Uden wil van verzuiling af, de katholieken zijn tegen

In het Oost-Brabantse Uden werd begin dit jaar de verzuiling in het voortgezet onderwijs afgeschaft. Tenminste, dat probeerden de katholieke schoolbesturen en de gemeente, tot grote verontwaardiging van de landelijke koepels, katholiek zowel als openbaar. Ze wilden het katholieke en het openbare onderwijs in één stichting onderbrengen. Zelfs CDA-voorzitter Van Velzen sprak zijn afschuw uit over de constructie die de wethouder van onderwijs, nota bene óók van het CDA, wilde invoeren.

De regionale afdelingen van de koepels tilden er minder zwaar aan, maar deze maand hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant het experiment verboden. De gemeente Uden kreeg niet de benodigde toestemming om deel te nemen in de samenwerkingsstichting. Openbaar onderwijs kan niet door een particuliere stichting worden verzorgd, is de redenering van GS.

Tegen deze gedachtengang heeft de gemeente Uden begin deze week beroep aangetekend bij de Raad van State. Zij krijgt daarbij steun van de voorzitter van de Verenigde Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag (VBS), mr. S.J. Steen, die tevens oprichter en redacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht is.

Het beoogde schoolbestuur in Uden is in feite een algemeen bijzonder bestuur, ook al willen de Udense katholieke besturen en de gemeente dat zelf niet zo noemen omdat aan deze kleine "zuil' de negatieve klank van "neutraliteit' verbonden is. Steen bestrijdt ""dit negatieve, passieve imago van scholen op algemene grondslag''. De laatste jaren komt het vaker voor dat schoolbesturen van verschillende denominaties, meestal onder druk van dalende leerlingaantallen, kiezen voor "samenwerkingsscholen': oecumenische scholen of openbaar/confessionele scholen. Steen kwam bij een telling in 1991 al op een paar honderd scholen. Als er openbaar onderwijs bij betrokken is, krijgt de school soms een publiekrechtelijk bestuur via een "gemeentelijke commissie', maar in de meeste gevallen, zoals in Uden, Geldrop en enkele jaren geleden al in Maassluis, wordt er een particuliere stichting in het leven geroepen en worden in de statuten de voorwaarden van openbaar onderwijs gegarandeerd. Dat zijn: algemene toegankelijkheid voor alle leerlingen, levenbeschouwelijke neutraliteit, niet-selectief benoemingsbeleid en publieke controle op deze uitgangspunten.

In Geldrop en Maassluis konden de particulier bestuurde samenwerkingsscholen met openbaar onderwijs probleemloos van start gaan. Vaak treden deze samenwerkingsscholen toe tot de Verenigde Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag van Steen.

Juist op grond van de betrekkelijke normaliteit van "Uden' bestrijdt Steen de afwijzende houding van de Gedeputeerde Staten van Brabant. ""In feite is de Udense constructie niets nieuws. Vooral in het speciaal onderwijs komt het vaak voor.''

Steen, sprekend in het herenhuis aan de Haagse Bezuidenhoutseweg waar de VBS kantoor houdt, heeft er niettemin een verklaring voor: ""Eerder dit jaar kreeg de gemeente Geldrop in een soortgelijk geval waarbij het algemeen bijzonder onderwijs betrokken was, wél toestemming van GS van Brabant. Toen was het een hamerstuk. Maar als het katholiek onderwijs er bij betrokken is, is bestuur van het openbaar onderwijs door een particuliere stichting opeens ontoelaatbaar.'' Volgens Steen, die in 1990 en 1991 lid was van de Tijdelijke Adviescommissie Samenwerkingsscholen (TAS) die het ministerie van Onderwijs eind 1991 over de problemen rond samenwerkingsscholen adviseerde, is het helemaal geen uitgemaakte zaak dat het openbaar onderwijs volgens de wet niet bij een samenwerkingsstichting kan worden ondergebracht. De TAS adviseerde de minister destijds dat zo'n particulier bestuur los van de gemeente in het geheel niet in strijd is met het beroemde artikel 23 van de grondwet.

Wegens de politieke gevoeligheden die de verzuiling in het onderwijs omgeven, heeft het ministerie nooit officieel een reactie geformuleerd op het rapport van de TAS. Maar uit het uitgebreide overleg dat de onderwijskoepels het afgelopen half jaar met Onderwijs hebben gevoerd is deze maand wel een belangrijke, "richtinggevende' conclusie naar voren gekomen. Verzelfstandiging van het openbare schoolbestuur kan geschieden door een gemeentelijke commissie òf ""buiten de publiekrechtelijke structuur van de gemeente'' - dus ook in een privaatrechtelijke stichting - als daartoe lokaal wordt besloten. Het verzet van de vertegenwoordigers van de katholieke en de protestantse koepels tegen de vermenging van openbaar en bijzonder onderwijs, bestond slechts uit de aantekening dat zij een privaatrechtelijke bestuursvorm voor de openbare school ""niet passend'' vinden in het Nederlandse onderwijsbestel.

""Niet passend, maar dus niet uitgesloten'', concludeert Steen die bij dit zogenoemde Schevenings beraad was betrokken als vertegenwoordiger van het algemeen bijzonder onderwijs. ""Dat biedt een opening. Door de decentralisatie ontstaan nieuwe verhoudingen in het Nederlandse onderwijs. Wat wel of niet passend is, moet door de direct verantwoordelijken op lokaal niveau worden bepaald.''

Het feit dat de drie gedeputeerden van PvdA en VVD wèl toestemming aan Uden wilden verlenen spreekt volgens Steen boekdelen. ""Dat zijn de partijen die altijd onverbloemd voorstander zijn van het openbaar onderwijs.'' Volgens Steen heeft het CDA in de Staten van Brabant zich meer beziggehouden met de verontwaardiging van de katholieke koepel dan met bestuurlijk consequent handelen.

Overigens wordt het centralisme in het onderwijsbeleid van onderop steeds verder aangetast en de VBS-directeur is daar blij om. ""Aan grote omslagen in beleid gaat meestal burgerlijke ongehoorzaamheid vooraf. Veel katholieke schoolbesturen accepteren de inmenging van bovenaf niet, maar meestal blijft dat een sluimerende tegenstelling, omdat er nog geen grote zaken zijn. Bij de stichting van samenwerkingsverbanden tussen confessioneel en openbaar onderwijs komt dat naar buiten. En naarmate de scholen meer autonomie krijgen, zoals nu de bedoeling is, zal dat alleen maar duidelijker worden.''