Hubble Telescoop onthult twee kernen in Andromedanevel

De Andromedanevel heeft wellicht een dubbele kern. Dat wordt gesuggereerd door recente opnamen van dit stelsel met behulp van de Hubble Space Telescope.

De Andromedanevel is het enige sterrenstelsel aan de noordelijke hemel dat al met het blote oog kan worden gezien (in het gelijknamige sterrenbeeld). Het is dan ook het meest nabije grote sterrenstelsel, op een afstand van 2,3 miljoen lichtjaar. Het stelsel heeft net als ons melkwegstelsel een spiraalvorm en een heldere kern waarin vele sterren dicht opeengepakt zitten.

Al in 1986 ontdekte de Franse astronoom Jean-Luc Nieto dat er met de kern van dit stelsel iets merkwaardigs aan de hand is. Uit waarnemingen op de Pic du Midi-sterrenwacht in de Pyreneeën leidde hij af dat de kern zich enkele lichtjaren naast het exacte middelpunt van het stelsel bevindt. Amerikaanse astronomen hebben deze kern nu gefotografeerd met de Europese Wide Field and Planetary Camera van de Hubble-ruimtetelescoop. Op de opnamen vertonen zich twee kernen: een heldere en een zwakke. De heldere kern is de al langer bekende kern; hij staat op 6 lichtjaar van het centrum. De zwakkere kern staat precies in het centrum van het stelsel.

De astronomen geven twee mogelijke verklaringen voor de aanwezigheid van dit duo. Misschien gaat het slechts om een schijn-effect, dat ontstaat doordat er precies vóór de kern van het Andromedastelsel een band van stof loopt. Deze absorbeert licht en creëert de illusie van een dubbele kern. De heldere component zou dan het gebied zijn dat niet door stof wordt verduisterd. Probleem is echter dat dit stof door het verstrooien van licht wat roodachtig zou moeten zijn, hetgeen niet uit de waarnemingen blijkt.

De tweede verklaring is interessanter. De heldere component zou het restant kunnen zijn van een ander sterrenstelsel, dat in een ver verleden door het Andromedastelsel is opgeslokt. Tijdens het binnendringen vonden er vrijwel geen botsingen tussen de sterren plaats, omdat die op grote afstanden van elkaar staan. De binnendringer werd echter wel door de gravitatiekrachten uiteen getrokken, waarbij alleen de compacte kern nog intact wist te blijven.

Al lang is bekend dat sterrenstelsels elkaar bij te dichte naderingen kunnen opslokken. Heel grote sterrenstelsels in clusters zouden door dit galactisch kannibalisme aan hun grote omvang kunnen zijn gekomen. Robert Braun, een astronoom van de radiosterrenwacht Dwingeloo, ontdekte vorig jaar dat zelfs een heel "rustig' spiraalstelsel als M 64 vroeger een ander stelsel lijkt te hebben opgeslokt. Het is echter voor het eerst dat nu bij zo'n spiraalstelsel de kern van het slachtoffer is gevonden: als het tenminste echt om twee verschillende kernen blijkt te gaan.