De romantiek van Konstantin Paustovskij; Geestelijk gul en permanent onrustig

Konstantin Paustovskij: Afscheid van de zomer. Vert. Wim Hartog. Uitg. De Arbeiderspers, 200 blz. Prijs ƒ 29,90.

Toen Konstantin Paustovskij (1892-1968) nog het Kiëvse gymnasium bezocht, schijnt zijn leraar psychologie hem gezegd te hebben: “Als je prozaschrijver wilt worden, moet je een grondige kennis van de poëzie hebben; niets verrijkt proza zozeer als poëzie.” Dat Paustovskij deze raad ter harte heeft genomen, viel al duidelijk af te lezen aan zijn autobiografie, in de jaren tachtig verschenen in de reeks Privé-Domein. Deze zes boeken, waarmee Paustovskij in Nederland razend populair werd, waren een combinatie van memoires en lyrische poëzie.

De poëtische kijk op het leven is wat mij, en ik denk ook veel anderen, het meest is bijgebleven van Verre jaren, Onrustige jeugd en alle andere delen van Paustovskij's herinneringen. Maar ook zijn verhalen zijn van lyriek doordrenkt. Je kunt de bundel Afscheid van de zomer op bijna iedere bladzijde openslaan, het is altijd raak. Het begint al met "Een paar losse gedachten', dat als voorwoord bij de bundel dient en voor een groot deel in beslag wordt genomen door een liefdesverklaring aan de romantiek: “Ik zal me blijven koesteren aan haar reinigende vuur, haar drang tot menselijkheid en geestelijke gulheid en haar permanente onrust.”

Bijna elk verhaal speelt zich af in de herfst, het meest lyrische van de vier jaargetijden. En meestal wordt de achtergrond gevormd door de natuur van Midden-Rusland, een natuur van druilerige berkenbossen, eindeloze rivieren en verstilde meren. Niets staat een weldadige melancholie in de weg, en wat de directe aanleiding is doet er verder niet zo veel toe. Het kunnen herinneringen aan vroeger zijn, zoals bij de marineofficier in het verhaal "Sneeuw', die terugverlangt naar zijn ouderlijk huis met het geknapper van kachels en de geur van berkerook. Bij Masja Klimova in "Wilde rozen' zijn het juist vage toekomstverwachtingen die zorgen voor een aangenaam romantische stemming. Het ene personage verlangt naar het verre en onbekende, het andere juist naar zijn geboortegrond. En soms wordt er helemaal niet verlangd of herinnerd maar alleen naar het landschap gekeken dat er bijvoorbeeld onder de eerste sneeuw uitziet als "een verlegen bruid'. Het is onmiskenbaar Paustovskij zelf - vermomd als een oude acteur - die in een van de verhalen zegt: “Alles rondom is vol poëzie. Gaat u daarnaar op zoek.”

Houtvestersdochtertje

Het ligt voor de hand dat het dus juist de gewone mensen en de gewone dingen zijn die Paustovskij beschrijft. Zijn personages zijn onopvallend, altijd goed of een beetje goed maar nooit echt slecht. Het zijn boeren, vissers, zeelui, kappers en postbodes. Ook wanneer er heel af en toe onverwacht een uitzonderlijk iemand opduikt, dan gaat het vooral om het eenvoudige, hartelijke, menselijke in die iemand. Zo verlicht Mozart met zijn pianospel de laatste ogenblikken van een stervende oude man en wordt Grieg geraakt door de ongereptheid van een houtvestersdochtertje en draagt hij aan haar een van zijn composities op.

Paustovskij zal nooit de psychologie van een personage uitdiepen; hij geeft slechts enkele kanten ervan aan, meestal alleen de goede. Want “misschien behoort het tot de taak van schrijvers, dichters en schilders juist het leven te bezingen als het allermooiste, het meest zinvolle wat er onder de zon bestaat”, zegt de ik-figuur in "Houtvesterij 273'. Het gaat Paustovskij om het mooie in iedere mens en vooral in de relaties tussen mensen onderling, tussen mens en natuur, tussen mens en kunst. Meestal zijn die relaties bij hem daarom een stuk minder ingewikkeld dan wat wij in het leven om ons heen zien. De intrige van zijn verhalen doet dikwijls wat naëf aan. Soms slaat de balans zelfs door en is het een regelrecht cliché, zoals in "Het telegram'. Nastja heeft een drukke baan als secretaris van de kunstenaarsbond in Leningrad en vindt al jarenlang niet de tijd om ook maar een brief te schrijven aan haar eenzame moeder in een ver dorp. Terwijl ze zich inspant voor een miskend kunstenaar en daarvoor veel lof oogst, sterft haar moeder, verzorgd en betreurd door slechts wat eenvoudige dorpsbewoners. Dan komt de dochter tot inkeer. Echt geen wonder van subtiliteit, maar het rare is dat dat weinig uitmaakt.

Bleke hemel

Het draait bij Paustovskij minder om wat hij zegt dan om hoe hij het zegt. En hij zegt het prachtig. Hij heeft een taalgebruik zo beeldend dat je het gevoel hebt aan de hand van de schrijver mee te zwerven door het land dat hij zo door en door kent. Je ziet de bleke hemel, ruikt de geur van vochtig gras en hoort het getik van de regen. Eigenlijk is de Russische natuur Paustovskij's belangrijkste personage. En dan niet als spiegel van de menselijke ziel, maar als domein van schoonheid en poëzie. Er is behalve Boenin, die overigens veel waardering had voor Paustovskij, waarschijnlijk geen schrijver te noemen die de Russische natuur zo treffend beschreef, en in zo'n zuiver Russisch.

Soms lijkt de wereld van zijn verhalen wel een sprookjeswereld, met die ongerepte natuur vol poëzie en muziek en met al die ongecompliceerde en ongehaaste mensen. Dat is misschien ook een van de redenen waarom Paustovskij altijd betrekkelijk ongestoord heeft kunnen schrijven terwijl de ene schrijver na de andere door de autoriteiten monddood of helemaal dood werd gemaakt. Als hij het al heeft over de actualiteit, bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, dan vooral om daar de zuiverheid van de natuur of de simpele oprechtheid van de gewone Rus tegenover te stellen. Paustovskij werd tijdens zijn leven soms verweten dat hij geen oog had voor de historische wetmatigheid en dat zijn helden waren afgescheurd van de maatschappij, maar het bleef bij wat gesputter van enkelingen. De meeste critici probeerden de schrijver het Sovjetkamp in te praten: Paustovskij beschreef, juichten zij krampachtig, de nieuwe, communistische verhoudingen tussen de mensen en de nieuwe, socialistische houding tegenover de natuur. Maar intussen voelde je dat zij hiermee alleen maar hun plicht deden en in feite net zo betoverd waren door zijn werk als iedereen. Ze staan trouwens - sommigen postuum - voor aap nu het socialisme in elkaar is gestort en Paustovskij's verhalen niet.

Toch heb ik, als ik moet kiezen, liever Paustovskij's memoires dan zijn verhalen, juist vanwege die soms wat geforceerde intrige. Paustovskij is onovertroffen wanneer hij beschrijft wat hij heeft gezien en meegemaakt: iets minder vind ik hem soms wanneer hij gaat verzinnen. Maar het verschil tussen beide is miniem, de grens vaag. Zoals de verteller zegt in "Houtvesterij 273': “Wie van ons geeft niet in zijn herinnering datgene wat hij beleefd heeft vorm met het onvervulde? Wie behoudt niet in zijn herinnering alleen het wezenlijke van wat hij beleefd heeft?”