Koek, snoep en speelgoed voor gewonden uit Bosnië

ROME, 30 JULI. Met hun ogen knipperend tegen de zon stappen ze uit het vliegtuig. Bleke, ingevallen gezichten, sommigen nieuwsgierig rondkijkend, anderen wat angstig. Zeven gewonde Bosnische moslims zijn gisteren door de Nederlandse luchtmacht opgehaald in Sarajevo om verder te worden verpleegd in Italië.

Het is het eerste van wat een reeks transporten van zieken uit Sarajevo moet worden. De Nederlandse luchtmacht heeft hiervoor twee F-27's ter beschikking gesteld van het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties. De toestellen zijn ingericht als ambulancevliegtuigen, met een compleet medisch team, en kunnen maximaal twintig patiënten vervoeren.

Twee kleine kinderen zoeken de veilige hand van hun moeder, die met hen is meergereisd. Langs de laaddeur achter de vleugel worden twee brancards voorzichtig uit het vliegtuig getild. De ziekenwagens staan klaar om hen verder te brengen. Maar de vertegenwoordiger van het Italiaanse Rode Kruis die hen ontvangt, wil dat ze even naar binnen worden gedragen om daar voor het oog van de camera's een plastic zak met wat welkomstgeschenken in ontvangst te nemen. Een pak koekjes, wat snoep, een stukje speelgoed voor de kinderen. De patiënten, zes kinderen en een volwassene, zitten om de brancards heen. Er worden wat woorden van dank gemompeld, maar duidelijk is dat hun hoofd naar wat anders staat, naar de medische behandeling die hen te wachten staat. Na een paar minuten mogen de patiënten gaan, naar de medische behandeling die ze in Bosnië niet meer konden krijgen.

“Het gaat om patiënten die in Sarajevo een eerste behandeling hebben gehad, maar daar niet meer verder konden worden geholpen”, vertelt arts-majoor Van der Meulen. “Er is een patiënt met een gecompliceerde beenfractuur links en rechts. Een andere patiënt is vanaf het bekkenniveau verlamd. Iemand heeft een kogel in zijn hoofd, maar hij kan nog gewoon lopen. Een ander heeft een scherf in zijn schedel. Er is een jongen met een bovenarmfractuur met zenuwletsel, en iemand met een tumor, een gezwel in het hoofd die in Joegoslavië geen schijn van kans had.”

De zieken worden in Sarajevo geselecteerd door het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen. De zeven patiënten van gisteren zullen worden behandeld in gespecialiseerde klinieken in Rome, Bologna, Siena en Milaan. Italië heeft aangeboden nog meer zieken op te nemen, en volgende gewondentransporten kunnen ook naar Duitsland gaan.

Majoor Van der Meulen vertelt dat deze eerste vlucht zonder problemen is verlopen. “De mensen waren opgelucht dat ze weg konden”, zegt hij. “De meesten vlogen voor de eerste keer en hebben, op een vreemde manier, van hun vlucht kunnen genieten.”

De F-27 is helemaal wit gespoten. Achter de vleugel is het ronde embleem met de Nederlandse driekleur zichtbaar, maar op de staart en onder de vleugels staat met zwarte letters UN, United Nations. Maar ook al zijn het humanitaire missies, vliegen in oorlogsgebied blijft gevaarlijk. “Vlak voor het vliegveld is er kans op geweervuur, en er is natuurlijk altijd kans dat er ergens onderweg een infrarood-geleid projectiel wordt afgeschoten”, zegt majoor Zuurbier, gezagvoerder van de F-27.

Hij wijst op de bescherming daartegen: een grote bak onder het toestel, waarin een radar zit die moet signaleren of er een raket op het vliegtuig wordt afgevuurd. Achter de vleugel is een doos bevestigd met enkele tientallen flares, een soort hittekogels die hittezoekende wapens op een dwaalspoor moeten brengen.

“Tegen geweervuur is niets te doen natuurlijk”, zegt Zuurbier. “Maar 's morgens krijgen wij een briefing over de situatie op het vliegveld. Toen wij weggingen was het vliegveld groen, zoals men dat noemt. En op het vliegveld worden regelmatig rapporten gemaakt over wat men aan geweervuur in de omgeving heeft gemerkt. Verder dragen we scherfwerende vesten die iedereen in het vliegtuig aandoet. En we proberen om zo steil mogelijk binnen te komen en ook om zo steil mogelijk te vertrekken.”