Hof spreekt Demjanjuk in beroep vrij

PAG.5 DOCUMENTEN KGB REDDEN DEMJANJUK; PAG.7 SCHAMEL ONDERZOEK / HOOFDARTIKEL

TEL AVIV, 29 JULI. Het Israelische Hooggerechtshof heeft vanmorgen in Jeruzalem de in 1988 ter dood veroordeelde John (Ivan) Demjanjuk, die werd beschouwd als "de beul van Treblinka', wegens “twijfel” vrijgesproken.

Het hof achtte wel bewezen dat Demjanjuk als SS-Wachmann (bewaker) in onder andere het concentratiekamp Sobibor heeft gewerkt. Omdat hij daarop niet was aangeklaagd en zich derhalve niet tegen een dergelijke beschuldiging heeft kunnen verdedigen zag de president van het hof, Meir Shamgar, zeven jaar na Demjanjuks uitwijzing uit de VS naar Israel, geen aanvaardbare reden om hem op grond daarvan te veroordelen. Bovendien stond het feit dat Demjanjuk uitsluitend op grond van zijn rol in Treblinka aan Israel was uitgeleverd volgens het hof verdere rechtsvervolging in de weg.

De minister van politie, Moshe Shahal, zei onmiddellijk na de eenstemmige beslissing van de vijf opperrechters dat Demjanjuk tot zijn uitwijzing onder de bescherming van de gevangenisautoriteiten blijft. Demjanjuk keert nu in afwachting van een land dat hem wil opnemen (wellicht de Oekrane, waar hij 73 jaar geleden werd geboren) terug naar zijn cel.

De 37 verklaringen van de SS-Wachmänner die door de openbare aanklager en verdediging ten tijde van het hoger beroep in de KGB-archieven werden opgediept hebben tot de vrijlating van Demjanjuk geleid. “De twijfels knaagden aan ons”, zei Meir Shamgar. Het Hooggerechtshof deed niets af aan de juridische geldigheid van de getuigenissen van de overlevenden van Treblinka die Demjanjuk als "Ivan de Verschrikkelijke' hadden aangewezen. Ook de echtheid van het Trawniki-document dat de SS aan Demjanjuk verstrekte, achtte het hof bewezen.

Maar aangezien achter deze bewijsvoering de vraagtekens van de verklaringen van de Wachmannër kwamen te staan, heeft het Hooggerechtshof besloten om Denjanjuk, die ook in de ogen van de rechters een oorlogsmisdadiger is, op vrije voeten te stellen.

John Demjanjuk vertoonde nauwelijks emotie toen de uitspraak tot hem doordrong. Tijdens de twee uur durende zitting van het hof gaapte hij voortdurend. Overlevenden van de Holocaust huilden na de uitspraak.

Pag.5: Twijfel over nut processen

Yosef Chernie riep “dat nazi's overal ter wereld nu vrijuit kunnen gaan. De rechters hebben onrecht in Jeruzalem gedaan. Ik hoop dat er een Emile Zola opstaat.”

Een belangrijk deel van het vonnis was gewijd aan de vernietiging van het joodse volk door de Duitse vernietigingsmachine in de concentratiekampen. Voor de geschiedenis en voor de wereld wilde het Hooggerechtshof dat bij de vrijlating van Demjanjuk nog eens nadrukkelijk onderstrepen.

Israel stond indertijd op de uitlevering door de VS van Demjanjuk om een kwart eeuw na de ophanging van de in Jeruzalem ter dood veroordeelde nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann opnieuw de holocaust onder de aandacht van het Israelische volk en de wereldopinie te brengen. Achter de Israelische wens Demjanjuk een groot historisch proces aan te doen stond onder andere verontrustheid over de groeiende invloed van de ontkenners van de holocaust, vooral in de VS. Ondanks de vrijspraak van Demjanjuk heeft het proces volgens Israelische commentatoren dit doel toch effectief gediend omdat de nazi-vernietigingsmachine tot in details in de rechtszaal werd gedemonteerd. Op verschillende niveaus wordt hier nu betwijfeld of Israel er na de ervaring met de rechtszaak tegen Demjanjuk verstandig aan zou doen nieuwe processen tegen nog aan Jeruzalem uit te leveren oorlogsmisdadigers te beginnen. “Is de jacht op nazi's voorbij”, vraagt de Jerusalem Report zich vandaag af. Ook de discussie of Israel het niet had moeten laten bij het historische proces tegen de uit Argentinië ontvoerde Eichmann, in plaats van een in wezen onbeduidende uitvoerder van de massamoord als Demjanjuk voor de rechtbank te brengen, is nog in volle gang.

De ex-opperechter Chaim Cohen zei vanmiddag dat “het een grote dag is voor het Hooggerechtshof. Er is sprake van een zege van het Israelische recht”.