Interim-directeur van grenshospitium kent geen angstig personeel

AMSTERDAM, 29 JULI. Interimdirecteur J. van Huët van het grenshospitium voor kansloze asielzoekers in Amsterdam reageert met verbazing op het bericht dat verschillende van zijn personeelsleden bang zijn. Vreemdelingenbegeleiders zijn angstig dat collega's aan de directie doorbrieven dat zij te vriendelijk zijn voor de asielzoekers en vervolgens worden bestraft.

Als interimdirecteur is Van Huët gemiddeld drie middagen per week in het grenshospitium. Daarnaast werkt hij als projectleider in de Bijlmerbajes. “Ik merk niet veel van spanning onder het personeel”, zegt Van Huët, “maar ik ben dan ook net terug van vakantie.”

Vreemdelingenbegeleiders zeggen dat leden van de directie personeel uithoren en de zo verkregen informatie uitspelen. Van Huët: “Klikmechanismen, daar verleen ik in ieder geval geen medewerking aan. Ik wil graag horen waar het vandaan komt. Bij mij niet in ieder geval.”

Twee weken geleden werd een ontslagaanvraag ingediend voor een vreemdelingenbegeleidster omdat zij "verregaande contacten' onderhield met bewoners. Van Huët: “Ik was er niet bij, het is tijdens mijn afwezigheid gebeurd. De zaak wordt nu onderzocht.” Hij geeft toe dat deze zaak onder het personeel "wat spanning veroorzaakt'. “Het heeft wat repercussies. Een aantal mensen is het er mee eens dat de vrouw op non-actief is gesteld, anderen niet. Maar als binnen een team iemand te ver gaat, dan moet diegene gecorrigeerd worden.”

Het moeilijke van het werk in het grenshospitium, zegt Van Huët, is dat je afstand moet houden zonder repressief te zijn. “Dit is geen semihotel, geen bajes. Ik sluit niet uit dat sommige vreemdelingenbegeleiders moeite hebben met het bewaren van een zekere professionele distantie.” Ook voor de leiding is het soms moeilijk een evenwicht te vinden, zegt Van Huët. “Door de incidenten die er geweest zijn, opstandjes en brandstichting, word je als management genoodzaakt steeds meer maatregelen te nemen. Na een poging tot brandstichting alle aanstekers innemen, om een voorbeeld te noemen. Maar tegelijkertijd moet je oppassen dat je die maatregelen niet structureel maakt en zodoende steeds repressiever wordt.”

Personeelsleden zeggen dat er niet alleen tussen personeel en directie, maar ook binnen de directie grote spanningen zijn. Hoofd begeleiding T. Moldevan en adjunct-directeur E. Politiek zouden een interne machtsstrijd voeren. “Ze hebben inderdaad wel eens een meningsverschil”, bevestigt Van Huët. “Over het tempo waarin ze maatregelen willen doorvoeren zijn ze het nog wel eens oneens. Maar dan ben ik er als interimbaas om knopen door te hakken.” Verschillende vreemdelingenbegeleiders menen dat de positie van Politiek onhoudbaar is. Hij zou een personeelslid met wie hij een hechte relatie onderhoudt plotseling twee weken verlof hebben gegeven. “Ik heb het verhaal gehoord”, zegt Van Huët. “Als het waar is, is dat heel onverstandig. Ik zou de minister kunnen verzoeken een dienstreis naar Zwitserland mogen te maken om Politiek daar in de bergen te zoeken. Maar ik wacht maar tot-ie terug is. Dan zal ik hem ermee confronteren.”

Is het niet vreemd dat hij slechts drie middagen per week in het grenshospitium is? Van Huët: “Eigenlijk kan je de twee banen niet combineren.” In september krijgt het grenshospitium een nieuwe directeur, M. Pronk, die nu nog bij Justitie op de Directie Vreemdelingenzaken werkt.