Nieuw corruptieschandaal Italië treft politieke top

ROME, 30 JULI. Het Italiaanse corruptie-onderzoek heeft gisteren een nieuwe mijlpaal bereikt met de kennisgeving aan vrijwel alle leidende politici uit de periode 1988-90 dat zij worden verdacht in de affaire-Enimont, waarbij voor tweehonderd miljoen gulden aan smeergeld is betaald.

De zaak Enimont wordt hiermee het grootste corruptieschandaal. Vorige week, toen duidelijk werd dat een direct betrokkene was gaan praten tegenover de Milanese justitie, hebben twee hoofdrolspelers in deze affaire zelfmoord gepleegd.

Ook de bomaanslagen dinsdagnacht in Milaan en Rome zijn in verband gebracht met Enimont, de mislukte chemische joint venture tussen de staatsholding Eni en het particuliere bedrijf Montedison, onderdeel van de Ferruzzi-groep. President Scalfaro zei hierna dat de bommen Italië niet bang mochten maken voor de onthulling van de namen van de verdachten, hoe prominent ze ook zijn.

Op basis van de informatie van drie topmanagers van Montedison, Giuseppe Garofano, Carlo Sama en Pino Berlini, beschuldigt de Milanese justitie vrijwel alle toppolitici van betrokkenheid. De helft van de tweehonderd miljoen gulden smeergeld is volgens de reconstructie van de justitie gegaan naar Bettino Craxi en zijn socialistische partij. Een vertrouweling van Arnaldo Forlani, indertijd partijsecretaris van de christen-democratische partij, kreeg dertig procent. Steekpenningen lopend van honderdduizenden guldens tot enkele miljoenen zijn volgens de justitie gegaan naar Claudio Martelli, toen de tweede man bij de socialisten; Paolo Cirino Pomicino, indertijd minister van begroting; en de leiders van de drie kleine partijen. Ook Gabriele Cagliari, de voormalige president van de Eni die vorige week dinsdag zelfmoord heeft gepleegd, heeft volgens de justitie smeergeld ontvangen.

De betrokkenen hebben allen de beschuldigingen ontkend. Craxi heeft gezegd dat hij nooit geld van Montedison heeft gehad. In een gesprek met het weekblad Panorama zei hij slachtoffer te zijn van intimidatie en bedreigingen. “Als het zo doorgaat, komt er een dag dat ik besluit niemand meer tot last te zijn.”

Giulio Andreotti, in 1990 premier, is de enige toppoliticus uit die periode die niet voorkomt op de lijst van verdachten die gisteren bekend is geworden. Cirino Pomicino was zijn vertrouweling. Ook een andere verdachte, Bruno Pazzi, ex-president van het orgaan dat toezicht houdt op de Milanese beurs, hoort tot de kring van Andreotti.

Op basis van de getuigenverklaringen valt nu een voorlopige reconstructie te maken van de affaire Enimont. Nadat hij veel geld had verloren op de graanbeurs van Chicago besloot Raul Gardini, president van de Ferruzzi-groep en van Montedison, rond 1988 zijn kaarten op de chemie te zetten. Met de staatsholding Eni bereikte hij een akkoord over de vorming van een joint venture tussen Montedison en Enichem, de chemische poot van de energieholding Eni. In deze fase heeft hij naar schatting twintig miljoen gulden aan smeergeld betaald.

Beide partijen hadden een belang van veertig procent in Enimont, maar Gardini begon op de beurs de resterende aandelen te kopen en kondigde begin 1990 aan dat hij de controle had verworven over Enimont. Dit leidde tot fel verzet vanuit de regeringspartijen. Na een impasse van een paar maanden werd Montedison uit Enimont uitgekocht voor 2,8 biljoen lire, toen ongeveer 4,2 miljard gulden. Dat bedrag lag 900 miljoen gulden boven de geschatte waarde van het belang van Montedison. Volgens de Milanese justitie is een aanzienlijk deel van dit bedrag als smeergeld teruggegaan naar de top van de socialistische en de christen-democratische partij.

Raul Gardini kreeg ruzie met de familie Ferruzzi omdat hij zich, ondanks het betaalde smeergeld, fel had gekeerd tegen de regeringspartijen. Gardini zei dat de partijen nooit de chemie zouden willen privatiseren omdat dit een melkkoe is.

De familie Ferruzzi heeft Gardini volgens Garofano verweten niet alle politici te hebben betaald. Aan de vooravond van de parlementsverkiezingen in april vorig jaar, toen het Milanese smeergeldonderzoek al twee maanden liep, is toen besloten (Gardini was al weg) ook aan een aantal kleinere partijen en aan politici als Martelli smeergeld te geven.

In het voorjaar heeft Castellani, een topambtenaar op het ministerie van Staatsdeelneming dat toen ad interim werd geleid door Andreotti, zelfmoord gepleegd. Gardini sloeg vorige week vrijdag de hand aan zichzelf, toen duidelijk werd dat Garofano, die vijf maanden voortvluchtig is geweest, was gaan praten. Vier dagen later, toen duidelijk werd welke omvang het Enimont-schandaal zou gaan krijgen, ontploften de bommen.