Parcours op EK is wellicht voordeel voor springruiters

GIJON, 29 JULI. Vorig jaar liet het Nederlandse springruiterteam er van het begin tot het eind van de olympische landenwedstrijd geen twijfel over bestaan: met meer dan een springfout voorsprong won het team goud. Het was vreemd gelopen dat jaar, want een paar maanden daarvoor had het Nederlandse team met drie van de vier Barcelona-gangers zich in Aken tijdens de landenwedstrijd niet eens kunnen kwalificeren voor de tweede ronde.

Dit jaar werd het springruiterteam van bondscoach Hans Horn in Aken verrassend tweede. Bovendien boekten Nederlandse ruiterteams de afgelopen maand degelijke overwinningen in de landenwedstrijden van het Zweedse Falsterbö en het Noorse Drammen. De Nederlandse springsport is na het olympisch goud dus nog steeds op oorlogssterkte, zou je kunnen concluderen. Maar niets is minder waar. De recente overwinningen werden geboekt door een C-team. Dat tekent weliswaar de breedte van de huidige Nederlandse springtop, maar zegt niets over de kansen in een krachtmeting zoals komend weekeinde op het EK in Gijon waar de complete top aanwezig is. Bij zo'n krachtmeting moet je kunnen bouwen op de allerbeste paarden van de wereld. Die paarden zijn op het moment niet in Nederlands bezit, of geblesseerd. De twee beste Nederlandse springpaarden, Egano van Lansink en Top Gun van Tops, kunnen zich daarom niet koesteren in een aangename Spaanse zon, maar staan thuis op stal naar het gekletter van de regen te luisteren en te herstellen van hun blessures. De Nederlandse kansen moeten nu komen van een verrassingsaanval, niet van een overmacht op papier. “Lansink is onze beste ruiter. Maar hij kan dat zijn omdat hij ook altijd over het beste paard beschikt. Nu is hij hier met z'n derde paard”, zo vat bondscoach Hans Horn de weinig optimistisch stemmende situatie kernachtig samen. Tenzij een nadeel tijdens dit EK eens in een voordeel zou verkeren. Het nadeel namelijk van een erg orthodoxe parcoursbouw.

Gisteren liepen de net aangekomen Nederlandse paarden samen met de al wat langer geacclimatiseerde viervoeters een trainingsrondje in de oefenwedstrijd. De Spaanse parcoursbouwer De Bohorques heeft zich met zijn fantasieloze olympische parcoursen niet erg geliefd gemaakt. De internationale springsport was juist gewend geraakt aan parcoursbouwer Olaf Petersen. Petersen, onder meer verantwoordelijk voor de olympische parcoursen in Seoel, introduceerde de laatste jaren optische grapjes en delicaat, licht hindernismateriaal dat snel omvalt als smaakmakers van een kampioenschap. Voor de parcoursen van Petersen moeten ruiter en paard voorzichtig en intelligent zijn. Met De Bohorques werd de klok in Barcelona weer teruggedraaid. Hij toonde zich een man van de oude stempel. Hij deed geen moeite om met een nieuw hindernisontwerp te komen of de hindernissen optisch te verfraaien. Maar erger was nog dat paarden vooral op hun uiterste springvermogens aangesproken werden. Daarmee stapte hij weer af van de iets diervriendelijker methodes die de laatste jaren favoriet zijn en testte de paarden bijvoorbeeld nauwelijks op eigenschappen als wendbaarheid en techniek. Na dit EK zal De Bohorques er vermoedelijk evenmin veel aanhangers bijkrijgen. Speciaal hindernismateriaal wordt er tot nu toe niet gebruikt en veel technische foefjes zijn ook niet te verwachten. “Ik vind het een slechte zaak dat een man die niet verder kijkt dan de Spaanse grens nu al voor de tweede achtereenvolgende keer verantwoordelijk is voor een internationaal kampioenschap”, mopperde Hans Horn, “zo'n parcoursbouwer kent het niveau van de deelnemende paarden onvoldoende om de zwaarte van zijn ontwerpen optimaal te kunnen aanpassen tijdens de wedstrijden. Het fantasieloze hindernismateriaal vind ik ook al geen kampioenschap waardig en het simpele grasveldje dat hier wedstrijdarena heet, draagt evenmin bij tot de sfeer.”

Maar Horn zal dit EK misschien toch nog lachend kunnen afsluiten. Zijn ervaren ruiters Lansink, Raymakers en Hendrix steunen deze ronde door omstandigheden allemaal op onervaren, jong talent. Alleen de in het team debuterende Roelof Bril rijdt met Let's Go, het Barcelona-paard van de Spanjaard Luis Cervera, een ervaren crack. Voor relatief onervaren paarden, vormen de hoogte en breedte van de hindernissen meestal geen probleem. Onervaren viervoeters worden vaak juist afgebluft door vreemde kleuren, een moeilijke opeenvolging van hindernissen of technische grapjes met afstanden tussen sprongen. En juist dat laatste is tijdens dit Europees Kampioenschap waarschijnlijk niet te verwachten. Misschien zal het nadeel van de orthodoxe parcoursbouw voor Nederland dan dit jaar toch een voordeel blijken.