Steeds meer kermis bij criteriums

STIPHOUT/CHAAM, 29 JULI. Zeventig criteriums prijkten een decennium geleden op de nationale wielerprofkalender. Dat betekende in de vier weken na de Tour de France iedere dag drie koersen rondom de kerk. Zoetemelk, Knetemann en Raas lokten niet zelden tachtigduizend toeschouwers naar de afgezette dorpsstraten. Een schril contrast met nu.

Alle soorten meegerekend zijn er niet meer dan 28 koersen over, twee minder dan vorig jaar. Door het slechte weer maar vooral door het ontbreken van prestaties van de Nederlandse renners viel de publieke belangstelling deze week bij de criteriums van Boxmeer, Chaam en met name Stiphout ronduit tegen. Boxmeer dacht 25.000 mensen te trekken, 15.000 kwamen er opdagen. In Stiphout rekende men op 20.000 man, het werden er minder dan de helft waarna een financieel gat van dertigduizend gulden overbleef. Zelfs Chaam, de gunstige prognose van de organisatie ten spijt, deelde in de malaise. De verwachte 35.000 betalende toeschouwers, ze waren er bij lange na niet. Waar gaat het heen met het roemruchte criterium. Is het einde van een fenomeen in zicht? “Nee”, weet Wim de Ridder, voorzitter van de VOB, de vereniging van organisatoren van beroepswielrenwedstrijden. “We zullen misschien zakken naar twintig koersen, maar het criterium zal blijven bestaan. Dat moet ook, want het is een prachtige traditie.”

Met ingehouden trots presenteert de omroeper voor de profronde van Stiphout Eddy Bouwmans, met een 45ste plaats de beste Nederlander in de Tour. “Ja en we kennen hem allemaal, Edje Bouwmanssss.” Een aarzelend applaus klinkt op. Dat wordt niet heviger bij de Pool Zenon Jaskula, derde in de Tour en men reageert ook nauwelijks als blijkt dat de Zwitser Tony Rominger, tweede in Parijs, ziek in zijn hotel is achtergebleven. Opgewonden raken de toeschouwers wel als de dochters van Gert en Hermien, het zangduo She She, bij de startstreep worden afgeleverd. “Ja, u leest natuurlijk ook allemaal de bladen (Playboy, red.).” De tent waarin zij later Mother how are you today laten horen is afgeladen. Buiten langs het parcours staan de mensen met een pilsje en een broodje Hamburger met de rug naar de rondrazende renners. “Het randgebeuren wordt steeds belangrijker,” zegt Gerrie van Gerwen, rennersmakelaar voor criteriums. “Zeker als de prestaties van de Nederlanders in de Tour tegenvallen, moeten organisatoren naar alternatieven zoeken. Artiesten en eetstalletjes spreken aan. Buitenlandse renners, hoe goed ook, zijn altijd maar een lapmiddel.”

Dit bleek ook uit een consumentenonderzoek bij criteriums, enige jaren terug uitgevoerd door het bureau van Maurice de Hond. Het publiek komt alleen voor Nederlandse toppers. “En dus staat het criteriumwezen nu danig onder druk”, concludeert Van Gerwen. Veel moeite om renners te contracteren had hij niet.

De verhalen van de hoge startgelden waardoor organisatoren van criteriums in het nauw worden gedreven, doet hij af met “onzin” en “ik praat niet over bedragen.”

Net als De Ridder verwacht Van Gerwen dat er uiteindelijk zo'n twintig criteriums overblijven. Volgens hem het aantal dat ploegsponsors en ploegleiders nog net acceptabel vinden.

“Die willen hun naam en hun renners niet meer lenen voor koersen waarin de sportiviteit op een zo laag pitje staat”, weet Ad Coenraads, voorzitter van het organisatiecomité van de Acht van Chaam. “In de meeste criteriums draait het alleen nog om het randgebeuren: de horeca en de artiesten. Het wielrennen is bijzaak geworden.” Als de sportiviteit in het geding is, doelt Coenraads niet in de laatste plaats op de afspraken tussen renners en organisaties over wie die avond weer met de eer mag gaan strijken. “Het gebeurt bij criteriums. Ook bij ons is het gebeurd. Met medeweten van de organisatie. Het is altijd mooi als een goede renner wint. Maar het is slecht voor het wielrennen en je bedondert het publiek. Bij sommige koersen ligt het er af en toe zo dik bovenop, dan kun je er niet omheen. Dit alles is voor sponsors ook niet aantrekkelijk natuurlijk.”

Een en ander is volgens Coenraads ook de reden dat Chaam zich zo snel mogelijk wil verheffen boven de rest van de criteriums. Vorige week maakte de organisatie van Neerlands grootste wielercriterium bekend dat het bij de internationale wielerbond (UCI) een aanvraag heeft ingediend toegelaten te worden tot de internationale wielerkalender. Hierdoor zullen in het vervolg in Chaam punten zijn te verdienen voor het klassement om de wereldbeker. “Met deze stap willen we het randgebeuren naar de achtergrond duwen en de sport, het wielrennen, belangrijker maken. Het gaat slecht met het Nederlanse wielrennen, er is weinig talent. De opwaardering van Chaam kan een stimulans zijn.” Gevolg is wel dat Chaam straks in plaats van individuele renners ploegen moet gaan contracteren. En de vraag is of toprenners die bij individuele deelname aan criteriums veel meer kunnen verdienen, zin hebben om met hun ploeg naar Chaam te komen. “Dat is exact de reden waarom wij die kant niet op willen”, zegt Mies de Louw van de profronde van Stiphout. “Naar een topploeg zonder toppers komt niemand kijken.” Coenraads is het daar niet mee eens. “Zij zijn ook niet in de gelegenheid om hun koers die opwaardering te geven. De minimumeis die de UCI stelt aan de lengte van een parcours is tien kilometer, in Boxmeer en Stiphout komen ze hooguit tot drie. In contracten met ploegen kun je toch clausules inbouwen over de samenstelling van de ploeg.” Van Gerwen erkent het probleem maar denkt toch dat grote sponsors niet graag willen afgaan in zo'n grote wielerkoers als Chaam dan gaat worden. “Dat kunnen ze zich niet permitteren. Zeker de nationale sponsors niet.”

Welke criteriums er na dit seizoen de brui aan zullen geven, niemand van de ondervraagden durft namen te noemen. Maar dat er klappen gaan vallen, daar is iedereen zeker van. Zonder een nieuwe generatie Nederlandse renners, zo is de algemene opinie, dreigt het fenomeen criterium te verworden tot een soort Efteling. She She, de Alpenzusjes, Imca Marina en Albert West, de toekomst is aan hen.