Na de Bundesbank

DE TOEKOMST van de Europese monetaire samenwerking hangt aan een zijden draad na het besluit van de Bundesbank op zijn laatste bijeenkomst voor het zomerreces om het belangrijkste Duitse rentetarief niet te verlagen.

De Duitse centrale bankiers, waarbij de vertegenwoordigers van de deelstaten de behoudende meerderheid vormen, hebben hun monetaire rechtzinnigheid om de binnenlandse inflatie te bestrijden, zwaarder laten wegen dan het risico dat het Europese monetaire stelsel (EMS) elk moment uit elkaar kan spatten. Van de breed geventileerde verwachtingen in de financiële markten dat de Duitse rente ter wille van de rust in het EMS vrijwel zeker verlaagd zou worden, trok de Bundesbank zich niets aan. Dergelijke oproepen werken averechts op de bankiers in Frankfurt, die hun afkeer van publicitaire druk uit de politiek, markten, media of het buitenland met een bijna masochistisch genoegen blijven bewijzen.

Na het oordeel van Frankfurt hebben de financiële markten vrij spel om te speculeren tegen de zwakke munten in het wisselkoersmechanisme van het EMS. Terwijl de aanvallen op de Deense kroon, Franse franc, Spaanse peseta, Belgische frank en Portugese escudo aan kracht winnen, zijn de schaarse Europese centrale banken die hun munt in het wisselkoersmechanisme nog niet bedreigd zien, gedwongen om voor miljarden de zwakke munten te ondersteunen. Het is de vraag of het Europese monetaire stelsel deze zoveelste aanslag op zijn spankracht sinds september vorig jaar zal overleven. De politieke droom van een Europese monetaire unie tegen het einde van de eeuw, het pronkstuk van het verdrag van Maastricht uit 1991, is vervangen door de realiteit van een monetaire splijtzwam.

ALS DE FRANSE FRANC gedwongen wordt de vaste koers met de D-mark op te geven of als Frankrijk besluit de franc uit het wisselkoersmechanisme van het EMS te halen (zoals vorig jaar september met de lire en het pond gebeurde), luidt de doodsklok voor het Europese Monetaire Stelsel in zijn huidige vorm. Tien jaar Franse monetaire politiek om lage inflatie en wisselkoersstabiliteit te bereiken, zijn dan vergeefs geweest. Andere bedreigde munten zullen waarschijnlijk volgen en wat dan resteert aan monetaire samenwerking in Europa is een D-mark-gulden blok. De politieke kater in Frankrijk zal enorm zijn, de Frans-Duitse as in de EG komt onder nieuwe druk en de Franse werkloosheid van de afgelopen jaren, gerechtvaardigd onder verwijzing naar een "franc fort', is dan met terugwerkende kracht een overbodig offer gebleken.

ZES FAMEUZE Amerikaanse economen hebben deze week opgeroepen het stelsel van vaste wisselkoersen in de EG los te laten. Ze zijn van mening dat bestrijding van de sociaal explosieve werkloosheid met goedkoop geld de voorkeur verdient boven krampachtig vasthouden aan vaste wisselkoersen. De huidige koppeling in het EMS aan de D-mark vergelijken ze met het keurslijf van de gouden standaard die zo fataal bijdroeg aan de deflatie in de jaren dertig. Deze vergelijking gaat niet op: in de jaren dertig dwong de gouden standaard tot feitelijke vermindering van de hoeveelheid geld die in omloop was. Op het ogenblik pompen overheden met snel oplopende financieringstekorten enormen hoeveelheden geleend geld in de nationale economieën. Juist die overheidstekorten dwingen de centrale banken tot hun krap-geldbeleid.

Niettemin is de vraag gerechtvaardigd of het wisselkoersmechanisme van het EMS tegen de huidige crisis is opgewassen. De oorzaak van deze crisis ligt in de volstrekt veranderde economische omstandigheden in West-Europa sinds 1990. Het EMS, opgericht in 1978 en versterkt in de jaren tachtig, was evenmin als welke andere instelling ook voorbereid op de Duitse eenwording.

De hereniging van Duitsland heeft de positie van de ankermunt in het EMS, de D-mark, voor een aantal jaren drastisch veranderd.

Een stelsel van stabiele wisselkoersen kan slechts functioneren bij gratie van een betrouwbare, standvastige ankermunt. In de na-oorlogse periode was dat de dollar, totdat Amerikaans monetair avonturisme in 1971 leidde tot het opblazen van het stelsel van Bretton Woods. In het EMS vertolkt de D-mark de rol van ankermunt. Maar nu de Duitse begroting uit het lood is geslagen door de miljarden-transfers naar de vroegere DDR, het Duitse overschot op de betalingsbalans is weggesmolten en de inflatie tot voor Duitsland onacceptabele hoogte is opgelopen, heeft de Bundesbank vanzelfsprekend de taak de economie weer op het rechte spoor te krijgen met een monetair beleid van hoge rente. De overige EMS-landen ondergaan daarvan de gevolgen, omdat hun munten in koers vrijwel geen speelruimte ten opzichte van de D-mark hebben.

De suggestie voor Frankrijk of andere landen om tijdelijk uit het EMS te stappen, gaat voorbij aan de kern van het probleem: de monetaire nasleep van de eenwording, niet alleen voor Duitsland maar voor heel West-Europa. Verschillende andere oplossingen zijn daarom denkbaar. Eén is om enige tijd een grotere flexibiliteit in het EMS toe te staan, omdat de huidige smalle marges niet opgewassen zijn tegen de noodzaak van hoge Duitse rente. Een andere oplossing is om de Duitse mark voor de periode waarin Duitsland de aanpassingen aan de eenwording verwerkt, uit het wisselkoersmechanisme te halen. De resterende landen zullen dan nieuwe afspraken moeten maken, ook als die neerkomen op een gezamenlijke devaluatie.

WEINIGEN HEBBEN de historische dimensie van de Duitse eenwording op de Europese Gemeenschap kunnen overzien. Op monetair terrein moet desondanks het streven naar zo groot mogelijke stabiliteit van de wisselkoersen bewaard blijven en niet ten onder gaan in een golf van financiële speculatie en politieke verbittering. Het is daarom beter om te kiezen voor aanpassingen dan om gelaten te wachten op de ondergang.