De werkelijkheid was heel anders

Iedereen die wil laten zien méér te hebben gelezen dan het Dagboek van Anne Frank, komt altijd met Bruno Bettelheim op de proppen, die vanaf 1962 verschillende essays over de Holocaust (die toen nog zo heette) en overleven heeft geschreven. Zo ook Max Pam in zijn artikel Het mausoleum van Anne Frank in deze krant.

Bruno Bettelheim is een in 1903 te Wenen geboren pedagoog, die in 1939 na een verblijf in de concentratiekampen Dachau en Buchenwald naar de Verenigde Staten kon emigreren. Hem alleen het predikaat "overlevende' te geven, zoals Pam doet, en niet diens emigratie te noemen, gaat mij wat ver.

Bettelheim stelt dat de meeste joden passief waren en passief bleven, terwijl toch duidelijk was dat Hitler meende wat hij zei. Zo zou het volgens Bettelheim vóór de oorlog ook vrij gemakkelijk geweest zijn voor joden om naar het buitenland te emigreren. Het was weliswaar de politiek van de nazi's om de joden tot emigratie te dwingen, met achterlating van hun bezittingen, maar dat betekende nog niet dat er voldoende plaatsen waren, waar zij welkom geheten werden.

Dat Bettelheim in 1939 naar de Verenigde Staten kon gaan, betekende nog niet dat alle joden konden ontsnappen; naar China of naar Cuba. Een visum werd dan ook alleen verstrekt als iemand (financieel) borg voor je kon staan. En het is toch logisch dat niet iedereen wilde vertrekken; Auschwitz was nog geen realiteit en men zag Duitsland in wezen als een beschaafd land.

Bettelheim verklaart de joodse passiviteit voor een deel uit wat hij "getto-denken' noemt; een passieve onderwerping en het buigen van het hoofd. Een bewijs voor zijn stelling denkt hij met name te vinden in het achterhuis, waar de familie Frank ondergedoken zat. Hij vindt dat je hun situatie moet vergelijken met die van andere ondergedoken joden in Nederland. Volgens hem maakten die, vanaf het moment van onderduiken, plannen voor vluchtroutes die ze zouden kunnen gebruiken als de politie hen op het spoor zou zijn. Met dit volstrekt onbewezen gedrag van "andere' joden - verder dan lezing van het Het Bittere Kruid van Marga Minco is hij niet gekomen - plaatst hij de familie Frank in een uitzonderingspositie.

De historische werkelijkheid is anders. Otto Frank vertrok al in 1933 naar Amsterdam om daar met zijn familie een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn oudste broer was in datzelfde jaar naar Engeland uitgeweken en zijn moeder naar Zwitserland. Hij heeft zich tijdens de oorlog actief ingezet tegen de Duitse maatregelen om de "arisering' van zijn bedrijf tegen te gaan. Bovendien heeft hij eind januari 1942 via de afdeling Emigratie van de Joodse Raad in Amsterdam gepoogd het land te verlaten. De jodenster werd begin mei ingevoerd en Margot Frank kreeg begin juli een oproep om zich bij de Zentralstelle te melden; het begin van de deportatie. Toen vertrok de familie naar de schuilplaats in het achterhuis aan de Prinsengracht.

En dit vindt Bettelheim en met hem Max Pam, een voorbeeld van passief optreden, van een mentaliteit van "getto-denken'. Het lijkt van volstrekt onvoldoende inzicht te getuigen in de omstandigheden waarin joden probeerden het vege lijf te redden, om zo'n standpunt vol te houden.