HYGIENE MUSEUM

De drie zalen die aan Odol zijn gewijd, vormen maar een fractie van het Deutsches Hygiene Museum.

Wie doorloopt komt terecht in de rioleringsbuizen van de tentoonstelling "Wasser in Dresden', in de opengewerkte darmen van "Das Wunder Mensch' of in de hersenspinsels van "Kunst und Therapie'. Een verdieping lager zijn de deurknop-tentoonstelling, de abortus-expositie en nog veel meer.

“Het museum heeft wel wat van een rariteitenkabinet,” geeft directeur Martin Roth (39) zelf toe. Op zijn tafel liggen, naast een doorgesneden hartklep uit de verzameling afgietsels van Lingner, de verbouwingsplannen die het Weense architectenbureau Coop Himmelblau met het museum heeft. Het gebouw, ontworpen door Wilhelm Kreis en geopend in 1930, heeft de bombardementen van 1945 niet overleefd. Na de oorlog moest het vrijwel vanaf de grond weer worden opgebouwd en deze renovatie heeft geen genade gevonden in de ogen van de uit West-Duitsland afkomstige socioloog Roth.

In 1912 opperde Karl August Lingner voor het eerst het plan een Hygiene Museum in Dresden te bouwen en stelde daarvoor jaarlijks 125.000 Mark beschikbaar. Het museum moest naar zijn mening een “plaats van onderricht voor de gehele bevolking” zijn, waar “ieder op een aanschouwelijke manier kennis kan verwerven” over een gezonde leefwijze. Volgens dit principe worden nog altijd exposities ingericht. Daarom begint de Odol-tentoonstelling met een "cariëstunnel', waar kinderen in blacklight kunnen controleren of ze hun tanden wel goed hebben gepoetst. Aan het eind van de tunnel staat een fonteintje waar een medewerkster van Lingner & Kraft ze tandpoetsinstructie geeft.

Vanuit dezelfde filosofie verzamelde Lingner afgietsels van het menselijk lichaam, en dan liefst nog van een door ziekte aangetast deel daarvan. Het hoogtepunt van aanschouwelijkheid is de "gläserne Mensch' die het museum bezit. Een doorzichtig model van het menselijk lichaam met in alle vitale organen een lampje dat oplicht bij een druk op de knop. Een blasfemische kathedraal gewijd aan de mens, noemt Roth zijn museum een beetje spottend. “Met de glazen mens als afgodsbeeld.”

Voor zover hij weet is Duitsland het enige land met een Hygiene Museum. Tussen 1900 en 1905 stond er al een in Berlijn. De internationale hygiëne-tentoonstelling van 1911 trok ruim vijf miljoen bezoekers naar Dresden. Resultaten van een lange traditie van gezondheidsopvoeding. Roth ziet die belangstelling ook niet tanen: “Een tijd waarin je honderd soorten bronwater in een restaurant kunt kopen en iedereen jogt of zijn leven er vanaf hangt, kan toch niet buiten een museum dat gewijd is aan de mens?”