J.C. Bloem

J.C. Bloem en H. Marsman. De bewaard gebleven brieven. Bezorgd, toegelicht en voorzien van een nawoord door Bart Slijper. Uitg. Umbra, p/a Hans Hartsuiker, Postbus 6178, 9702 HD Groningen. 64 blz. Prijs ƒ 32,50.

”Neen, men ondervindt hier weinig onaangenaams van den oorlog, tot nu toe', schreef H. Marsman op 2 mei 1940 vanuit Bourgondië aan J.C. Bloem. De toon was monter. Marsman hoopte dat de oorlog op afstand zou blijven en snel voorbij zou zijn: ”Ik denk dat wij na den oorlog eerst een pied-à-terre zoeken in een iets gecultiveerder (-) omgeving'. Maar hij sloot niets uit: ”Daarna komen wij een tijdje naar Holland; tenminste - als dat er dan nog is.' Holland was er na de oorlog nog wel, maar Marsman niet meer: hij overleed in juni 1940 toen hij probeerde Frankrijk te ontvluchten. Zijn laatste woorden aan Bloem zijn onbedoeld cynisch: ”P.S. hart. gelukwenschen voor den 10den mei!'. Bloem zou op 10 mei 1940 zijn drieënvijftigste verjaardag vieren, maar had die dag vermoedelijk wel iets anders aan zijn hoofd.

Deze brief is de enige van Marsman aan Bloem die bewaard is gebleven. Hij is samen met tien brieven van Bloem aan Marsman (uit de jaren 1929-1940) opgenomen in een mooi uitgaafje van de nieuwe uitgeverij Umbra. Erg spectaculair is de correspondentie niet, maar dat viel van Bloem ook niet te verwachten. Toch vinden we hier twee nog niet eerder gepubliceerde gelegenheidsverzen en enkele rake opmerkingen over poëzie, naast enkele minder rake opmerkingen over politiek (”de Volkenstrontbond' en zo) en geregeld geklaag over geld, werk en het leven: ”Een leven als nu heb ik nog nooit gehad, zoo hopeloos en volslagen waardeloos. Ik ben op en er is niets meer aan te doen, want de wonderen zijn, althans voor zoover ik heb kunnen merken, de wereld wel uit.'

Bezorger Bart Slijper haalde eruit wat erin zat, door alle elf brieven van zoveel mogelijk achtergrond te voorzien: met een inleiding, veel verklarende voetnoten, facsimile's, een verantwoording, een register en een mooi verhelderend nawoord van maar liefst twaalf pagina's.