Het Griekenland waarvan een Chinees droomt

Een jaar of tien geleden vertelde een Chinese vriendin mij een droom: een grote bus stopt midden in de woestijn; de passagiers springen eruit en beginnen als gekken in het zand naar gouden munten te zoeken. Kijkend naar de woestijn, die blakert in het zonlicht, vraagt ze: “Waar zijn we?” Het antwoord luidt: Griekenland.

Is dat het Griekenland waarvan een Chinees droomt? Het Griekenland waarnaar ik al jaren verlang, is een land waar dichters bidden oog in oog met de zon en de zee. Onlangs is mijn oude droom uitgekomen, en heb ik mij kunnen laven aan de marmeren runes, de stokoude, knoestige olijfbomen, de ezels in het zonlicht, de smetteloos witte huizen, de azuurblauwe zee en de gigantische wijnflessen, die je op de arm moet nemen om te kunnen schenken. Dit was de bakermat van de Westerse beschaving. Ik voelde me zoals een westerling zich moet voelen wanneer hij voor het eerst de Chinese muur bestijgt. Het was allemaal zo intrigerend. Wisselen wij soms onderling onze dromen uit?

Maar wanneer ik luisterde naar de eindeloze stilte van het oude land, werd ik gedwongen om het alom aanwezige kabaal van motoren aan te horen; en als ik de machtige bouwwerken van weleer fotografeerde, moest ik ook de betonnen blokkendozen in de omgeving in beeld nemen. Vanaf de boot bezien leek Athene op een aaneenschakeling van rokende souvlaki's. Behalve op de Akropolis, wist ik dikwijls niet waar ik was. Was dit Amerika? Nee, het leek meer op China. Het lijkt er zelfs sprekend op. De runes zijn er nog, maar de geschiedenis is onderbroken. De klassieke cultuur vormt geen eenheid meer met de omgeving. Zij jaagt de moderne cultuur na. Het gevolg is dat de eilanden die hun oude aangezicht bewaard hebben, liggen te wachten op stromen toeristen die in allerijl wat foto's maken en daarna hun lege bierflessen, hun sigarettepeuken en hun condooms achterlaten...

Wie ziet hoe de resten van de geschiedenis langzaam verdwijnen, voelt slechts melancholie. Wat zou het prettig zijn als die oude dingen nog met ons zouden samenleven. Maar het enige wat we zien is hoe ze sterven, of hoe ze doorgaan met sterven nadat het archeologisch waardevolle veilig is opgeborgen. Meer dan eens ontdekte ik langs de weg schildpadden met verbrijzelde schilden waarin beestjes krioelden. Hopeloos spartelend met hun pootjes, kwijnden zij langzaam en pijnlijk weg in het zonlicht. Ik heb nog nooit zo'n hekel aan motoren en auto's gehad als toen ik in Griekenland was. Een Engelse toerist vertelde mij dat in Athene de auto's alleen maar om de andere dag mogen rijden. Daarom zorgen sommige mensen dat ze twee auto's hebben, een voor de even en een voor de oneven dagen.

In het oude theater van Epidavros ontmoette ik een Amerikaan. Hij ging met een Amerikaanse theatergroep naar Argos om een opvoering te verzorgen van Aristofanes' toneelstuk Lysistrata. Het stuk gaat over vrouwen die, omdat hun mannen almaar oorlog voeren, uit protest een seksstaking beginnen. Zo willen ze de mannen, die met stijve pikken over het toneel lopen, dwingen tot een wapenstilstand.

Toen ik keek naar de rijzige stenen poort op het eiland Naxos, besefte ik dat het zowel een monument van beschaving en creativiteit, als van oorlog en vernietiging was. Zo zit geschiedenis in elkaar. Een leven van louter rechtvaardigheid en vrede bestaat slechts in generatie op generatie van menselijk denken, maar niet in de geschiedenis. Terwijl ik oog in oog sta met het verleden, word ik ook geconfronteerd met het heden: in Griekenlands buurland Joegoslavië woedt de oorlog almaar voort, met wapens die, naar men zegt, worden geleverd vanuit een aantal westerse landen, waaronder Griekenland. Als ik daaraan denk, komt er een abrupt einde aan mijn sentimentele oude droom en flitst door mijn hoofd de laatste regel uit een gedicht van de Griekse dichter Giorgos Seferis:

waar men zoveel tijd besteedt aan het sterven