Geestige gedichten

O, reisgenoten op dit narrenschip. De geestigste gedichten uit vijftig nummers van De Tweede Ronde. Bijeengebracht en ingeleid door Jos Versteegen. Uitg. Bert Bakker, 92 blz. Prijs ƒ 15,-.

”O, reisgenoten op dit narrenschip': zo sprak Drs. P zijn collega-plezierdichters toe bij het in ontvangst nemen van de Kees Stip-prijs 1986. Natuurlijk was zijn dankwoord op rijm, en natuurlijk was het een formeel hoogstandje: 28 versregels met maar twee rijmklanken, -onde (De Tweede Ronde) en -ip (de Prijs van Stip). Natuurlijk was het grappig en natuurlijk kwam er ook een knorrige Vijftiger in voor die het er niet mee eens was. Want nog altijd bevinden plezierdicht en nonsensvers zich in de contramine, ook na dertien jaar en vijftig nummers van De Tweede Ronde, het enige tijdschrift waarin het lichte vers een vast podium heeft.

Bij het tienjarig jubileum verscheen er al een bloemlezing met ”gewone', zeg maar serieuze, gedichten uit De Tweede Ronde, onder de titel Achter gewone woorden. Ter gelegenheid van het vijftigste nummer maakte Jos Versteegen een nieuwe keuze, nu uit de rubriek ”light verse'. Ook Versteegen gaat in de verdediging. ”Is light verse literatuur?', vraagt hij in zijn voorwoord. Het polemische antwoord geeft hij zelf: ”Vast niet. Want light verse is leesbaar, geestig, to the point.'

Zo'n veertig dichters zijn hier bijeengebracht om zijn stelling kracht bij te zetten: behalve Drs. P en Kees Stip zijn dat onder anderen Jan Boerstoel, Hans Dorrestijn, Simon Knepper, Frank van Pamelen, Driek van Wissen, Willem Wilmink en Ivo de Wijs. Leesbaar? Dat zijn ze allemaal. Geestig? Er zijn in ieder geval veel grappen over drank, seks en religie bij. To the point? Het point waar nijver, via strakke versvormen, naar toe wordt gewerkt is meestal een woordspeling. Dit vers van J. van Lakerveld is er een aardig voorbeeld van:

Een man wiens kleine woordenschat

ik minstens op zes woorden schat

zegt tot de vrouw die hem bemint

als zij hem vraagt hoe hij haar vindt

”Ik heb daarvoor geen woorden schat'