Oestradiol helpt het zieke hart, maar is geen goed medicijn

Zodra vrouwen de menopauze bereiken neemt hun kans op het krijgen van hart- en vaatziekten sterk toe. Dat is al lang bekend uit ziekenhuis- en overlijdensstatistieken en uit epidemiologisch onderzoek. Tot de menopauze lijden vrouwen veel minder aan hart- en vaatziekten dan mannen. Zodra hun eileiders geen oestrogenen meer maken begint er een inhaalslag die er uiteindelijk in resulteert dat een iets groter percentage vrouwen dan mannen aan ziekten van de bloedsomlooporganen sterft. De vrouwen sterven er alleen gemiddeld op veel hogere leeftijd aan.

Bij vrouwen die overgangsklachten en botontkalking langdurig bestrijden met het slikken of plakken van oestrogenen is de kans op hart- en vaatziekten gehalveerd. Er is dus een statistisch verband tussen minder oestrogenen en meer hartziekten. Waarom dat zo is, is nog niet afdoende verklaard. Men wist weliswaar dat oestrogenen een gunstige invloed hebben op de bloedbestanddelen die het cholesteroltransport verzorgen. Oestrogenen zorgen voor meer van het goede HDL-cholesterol en minder van het slechte LDL-cholesterol in het bloed. Het is dus waarschijnlijk dat oestradiol aderverkalking (atherosclerose) vertraagt. Maar dit leverde slechts een gedeeltelijke verklaring voor de beschermende werking van oestrogenen.

Engelse onderzoekers hadden als hypothese dat de werking van oestradiol niet alleen berust op het vertragen van atherosclerose maar ook op het verlichten van de problemen die dichtslibbende bloedvaten opleveren. Oestradiol verwijdt namelijk bloedvaten en verlaagt de bloeddruk. Het zou dus zo kunnen zijn dat bij vrouwen voor de overgang de bloedvaten ook al aardig dichtslibben, maar dat ze er minder last van hebben dan mannen.

Uit het experiment waarmee de hypothese werd getoetst blijkt nu dat oestrogenen de hart- en bloedvaten ook direct ontlasten bij vrouwen met gedeeltelijk afgesloten bloedvaten (The Lancet, 17 juli). Het experiment werd uitgevoerd bij elf vrouwen na de overgang die bij inspanning hartklachten krijgen. De vrouwen hebben vernauwde kransslagaderen waardoor hun hart onvoldoende zuurstof krijgt als er even flink gewerkt moet worden.

Tweemaal, op verschillende dagen, liepen ze in het laboratorium op een tredmolen tot ze klachten kregen. Eenmaal kregen ze 40 minuten van tevoren 1 milligram 17-b-estradiol toegediend, de andere keer kregen ze een nepmiddel. Vrouwen noch behandelaars wisten bij welke test welk middel was genomen.

Alle elf vrouwen kregen pijn op de borst bij inspanning als ze een placebo hadden gekregen. Met oestradiol daalde dat aantal tot zes. Ook in het opgenomen elektrocardiogram waren er verschillen te zien die minder hartproblemen aangaven als de vrouwen estradiol hadden geslikt. De tijd dat de vrouwen de inspanningslooptest konden volhouden varieerde sterk, van 3 tot 16 minuten, en nam gemiddeld ongeveer 10% toe op oestradiol. Van statistische significantie was geen sprake en dat was ook niet de bedoeling van dit eerste verkennende placebo-gecontroleerde experiment naar de directe werking van oestradiol bij mensen met hartziekten.

Een commentator van The Lancet wijst erop dat oestradiol nu niet meteen als een hartmedicijn moet worden gezien. Oestradiol in de gebruikte concentraties brengt - met als de oude "zware' anticonceptiepil - het gevaar van ongewenste bloedstolling (trombose) met zich mee. Bovendien zijn er tegen hartklachten bij inspanning betere hartmedicijnen (calciumantagonisten, nitraten) beschikbaar. Wel raadt het commentaar aan om voorzichtig te zijn met het stoppen van oestrogeensubstitutie bij vrouwen met hartklachten die er primair overgangsklachten mee bestrijden.