Joost Zwagerman

Joost Zwagerman: De mooiste vrouw ter wereld. Uitg. Exponent, p/a Menno Wielinga, De Lynbaan 54, 9781 LP Bedum. 20 blz. Prijs ƒ 95,- (gebonden)/ ƒ 25,-(ingenaaid).

In zijn essay over de Maximalen, vorig jaar verschenen in Bzzlletin, probeerde Joost Zwagerman te inventariseren wat ”onze vrolijke strooptocht door het literaire landschap' zoal had opgeleverd. Ook stelde hij zich, aan het slot, de vraag hoe het de maximale dichters in de toekomst zou vergaan. Zwagerman hield een slag om de arm: ”Intussen vermoed ik dat de maximale dichter in zekere zin altijd een outsider zal blijven'. Voor hemzelf lijkt dat inmiddels ook op te gaan: binnen zijn eigen oeuvre is de maximale dichter Zwagerman al enige tijd alleen als outsider aanwezig. Zijn tweede en voorlopig laatste bundel, De ziekte van jij, publiceerde hij alweer vijf jaar geleden.

In de marge, bij de Bedumse uitgeverij Exponent, verscheen nu De mooiste vrouw ter wereld: een kleine bundel met zes nieuwe gedichten, in een oplage van 160 exemplaren (waarvan 30 in een gebonden luxe uitvoering, voorzien van een door de auteur met de hand geschreven gedicht). Over de toekomst van de dichter Zwagerman geven ze weinig uitsluitsel, want de zes gedichten verschillen nogal van elkaar. Wat ze gemeen hebben is een zekere prozasche dictie en een zekere onbegrijpelijkheid. Sprookjes lijken het wel, vreemde sprookjes. Zo zit de vrouw uit het titelgedicht in een hemelblauwe regenton voordat zij er met een accountant vandoor gaat. Haar man (”de mooiste man ter wereld', vanzelf) blijft alleen achter, vindt onder in de regenton een oude ruzie, vouwt de ruzie uit en bestrooit deze met ”veren, vlinders en confetti'. Daarna gaat hij op zijn zij liggen en steekt ”mijn marsepeinen duim/ in mijn marsepeinen mond.' Waardoor het vermoeden opkomt dat in de toekomst niet alleen de maximale dichters, maar ook hun lezers ”in zekere zin altijd een outsider zullen blijven'.