Woningnood is geen reden voor afwijking van Huisvestingswet

DEN HAAG, 29 JULI. Gemeenten die burgers van elders uit hun koopwoningen willen weren, handelen in strijd met de wet. Staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) heeft daarover geen misverstand laten bestaan in antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid Versnel-Schmitz (D66). De staatssecretaris koerst aan op een conflict met de provincies en gemeenten die zich niet willen houden aan de per 1 juli ingevoerde nieuwe Huisvestingswet. Aan het conflict ligt een fundamenteel meningsverschil ten grondslag over hoe de woningnood moet worden bestreden.

De gemeenten hebben nog een jaar de tijd gekregen om hun huisvestingsregels aan te passen aan de nieuwe, geliberaliseerde wetgeving. Veel gemeenten willen echter greep houden op de toewijzing van de meeste koopwoningen. Dat mogen ze van Heerma - en de wet - slechts voorzover het om woningen gaat die niet meer dan 152.000 gulden (Randstad) of 142.000 gulden (rest van Nederland) kosten. Bij huurwoningen ligt deze grens in het hele land bij een huur van 913 gulden per maand.

De provincie Noord-Holland gaat openlijk het gevecht met Heerma aan, die dit jaar zowel van de Tweede als de Eerste Kamer steun voor zijn nieuwe Huisvestingswet kreeg. In een ontwerp-nota stellen Gedeputeerde Staten voor bijna heel Noord-Holland koopprijsgrenzen voor die hoger zijn dan de wet toestaat: 180.000 gulden voor Noord-Kennemerland, 190.000 gulden voor de IJmond, 225.000 gulden voor Zuid-Kennemerland, 235.000 gulden voor de Gooi- en Vechtstreek en 200.000 gulden voor het ROA-gebied (met gemeenten als Amsterdam, Zaanstad en Almere). Dat betekent dat gemeenten bij de toewijzing - en feitelijk dus ook de verkoop - van woningen tot aan die prijsgrens de eigen inwoners voorrang geven.

Het bestuur van de regio Haaglanden (Den Haag, Delft, Zoetermeer, Wassenaar enz.) loopt met het plan rond om de koopprijsgrens op 300.000 gulden te stellen. Zelfs als de provincie daarvoor toestemming zou geven, is dit in strijd met de wet, vindt Heerma. Als Haaglanden daadwerkelijk onwettelijke koopgrenzen gaat stellen, dan zal hij “niet schromen het dagelijks bestuur van het stadsgewest van mijn bezwaren daartegen in kennis te stellen”. Als dat niet helpt, staat de Vereniging Eigen Huis klaar om juridische procedures tegen de gemeenten of provincies aan te spannen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, die in september hun standpunt bepalen, lijken niet van plan Haaglanden toestemming te geven voor het stellen van hogere koopprijzen. Ook in Utrecht en Noord-Brabant denken de provinciebesturen na over de interpretatie van de nieuwe wet. Ook daar zijn diverse gemeenten die hogere koopprijsgrenzen willen hanteren.

De nieuwe Huisvestingswet kent een ontsnappingsclausule die het sommige gemeenten mogelijk maakt toch hogere koopprijsgrenzen te stellen dan 142.000 of 152.000 gulden. Maar Heerma wijst erop dat op grond van de wet slechts gemeenten of kernen van gemeenten in aanmerking komen die om planologische redenen niet of nauwelijks mogen groeien en dan ook nog alleen als daarmee een rechtvaardige verdeling van de woonruimte is gediend. Sommige gemeenten in het Groene Hart van Holland zijn hiervan een voorbeeld.

Duidelijk is dat steden als Amsterdam en Den Haag of groeigemeenten als Almere, Zoetermeer en Houten niet tot de gebieden horen waarvoor de ontsnappingsclausule geldt. Woningnood of bevordering van doorstroming - dè argumenten van de gemeenten - vormen geen reden die tot een afwijking van de Huisvestingswet kunnen leiden. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland beseffen ook wel dat ze in strijd met de wet handelen. Het college wil “daarover de discussie met het rijk aangaan”. De grens van 152.000 gulden is gewoon te laag, vinden GS, “om vaart te kunnen maken met het bevorderen van de doorstroming”.

Opvallend is dat de drie grote steden zelf ook verdeeld denken over de wijze waarop koopwoningen bij het oplossen van hun woningnood een rol kunnen spelen. Rotterdam heeft kort geleden juist besloten in het geheel geen woonvergunning meer te vragen voor een koopwoning, ook niet als die goedkoper dan 152.000 gulden is. “Wij vinden dat we koopwoningen niet bij onze toewijzing moeten betrekken. Die laten we over aan de markt”, zegt een woordvoerster van Rotterdam. Dat sluit aan op de opvatting van Heerma die in de wet heeft geschreven dat de overheid nooit zover mag gaan dat zonder noodzaak “het recht van een eigenaar vrijelijk over zijn eigendom te beschikken en het recht van de burger om zich vrij te vestigen worden aangetast”.