"Cuba heeft zijn burgers opgegeven'

De Cubaan CARLOS ALBERTO MONTANER, leider van de Liberale Partij in ballingschap, gelooft dat de door Fidel Castro deze week afgekondigde "dollarisatie' een wanhoopspoging is om tijd te winnen. “Het politieke gezichtsverlies is veel groter dan de economische winst.”

MADRID, 30 JULI. Het besluit van de Cubaanse regering om de import en het bezit van harde valuta te legaliseren betekent een volledige breuk met de principes van het marxisme, al worden die met de mond nog wel beleden. Deze economische omwenteling, die inhoudt dat de dollar binnenkort het belangrijkste betaalmiddel op het eiland is, heeft op den duur ook politieke consequenties. Maar de regering-Clinton is niet van plan concessies te doen aan het regime van Fidel Castro, bijvoorbeeld door een opheffing van het handelsembargo, om de democratisering te bespoedigen.

Deze evaluatie van de jongste gebeurtenissen op Cuba maakt Carlos Alberto Montaner, leider van de Liberale Partij in ballingschap en één van de voorzitters van het Democratisch Platform, waarin de gematigde Cubaanse oppositiepartijen zich hebben verenigd. Montaner (50) is naast politicus ook uitgever, schrijver en journalist. Min of meer vooruitstrevende staatslieden zoals de Franse president Mitterand en het Mexicaanse staatshoofd Salinas de Gortari beschouwen hem al jaren als het beste aanspreekpunt van de Cubaanse gemeenschap in het buitenland. Sinds het aantreden van de nieuwe regering in Washington lijkt men ook daar liever met hem zaken te doen dan met de rechts-radicale miljonair Jorge Mas Canosa en zijn Fundación Cubano-Americano, die onder Reagan en Bush favoriet waren in het Witte Huis.

Montaner is net terug uit de VS voor besprekingen met de vroegere en de nieuwe onderminister voor Latijns-Amerikaanse aangelegenheden en met zijn oude vriend Bruce Babbit, tegenwoordig minister van binnenlandse zaken. Het verraste hem niet dat Fidel Castro afgelopen maandag spectaculaire maatregelen aankondigde om “de revolutie te redden”.

Niet alleen kan er binnenkort vrijelijk met dollars betaald worden, ook zullen de mogelijkheden voor geëmigreerde Cubanen om hun geboorteland en achtergebleven familie te bezoeken aanzienlijk worden verruimd en worden buitenlandse investeerders - en onder hen uitdrukkelijk ook de in de VS woonachtige Cubanen - met nieuwe faciliteiten aangelokt. Volgens Montaner zijn het wanhopige pogingen om tijd te winnen, waar geen doel of plan meer achter zit.

Wat zijn de gevolgen op korte termijn van de "dollarisatie'?

“Het is in de eerste plaats een manier om snel aan wat harde valuta te komen. Cuba heeft volgens een voorzichtige schatting een tekort op de handelsbalans van zes miljard dollar. Vijftig procent van de consumptie moet worden gemporteerd. Sinds 1986 worden geen buitenlandse schulden meer afbetaald. Als emigranten nu geld sturen en toerisme komen bedrijven zorgt dat voor enige verlichting, maar in mijn meest optimistische berekeningen kom ik niet verder dan één miljard per jaar. En het zorgt tegelijkertijd voor een enorme ontwrichting van maatschappij en economie.

“Er ontstaat een tweedeling op het eiland: aan de ene kant de burgers met familie in het buitenland en anderzijds de mensen die geheel op zichzelf zijn aangewezen. De families waarvan een deel is geëmigreerd, staan over het algemeen minder positief tegenover het regime. Trouwe communisten hebben het dus het zwaarst. Aan hen is bovendien al gevraagd om ontvangen dollars meteen om te wisselen tegen de waardeloze eigen valuta. Verder bestaat slechts vijf procent van de emigranten uit zwarten en kleurlingen, die op Cuba de helf van de bevolking uitmaken. De scheiding verloopt dus ook nog eens langs raciale lijnen. En wie gaat er nu nog in een fabriek werken voor pesos, terwijl je alleen met dollars aan voedsel en kleding kunt komen? Door twee soorten geld toe te laten, geeft Castro niet alleen het failliet toe van zijn economisch beleid maar verkoopt hij ook zijn idealen. Het politieke gezichtsverlies is veel groter dan de economische winst.”

Beseft hij dat niet?

“Ongetwijfeld. Maar hij kan geen kant op. Er is een acuut voedseltekort, het openbaar vervoer functioneert niet meer, de veelgeprezen gezondheidszorg zit in de problemen. Castro is altijd een opportunist geweest, die er nooit een probleem van heeft gemaakt om zijn koers honderdtachtig graden bij te stellen. Nu eens werd "de Nieuwe Mens' geprogameerd, dan werd hij weer afgeschaft. Het ene jaar mochten de boeren naar de markt, het volgende werd iedere vorm van particuliere handel verboden. De huidige situatie doet me denken aan het begin van de revolutie, toen Castro vrijheid predikte maar het communisme voorbereidde. De communistische partij van Cuba wantrouwde hem destijds zeer en eiste verkiezingen. Nu zegt hij geen perestrojka te willen en omarmt hij het kapitalisme.

“De Cubaanse staat heeft de pretentie opgegeven om voor de burger te kunnen zorgen. Een symbolisch breekpunt was het moment, vorig jaar, dat de burgers van de grote steden een kip cadeau kregen om thuis te verzorgen. Er was geen voer meer in de kippenfokkerijen. Die beesten overleefden natuurlijk niet in de flats van Havana en Santiago, maar het gebaar was duidelijk: de regering wilde de verantwoordelijkheid voor de beesten, en dus voor de crisis, bij de burger neerleggen. Ik voorspel dat de staatsboerderijen straks weer cooperaties worden en dat daarna de zelfstandige boeren terugkeren. Markten en kleine winkels worden ook weer toegestaan. Het positieve van dit alles is natuurlijk dat Castro heeft besloten om Cuba niet in zee te laten verdwijnen. De leus socialismo o muerte hoeven we niet serieus te nemen. Een bloedig einde van het Cubaanse experiment is nu onwaarschijnlijker dan twee jaar geleden.”

Zijn er niet ook tekenen die wijzen op een politieke liberalisering? Er is een nieuwe, jonge minister van buitenlandse zaken: Roberto Robaina. Er zijn politieke gevangenen vrijgelaten. De dissident Elizardo Sánchez kreeg zojuist toestemming om een buitenlandse reis te maken.

“Castro wil aan de macht blijven en daartoe houdt hij zoveel mogelijk wegen open. Robaina mist de ervaring van zijn voorganger Alarcón, die een eigen netwerk van contacten in het buitenland had opgebouwd. Door hem te benoemen houdt Castro persoonlijk nog meer greep op het buitenlands beleid, terwijl het lijkt of er een fris gezicht tevoorschijn is gekomen. De sociaal-democraat Elizardo Sánchez is vermoedelijk de kaart die Castro speelt voor het geval hij straks toch een oppositie nodig heeft. Hij mocht al eerder, in 1988, naar het buitenland en ook toen werd er van liberalisering gesproken. Maar na thuiskomst werd hij direct weer twee jaar gevangen gezet. Elke maatregel kan altijd weer worden teruggedraaid.”

Deze week vroeg The Washington Post president Clinton in een hoofdartikel het embargo te herzien. Staat er een beleidswijziging voor de deur?

“Ik geloof het niet. En ik beschik over directe informatie uit de beste bron. Voor de VS is er doodeenvoudig geen enkel strategisch voordeel meer verbonden aan opheffing van het embargo. Het doel van de regering-Clinton is voorlopig alleen maar de spanning onder de Cubaanse emigranten verminderen en het extremisme ontmoedigen.

Zoals elk jaar werd dit jaar op 20 mei, de Cubaanse nationale feestdag, een delegatie op het Witte Huis ontvangen. Jorge Mas Canosa, die graag met geweld een einde zou willen maken aan het communistische bewind, was voor het eerst niet meer uitgenodigd. Zijn aanhang slinkt ook in Florida, zo blijkt bij lokale verkiezingen. Maar Clinton zal niet ingaan op Castro's verzoek tot rechtstreekse onderhandelingen. Hij vindt dat Fidel eerst maar eens met zijn eigen oppositie moet praten. Ik ben overigens zelf ook niet voor het opheffen van het embargo, zonder dat daar Cubaanse concessies op het gebied van de politieke vrijheden tegenover staan. Dat zou er alleen maar toe leiden dat het bestaan van het huidige bewind nog wat wordt gerekt.''

Hoe snel, en hoe, verdwijnt het onder deze omstandigheden?

“De nieuwe economische ontwikkelingen en de stroom van bezoekers die nu loskomt zullen politieke gevolgen hebben. Ikzelf heb ook al een paspoort aangevraagd. Een opstand van de bevolking acht ik uitgesloten. Een interne machtsgreep is waarschijnlijker. Met name in het leger, dat nu fors wordt ingekrompen, heerst grote onvrede onder heel capabele mensen. Na de val van de Berlijnse muur dachten we allemaal dat ook Cuba snel zou veranderen. In 1990 zei ik: "Binnen twee jaar is het zover'. Maar Castro is taai en handig. Ik wil niet te vaak verkeerde voorspellingen doen. Toch durf ik nu wel opnieuw te zeggen, dat de omwenteling over twee jaar een feit zal zijn.”

Het centrum van ons melkwegstelsel, waargenomen op een golflengte van 20 cm met de Very Large Array in New Mexico. De radiostraling uit dit gebied is afkomstig van hete gassen en snelle elektronen en wijst op een roerig verleden. De centrale, spiraalachtige structuur heeft een diameter van ongeveer 13 lichtjaar. Precies in het midden er van bevindt zich de compacte radiobron Sgr A*.