Mao was een seksmaniak; Gesprek met de Chinese schrijver Gu Hua

“Wij Chinese schrijvers zien ons omringd door zoveel ellende en zoveel duisternis, dat we ons onbewust verplicht voelen om, in naam van de rest van het volk, ons beklag te doen,” zegt de in Canada wonende Gu Hua. Onlangs zorgde hij voor opschudding met zijn boek "Mao en zijn vrouwen'. Mao wordt er in afgeschilderd als een seksmaniak en een machtswellusteling. Het boek is in China verboden maar desondanks wordt het daar wel gelezen.

Gu Hua: Het dorp Hibiscus. Vert. Marc van der Meer. Uitg. Ambo, 253 blz, ƒ 29,50.

-: De Tuin der Literaten. Vert. Marc van der Meer. Uitg. Ambo, 460 blz., ƒ 39,50.

“Mao Zedong is tegenwoordig weer razend populair in China. Er verschijnen talloze boeken over hem. Maar de meeste schrijvers stellen zich veel te bescheiden op. Mao is God voor hen. Hun verhalen zijn een mengsel van nostalgie en verafgoding. Geen van allen durft de waarheid, de historische feiten op te schrijven.”

De Chinese schrijver Gu Hua spreekt zijn woorden langzaam en duidelijk uit. De belangrijkste passages herhaalt hij een paar keer, uit angst dat mij iets zal ontgaan. Af en toe kijkt hij opzij naar zijn Nederlandse vertaler die bij het gesprek aanwezig is, alsof hij bevestiging zoekt. Zo is het toch? Als wij dan beiden ijverig knikken, vervolgt hij zijn betoog. Gu Hua (pseudonym van Luo Hongyu, geboren in 1942 in de Chinese provincie Hunan, sinds 1988 woonachtig in Canada) is een van de bekendste moderne Chinese prozasten. Hij heeft 24 werken op zijn naam staan, waarvan er twee in het Nederlands vertaald zijn, Het dorp Hibiscus en De tuin der literaten. Het eerste boek beschrijft een Chinese dorpsgemeenschap tijdens de woelige naoorlogse politieke campagnes. Het tweede richt zich op de situatie van Chinese studenten en intellectuelen in de periode vlak voor de Culturele Revolutie.

Recent heeft hij voor de nodige opschudding gezorgd met zijn boek Mao en zijn vrouwen. Het lijvige werk, dat oorspronkelijk in afleveringen in een aantal Taiwanese en overzees-Chinese kranten verscheen, is een radicale poging om Mao te ontmythologiseren. Het doet gedetailleerd verslag van zijn talloze seksuele uitspattingen. Gu Hua beschrijft bijvoorbeeld hoe Mao zijn eigen schoondochter verleidt en de adoptief-dochter van zijn trouwe premier Zhou Enlai verkracht. Tegelijkertijd geeft het boek inzicht in de voortdurende machtsstrijd binnen de Communistische Partij en de talloze machinaties achter de schermen.

Het boek is in China vanzelfsprekend verboden, maar ook voor veel overzeese Chinezen, vooral als ze in China zijn opgevoed, is de inhoud schokkend. Er blijft maar weinig over van het idee dat Mao en de Partij in ieder geval in het begin nog het beste met China voor hadden. Mao wordt consequent afgeschilderd als een seksmaniak en machtswellusteling en de overige partijleiders zijn kruiperige opportunisten, die voortdurend hun eigen belang boven dat van het volk stellen. Met name de door Gu Hua gepleegde karaktermoord op de nog altijd zeer geliefde ex-premier Zhou Enlai moet veel Chinezen aan het denken zetten.

Het boek is in een documentaire stijl geschreven, maar de schrijver geeft zichzelf ook regelmatig het woord, meestal om de nadruk te leggen op de immoraliteit van Mao's handelen. Daarbij valt op dat alle meisjes die door Mao verleid of verkracht worden, als volstrekt onschuldig worden beschreven, terwijl Mao zich, misbruik makend van zijn goddelijke imago, als een soort Grote Boze Wolf likkebaardend op hen stort.

Militair genie

Als ik dit onderwerp tegenover Gu Hua ter sprake breng, verwacht ik de nodige tegenwerpingen, maar ik vergis me. “Mijn boek over Mao is een geromantiseerde biografie. Het is bedoeld als een geschiedenisboek, dat de waarheid vertelt over Mao en de andere partijleiders. De vele vrouwen in Mao's leven heb ik gebruikt als invalshoek, als een rode draad die door het verhaal loopt.”

Het heeft Gu Hua jaren gekost om al het materiaal te verzamelen, vooral omdat alles mondeling moest gebeuren. Er was niemand die dergelijke onderwerpen durfde op te schrijven. Hij vertelt dat hij al van jongs af aan in Mao genteresseerd is. “Hij is een cultureel, historisch en politiek fenomeen, dat je moet bestuderen als je iets van de moderne Chinese geschiedenis wilt begrijpen. Ik beschouw Mao als een revolutionaire held, als een militair genie, en als een eminent kenner van de Chinese traditionele cultuur en literatuur.

“Als ik hem een seksmaniak noem, doe ik dat om hem uit te lachen, niet om op hem te schelden. Hij heeft China weten te veranderen. Ten goede of ten slechte, dat is een andere vraag, maar hij heeft verandering gebracht. Hij bezat een uitermate complexe persoonlijkheid. Tot aan zijn dood toe bleef hij loyaal aan zijn oude vrienden, medestudenten en kameraden, zelfs al hoorden ze bij de Kuomintang. Maar als ze zijn status en macht in gevaar brachten, kende hij geen genade.”

Mao was volgens Gu Hua geen socialist of communist. “Je zou hem een nationalist kunnen noemen. Hij hechtte grote waarde aan de Chinese culturele traditie en maakte er ook gretig gebruik van. Zijn politieke en militaire tactieken haalde hij uit de klassieke Chinese romans. Hij hield de andere partijleiders onder de duim door middel van een uitgebreid spionagenetwerk. Alle secretarissen en lijfwachten van de andere leiders stonden onder zijn bevel en moesten regelmatig verslag bij hem uitbrengen. Dat had Mao geleerd van de keizers van de Ming-dynastie, die precies hetzelfde deden.

“Op die manier was hij de anderen altijd een stap voor. Zelfs na de Grote Sprong Voorwaarts en de daaropvolgende hongersnood, toen Mao's politieke positie wankelde, wist hij te voorkomen dat de anderen hun krachten tegen hem zouden bundelen. Ze hebben Mao nooit doorzien. Ze hebben er geen moment aan gedacht dat hij hen weg zou willen werken, wat hij tijdens de Culturele Revolutie uiteindelijk heeft gedaan.

“Mao had verstand van vechten, maar van economie snapte hij geen bal. Hij heeft er een potje van gemaakt. Collectivisering van de landbouw, Grote Sprong Voorwaarts, volkscommunes, noem maar op. Altijd maar moesten de bestaande produktieverhoudingen doorbroken worden en het kapitalisme in de kiem gesmoord en het moest ook altijd op stel en sprong gebeuren. Hij had geen benul van het verband tussen produktie en produktiemiddelen. Mao beschouwde het Chinese volk als een kudde schapen. Zijn schapen. Hij joeg ze iedere kant op die hij wilde.”

Hongerdoden

Na de dood van Mao heeft de partijleiding verklaard dat hij 30 procent slecht en 70 procent goed was. Wat zouden uw percentages zijn?

“Je haalt twee dingen door elkaar. De Chinese Communistische Partij heeft voor Stalin die 70-30 verhouding bedacht. Over Mao hebben ze zoiets nooit gezegd. Hij heeft wel zelf gezegd, toen hij nog leefde, dat hij zijn eigen cijfers op 80-20 schatte. Maar dat is allemaal onzin natuurlijk. Hoe kun je een mens nu in procenten uitdrukken?”

Maar vind u dat hij meer fouten dan verdiensten heeft gehad?

“Dat hangt er maar vanaf wat je uitgangspunt is. Voor de Communistische Partij waren zijn verdiensten enorm. Hij heeft de partij de macht gegeven over een gigantisch land waar 55 verschillende volkeren wonen en haar dusdanig strak georganiseerd dat ze die macht kon behouden. Zijn verdiensten voor het volk en voor de geschiedenis zijn minder duidelijk. Misschien is het nog te vroeg om daar een oordeel over te geven. Eigenlijk moet de partij eerst maar eens de cijfers openbaar maken. Ze weten ongetwijfeld precies hoeveel mensen er onder het bewind van Mao zijn omgekomen. Ze beweren dat er tijdens de hongersnood die volgde op de Grote Sprong Voorwaarts [officieel niet daardoor, maar door natuurrampen veroorzaakt, MH] 30 miljoen mensen doodgehongerd zijn. Ik geloof het niet, het moeten er veel meer zijn, als je ziet dat in sommige provincies al 5 of 6 miljoen doden waren. De cijfers zitten ongetwijfeld in het Partij-archief en ik ben ervan overtuigd dat ze schrikbarend hoog zijn. Geen enkele Chinese keizer heeft zoveel mensen de dood ingejaagd als Mao Zedong. Het gebeurde wel niet rechtstreeks op zijn bevel, maar wel ten gevolge van politieke campagnes die alleen hij kon ontketenen.”

Hoe denkt u dat de Westerse lezer op uw romans reageert? Is er een verschil met de Chinese lezer?

“Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Ik weet dat sommige van mijn romans, onder andere Het dorp Hibiscus, in Amerika en Canada als lesmateriaal op universiteiten worden gebruikt. Niet alleen voor colleges Chinese literatuur, maar ook voor Chinese sociologie en moderne Chinese geschiedenis. Ik denk dat er niet zo'n groot verschil is. Iedere lezer kan meeleven met de onfortuinlijke levensloop van mijn hoofdpersonen, en een traan voor hen plengen. De Chinese lezer zal meer besef hebben van de concrete sociale en politieke omstandigheden die al die rampspoed teweeg brengen. Als ik schrijf, denk ik er overigens geen moment aan voor wat voor soort lezers ik dat doe. Het komt van binnenuit, het is de drang om dingen die ik zelf voel of weet op papier te zetten.”

Over uw boek "De tuin der literaten' schreven Nederlandse critici dat het zeer informatief was waar het de concrete historische achtergrond betrof, de slechte behandeling van Chinese studenten in een werkkamp voor "heropvoeding door arbeid', maar dat het artistiek tekort schoot. De personages waren te vlak, alle studenten waren "good guys', alle partijkaders "bad guys'.

“Niemand is natuurlijk 100 procent goed of slecht. De mens is een ingewikkeld, samengesteld geheel. Iemand kan drie of vier persoonlijkheden hebben. Hij kan een goede vader of echtgenoot zijn, maar tegelijkertijd tijdens politieke campagnes zijn collega's of ondergeschikten op de meest gruwelijke wijze behandelen. Binnen de "revolutionaire realiteit' tonen veel mensen zich van hun "onmenselijke' kant. Ik vind de kritiek in dit geval wel terecht. De tuin der literaten was het eerste boek dat ik buiten China schreef. Ik was er zo op gebrand om het onrecht, de Chinese intellectuelen aangedaan, naar buiten te brengen [wat in China onmogelijk zou zijn geweest, MH] en ik kreeg daarvoor zoveel verhalen aangedragen door het leven zelf, dat ik er niet aan ben toegekomen om de personages uit te werken.”

De juiste weg

Wijst het verlangen om misstanden aan de kaak te stellen er ook niet op dat literatuur in China een andere rol vervult dan in het Westen?

“Literatuur is in China een veel belangrijker drijfveer voor maatschappelijke verandering. Na het verschijnen van Het dorp Hibiscus ontving ik drie graanzakken vol brieven, van mensen van alle leeftijden, uit alle maatschappelijke lagen, inclusief partijkaders, en uit alle provincies, behalve de provincie Taiwan (lacht). Al die briefschrijvers hadden zich op de een of andere manier herkend in de hoofdpersonen van het boek en zich hun lot aangetrokken.”

Legt dat geen grote verantwoordelijkheid op schrijvers?

“De verantwoording die op onze schouders rust is heel zwaar. Misschien zelfs te zwaar. Chinese schrijvers doen al eeuwenlang hetzelfde. In de klassieke traditie werden literaire teksten geacht om "de juiste Weg (Tao) te wijzen', wat volgens mij betekent dat literatuur moet strijden voor rechtvaardigheid. In de hele Chinese literatuurgeschiedenis zie je dat verschijnsel: schrijvers stellen namens het gewone volk misstanden aan de kaak, en gaan dus in de clinch met de overheid. Het is niet zo dat ik die traditie bewust voortzet. Ik kan gewoon niet anders, en vele moderne Chinese schrijvers met mij. Wij zien ons omringd door zoveel ellende en zoveel duisternis, dat we ons onbewust verplicht voelen om, in naam van de rest van het volk, ons beklag te doen.”

Is de Communistische Partij daarom zo bang voor schrijvers? Of is het geen kwestie van angst?

“Er is wel degelijk angst. Men is bang voor schrijvers die de schaduwkanten van de maatschappij openbaar maken. Uit angst dat het gewone volk erdoor wordt benvloed. Dat is natuurlijk onzin. Iedereen kan zelf zien wat de partij heeft aangericht, dus waarom zou je er niet over mogen schrijven?

Het begon al bij Mao. Al zijn politieke campagnes begonnen met aanvallen op schrijvers, die bedekte kritiek op hem of het systeem geleverd zouden hebben. Ze zijn overigens nog meer bezorgd om film. Filmscripts worden aan een strenge censuur onderworpen. Toen Het dorp Hibiscus werd verfilmd, was het script uit voorzorg al een slap aftreksel van de roman, maar toch werd het bijna niet goedgekeurd, omdat in 1987 de normen verscherpt waren in het kader van de Campagne tegen Bourgeois-Liberalisme. Er werd een speciale schrijversgroep [een van overheidswege ingestelde commissie van gezagsgetrouwe literatoren, MH] opgericht om kritiek te leveren.''

Is het zo langzamerhand geen sport om de censuur te omzeilen?

“Aan de ene kant wel. Je moet het zien als een plantje dat in een spleet tussen twee stenen groeit. Het heeft zich in allerlei bochten moeten wringen om het daglicht te kunnen zien. Chinese schrijvers beschikken over een hoog ontwikkeld arsenaal aan technieken om zo'n proces tot een goed einde te brengen. Aan de andere kant is het ook vreselijk deprimerend, omdat je nooit de kans krijgt om je gevoelens en gedachten voor 100 procent eerlijk op te schrijven.”

De schrijver Zhang Xianliang (in Nederland bekend als X.L. Zhang) heeft gezegd dat alle Chinese schrijvers van zijn leeftijd prachtige verhalen kunnen bedenken, omdat ze tijdens de Culturele Revolutie zoveel zelfkritieken hebben geschreven. Ze weten precies hoe ze de waarheid moeten verdraaien om de lezer naar de mond te praten. Deelt u die mening?

“Zhang Xianliang is een hele goede schrijver. Binnen onze generatie is hij degene die het meeste te lijden heeft gehad. Hij heeft in totaal twintig jaar in gevangenissen en werkkampen doorgebracht. Maar hij heeft wel een tegenstrijdig karakter. Zijn boeken zitten altijd vol met citaten uit het werk van Marx. Daar heeft hij nogal wat kritiek op gehad. Men had de indruk dat hij Marx gebruikte om zichzelf te beschermen. Wat die opmerking van hem betreft: ik vermoed dat het als grap bedoeld was, al zit er natuurlijk een kern van waarheid in. Bij goede schrijvers komen zelfs de verzinsels waar over, terwijl bij slechte schrijvers zelfs waargebeurde dingen verzinsels lijken.”

Toen u aan "De tuin der literaten' begon, moet u geweten hebben dat het boek in China niet door de censuur zou komen. Hoe rijmt u dat met uw eerder genoemde verantwoordelijkheid jegens de "gewone Chinees'? Die zal het boek nooit te zien krijgen.

“Dat is niet helemaal waar. Het boek mag in China niet worden uitgegeven, maar er zijn al lang exemplaren het land binnengesmokkeld. Een oude vriend van me uit Peking heeft het gelezen en me daarna een lange brief geschreven, waarin hij zei dat hij hoopte dat er ooit een dag zou komen dat dit boek in China zou mogen worden gepubliceerd. Voor die dag heb ik het, denk ik, ook geschreven.”

Van de Chinese literatuur die in het Nederlands vertaald is, is het proza, van uzelf en van X.L. Zhang en Zhang Jie, zeer realistisch en politiek-kritisch, terwijl de poëzie, van mensen als Duoduo en Bei Dao, veel indirecter is en a-politiek. Waar ligt dat aan?

“In de eerste plaats is het een kwestie van leeftijd. De romanschrijvers die je noemt zijn van middelbare leeftijd. Ze hebben alle politieke campagnes meegemaakt en zijn van iedere campagne het slachtoffer geweest. Wij zijn de gelukkige overlevenden en we voelen ons verantwoordelijk om de geschiedenis van die periode op te tekenen. De dichters zijn een stuk jonger. De enige politieke beweging die zij bewust meegemaakt hebben is de Culturele Revolutie. Ze waren toen eerst enthousiaste Rode Gardisten waarna ze door Mao naar het platteland zijn gestuurd. Hun kennis van de Communistische Partij is gebaseerd op die ervaring. Maar vergis je niet: ook Bei Dao heeft een zeer diepgaand begrip van de wijze waarop de Communistische Partij de menselijke aard onderdrukt en vervormt, en van de pijn die dat met zich meebrengt.

“De jongere romanschrijvers in China neigen veel meer naar het modernisme. Het verschil tussen realisme en modernisme is voor mij een kwestie van techniek. De drijfveer is in beide gevallen dezelfde. Literaire creatie komt voort uit een primitieve, irrationele impuls, die wordt verschaft door het leven zelf. De drang om iemands verhaal te vertellen. Fictie en fantasie zijn belangrijk, maar ondergeschikt aan die ene primitieve impuls. Ik word pas rationeel als ik over de structuur van een roman ga nadenken. Dan ben ik volkomen helder. Maar zodra ik begin te schrijven, wordt de rede uitgeschakeld.”

Als u zou moeten kiezen: uw romans worden in honderd talen vertaald en u krijgt de Nobelprijs (Hij lacht: “Onmogelijk!”), maar uw boeken blijven voor altijd verboden in China, of u wordt razend populair in China, maar de rest van de wereld trekt zich niets van u aan. Wat koos u?

“China.”