van alle infra-wezens die in De Mos rondwaren, is er niet een dat appeleert aan een supplément d' âme of een anderszinse rimpeling van licht. Van Gaal heeft nog een vliesje verlokkelijke geheimzinnigheid. Als hij spreekt ontstaat tenminste iets van een Kafkaäanse nevel. Nog mooier is de gespeelde nonchalance van Van Hanegem: in woord en gebaar zo onthecht als een visgraat maar van binnen een en al flamenco als hij in de verte nog maar een cornervlag ziet wapperen. Zowel Van Gaal als Van Hanegem bepalen mede het gezicht van hun club. Die weelde zit bij De Mos niet in het pakket. Hij is veeleer litteken dan oogschaduw.

PSV heeft dus nog een probleempje. De club moet op zoek naar een mooie kop. Naar een gezicht dat warm en wervend is. Romario met zijn exotische samba's, doelpunten en grillen maakte in het verleden veel goed. Maar deze virtuoos - de rechtstreekse gezant van God - werd weggetreiterd. Kieft? De sensuele waaierigheid die uit zijn kop barst blijft herkenbaar, dat zeker. Maar Willem is moe en cynisch. De liefde van PSV is te lui geweest voor deze zigeuner die zijn blues in Eindhoven alleen kwijt kan aan het kerkhof van de wind. En: Willem wil niet meer, zoals De Mos, van truc naar truc leven.

Het gezicht, de etiquette, de verheffing die PSV nodig had ligt, als in was gegoten, bestorven in Frank Rijkaard. Ze hebben hem laten terugkeren in de warme schoot van moeder Ajax, die Brabantse sukkels. Nog wel voor 1,4 miljoen gulden. In termen van relatie-management is dat geen misverstand meer, dat is een doodzonde. Rijkaard had voor PSV gezichtsbepalend kunnen zijn. Ambitieus en verschemerd, wat voor een voetballer een uitzonderlijke combinatie van schoonheid is. Geoefend in een leven met veel bezit en weinig doel en juist daarom de turbo die het Philips-adagium van "laten we in vrede rusten' voorbij kon flitsen met zijn gesluierde aandrang om altijd en overal te willen winnen.

Ik zag hem op de persconferentie van Ajax. Verveeld nippend aan een glaasje champagne. Zijn diepere stem riep om pils en om Stan Valckx. Van Os en Van Praag horen dat soort dingen niet. Frenkie bleef drinken en glimlachen. Zijn ogen zochten een landschap ná de neutronenbom: Valkenswaard in de winter. Met Frank Arnesen als een stip op de horizon, die steeds dichterbij kwam.