Een Br

Op een ochtend zat de eekhoorn op de tak voor zijn deur en schreef een brief aan de mier.

Beste mier,

Het stuk schors waarop ik

schrijf is maar klein, maar

toch wil ik je graag een br

Na het woord br was het stuk berkeschors vol. De eekhoorn kon zijn naam er ook niet meer onder zetten.

Hij las de brief een paar keer over en vroeg zich af wat de mier van de brief zou vinden. Zou hij wel begrijpen dat een br geen br is, maar een brief? dacht hij. Hij aarzelde. Maar hij vond het zonde om de brief niet te versturen en gooide hem in de lucht. En de wind voerde hem mee.

Even later las de mier de brief van de eekhoorn. Toen hij hem uit had pakte hij een heel klein stukje berkeschors en schreef:

Beste eekhoorn,

Dank je wel voor je br

Hij zette zijn naam er niet onder en verstuurde hem meteen. En niet lang daarna las de eekhoorn die brief. Zijn hart bonsde en er verschenen dikke rimpels op zijn voorhoofd. Hij wist dus dat het mijn brief was, dacht hij. Maar wat zou hij met je br bedoelen? Misschien wilde hij wel schrijven: "Dank je wel voor je brief, maar ik wil je nooit meer zien.' of "Dank je wel voor je brabbeltaal, maar schrijf me voortaan een echte brief of anders niets.' of "Dank je wel voor je brutale onzin.'

De eekhoorn kreeg het koud en rilde. En haastig zocht hij in al zijn laden en hoeken tot hij nog een heel klein stukje berkeschors vond. Daarop schreef hij:

Mier, kom je langs? Eekhoorn.

En even later kreeg hij een briefje terug waarin stond:

Eekhoorn, ja. Mier.

Toen kon de eekhoorn zijn grootste pot beukenotenhoning uit zijn kast halen en alvast een bord voor de mier volscheppen. Want het zou niet lang duren voor zij daar naast elkaar zouden zitten en elkaar duizend en een dingen zouden vertellen die je toch nooit kon schrijven.