Ruzie in de ruimtevaart - rakettenoorlogje in Europa

Frankrijk heeft de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gedreigd met eenveto tegen het gebruik van de concurrerende Proton-raket.

In Europa is een oorlogje ontbrand, niet mèt raketten, maar òm raketten. Als het aan het Franse Nationale Centrum voor Ruimteonderzoek (CNES) ligt, zullen Europese organisaties die zich met ruimtevaartprojecten bezighouden, voortaan alleen nog maar (Europese) ruimteraketten van het type Ariane gebruiken.

Het mag daarbij geen enkel verschil maken of die Arianes duurder zijn dan niet-Europese voortstuwingssystemen zoals met name de Russische Proton-raket. De door het CNES op de korrel genomen instellingen zijn vooral de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en Eumetsat, de club die zich in Europees verband bezighoudt met weersatellieten.

Het invloedrijke CNES dreigt zelfs de voor het jaar 2001 geplande lancering van een nieuwe wetenschappelijke ESA-satelliet, de grote, voor gammastralingsonderzoek bedoelde Integral, met een onverbiddelijk veto te blokkeren als er voor die lancering geen gebruik wordt gemaakt van de - nu nog in ontwikkeling zijnde - Ariane 5-raket. En dat hoeft geen loze kreet te zijn, de Fransen hebben die mogelijkheid inderdaad.

Als ESA voor een bepaald project bij wijze van uitzondering een beroep wil doen op niet-Europese leveranciers c.q. bedrijven, moet zo'n besluit met algemene stemmen worden goedgekeurd door een soort ESA-raad van bestuur. En wanneer ook maar één lidstaat een veto uitspreekt, is het plan van de baan. Frankrijk heeft al laten weten zeker tot een dergelijke stap bereid te zijn ter bescherming van Ariane.

In het geval van het Integral-project zou dat voor de ernstig met geldgebrek kampende ESA wel een strop betekenen van zo'n 175 miljoen gulden, de prijs van een lancering per Ariane 5. ESA is namelijk in principe al met Moskou overeengekomen dat de Russen gratis een Proton ter beschikking stellen in ruil voor de astrofysische gegevens die de 750 miljoen gulden kostende Integral in zijn baan om de aarde zal oogsten.

Verkeerde keelgat

Dat ESA voor de Proton heeft gekozen (met de Ariane 5 slechts als tweede keus voor het geval er in 2001 geen Proton beschikbaar is en er misschien wel helemaal geen Russisch ruimtevaartprogramma meer bestaat),is het CNES in het verkeerde keelgat geschoten. Men zal dan ook niet toestaan dat er voor Europese projecten raketten van Russische of Amerikaanse makelij worden ingeschakeld, die de markt van de grotendeels Franse Ariane zouden kunnen aantasten.

Het is vooral de Russische Proton die door de Franse raketbouwerswereld met de nodige achterdocht wordt bekeken. Een wonder is dat allerminst. De Proton is namelijk niet alleen een bijzonder krachtige - en naar westerse begrippen goedkope - raket, hij is sinds zijn eerste lancering (16 juli 1965) geleidelijk aan ook uitgegroeid tot een uiterst betrouwbaar ruimtelijk voortstuwingssysteem met een succespercentage van 93 procent over tot dusverre al meer dan tweehonderd lanceringen. De Ariane 5 krijgt weliswaar vrijwel hetzelfde stuwvermogen als de Proton, maar over zijn betrouwbaarheid valt uiteraard nog niets te zeggen: de eerste vlucht is namelijk pas over enkele jaren.

Zowel ESA als de 16 lidstaten omvattende Eumetsat heeft in het verleden steeds met een zekere vanzelfsprekendheid een beroep gedaan op Ariane-raketten (de versies 1 tot en met 4), maar de laatste tijd hebben beide organisaties laten weten dat ze niet meer zullen schromen om voor een andere raket te kiezen als ze daarmee een flinke hap geld kunnen besparen. “Wij willen dat onze relaties met de Ariane vrijwillig zijn en niet een gedwongen huwelijk”, verklaarde Eumetsat-directeur John Morgan onlangs in het blad Space News.

De 36 lidstaten tellende Europese organisatie voor telecommunicatiesatellieten en de 67 landen tellende Inmarsat (kunstmanen voor maritieme communicatie) waren al veel eerder tot die conclusie gekomen en Inmarsat heeft dan ook definitief haar keuze bepaald op de Proton voor de lancering (in 1995) van een nieuwe satelliet. Ze hoeft daar maar 80 miljoen gulden - 55 miljoen gulden voor de eigenlijke lancering en 25 miljoen aan "bijkomende kosten' - voor neer te tellen; bijna 20 miljoen minder dan voor een Ariane of een (Amerikaanse) Atlas/Centaur.

Gevulde orderportefeuille

Door al die ontwikkelingen - waarbij dan ook nog de opkomst van de Chinese Lange Mars-raketten en de Japanse H-2 een rol spelen - voelt de Franse ruimtevaartwereld zich kennelijk ernstig bedreigd, hoe goed de orderportefeuille van Arianespace (het internationale, maar toch voornamelijk Franse consortium dat de Ariane-lanceringen regelt en uitvoert) voor de eerstkomende jaren ook nog is gevuld.

""Wij zullen er beslist niet zonder meer in berusten als organisaties die toch voor een groot deel afhankelijk zijn van onze financiële bijdragen, voor andere raketten kiezen dan de Ariane, terwijl wij in de ontwikkeling van die Ariane toch een vermogen hebben gestoken. Daar hoeft niemand zich ook maar enige illusie over te maken,'' zegt Jean-Daniel Levi, directeur-generaal van het CNES. Het laatste woord is er voorlopig nog niet over gezegd.