Anne Frank is niet van gisteren

Max Pam passeert het Anne Frank Huis, ergert zich aan de lange rij bezoekers op het trottoir en keert ontdaan huiswaarts om daar een helaas niet al te doordacht artikel te schrijven, waarvoor NRC Handelsblad op zaterdag 24 juli vrijwel de gehele opiniepagina inruimde.

In de eerste helft van het artikel wordt gesteld dat de Anne Frank Stichting “de laatste tijd als producent van rotzooi naam begint te maken”. Om deze gedachte te ondersteunen, noemt de auteur enkele produkten van derden die volgens hem in naam of ter nagedachtenis van Anne Frank zijn gemaakt. Dit is echter een misvatting. Enige achtergrondinformatie over de produkten die de Anne Frank Stichting wèl maakt, is hier dan ook op zijn plaats.

De belangrijkste taken van de Stichting zijn voorlichting en educatie, waaronder het maken van lesmateriaal, publikaties en tentoonstellingen. De belangstelling voor deze produkten is nationaal en internationaal groot. Om enkele voorbeelden te noemen: de Anne Frank-kranten worden jaarlijks door ruim vijftig procent van de Nederlandse basisscholen gebruikt en zijn in diverse vertalingen verschenen; de eerste oplage van het boek "Feiten tegen vooroordelen' (25.000 exemplaren) was binnen een maand uitverkocht; de tentoonstelling "De wereld van Anne Frank' was in twintig landen te zien en heeft meer dan drie miljoen bezoekers getrokken.

Max Pam weet alleen een door ons geproduceerde film te noemen (de juiste titel is overigens "Een boek van dromen'), die door de media positief is ontvangen, met als uitzondering NRC Handelsblad-recensent Hans Beerekamp. Deze had een negatief oordeel over de film en achtte hem ongeschikt voor uitzending op de televisie. Ook hij kon zich echter nog wel wat voorstellen bij vertoning in het kader van de educatieve activiteiten van de Anne Frank Stichting. Gelukkig maar: daar is de film namelijk in eerste instantie voor bedoeld.

Wat Max Pam het meest dwars zit, is echter de filosofie van de Stichting. Voor alle duidelijkheid: de Stichting heeft ten doel het instandhouden van het Achterhuis en het uitdragen van de idealen die in het Dagboek van Anne Frank zijn nagelaten, en tracht dit te bevorderen door het bestrijden van vooroordeel, discriminatie en onderdrukking en door het streven naar een democratische samenleving. In het museum bijvoorbeeld wordt niet alleen informatie gegeven over de geschiedenis van Anne Frank, maar ook over hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van antisemitisme, racisme en extreem nationalisme.

Er wordt dus bewust een koppeling gemaakt tussen het verleden en het heden; wie ervan uitgaat dat de jodenvervolging een joods probleem was, heeft niets geleerd. In tegenstelling tot wat de heer Pam denkt, mondt die koppeling echter niet uit in een gemakzuchtige gelijkschakeling tussen nazisme toen en nu. Hij is van harte welkom in het museum om zich daarvan te vergewissen. Hij kan dan tegelijkertijd zien dat het onvolledige en geromantiseerde beeld dat sommigen van Anne Frank hebben, in het museum wordt bijgesteld.

Mensen uit de hele wereld blijken, net als de dochter van Max Pam, diep onder de indruk te zijn van het dagboek van Anne Frank. De stap om vanuit dit persoonlijke verhaal naar hedendaagse ontwikkelingen te kijken, blijkt voor velen klein te zijn. Met name Otto Frank, de vader van Anne Frank en de enige van het gezin die de oorlog heeft overleefd, wilde dat het dagboek een waarschuwing zou zijn tegen misstanden in het heden. Het moest geen dode letter blijven. Anne Frank schreef bijvoorbeeld: “Wat één christen doet, moet hij zelf verantwoorden, wat één jood doet, valt op alle joden terug.” Dit soort generalisaties en vooroordelen bestaan ook nu. Uit hun reacties blijkt dat mensen zich door het lezen van het dagboek en educatief materiaal, en door een bezoek aan het museum, inderdaad geprikkeld voelen om kritisch te kijken naar de ontwikkelingen in hun eigen omgeving, naar de manier waarop ze zelf zouden reageren in bepaalde situaties en welke keuzes ze dan zouden maken.

Max Pam vindt dat het museum niet zoals gepland moet worden uitgebreid, het moet juist worden ingekrompen.* Slechts een klein deel van de belangstellenden mag nog langskomen, op telefonische afspraak, om hun de kans te geven op een waardige manier het Achterhuis te bezoeken. De rijen op het trottoir zullen daardoor verdwijnen. Wat Pam kennelijk niet beseft, is dat deze rijen mede veroorzaakt worden door het feit dat de Anne Frank Stichting de mogelijkheid wil geven het huis rustig te bekijken en gezien het ruimtegebrek niet iedereen tegelijkertijd binnenlaat.

De auteur van "Het mausoleum van Anne Frank' gaat nog verder: wat hem betreft moet het Achterhuis losgekoppeld worden van het bestrijden van hedendaags racisme en het bevorderen van een multiculturele samenleving. Strijdbaarheid past immers niet bij Anne Frank en haar familie. Zij hebben in het Achterhuis hun "eigen kleine getto' gecreëerd. Zij waren volgens hem exponenten van het getto-denken, mensen die geen poging deden te ontsnappen, maar wegkropen achter een kast. Pam neemt het ze niet kwalijk, maar trekt wel zijn conclusies: de naam Anne Frank Stichting moet gewijzigd worden in Marga Minco Stichting. Het joodse meisje uit Minco's "Het bittere kruid' vluchtte namelijk weg toen haar ouders werden gearresteerd en was dus géén getto-jood. Het is de vraag of al of niet vluchten gezien de omstandigheden in die tijd een fatsoenlijk criterium is. Afgezien daarvan wordt in het artikel niet vermeld dat Marga Minco - die aangrijpende boeken schreef - ook is ondergedoken. Er wordt evenmin vermeld dat de familie Frank uit Duitsland naar Nederland was gevlucht (in 1933).

Anne Frank was een gewoon meisje, niet heldhaftiger dan anderen, dat in bijzondere omstandigheden verkeerde. Ze schreef daarover op een manier die mensen ook nu nog aanspreekt en aan het denken zet over het heden, dat niet los staat van het verleden. Van het huis waar zij onderdook moet geen mausoleum gemaakt worden, geen plaats waar de tijd heeft stilgestaan. Integendeel. Uitbreiding van het museum - waarbij het gaat om nieuwe tentoonstellingsruimte en waarbij de authenticiteit van het Achterhuis uiteraard niet wordt aangetast - is noodzakelijk geworden om de informatievoorziening aan degenen die de bereidheid hebben om lessen te trekken uit het verleden te verbeteren, en ook om de bezoekers (onder wie veel schoolgroepen) die nu op het trottoir moeten wachten, op te vangen in het museum zelf.

Het plan voor een glazen uitbouw aan het museum waar Pam over schrijft, is overigens al in 1989 losgelaten.