Groeiend aantal Nederlanders in buitenlandse cel

DEN BOSCH, 29 JULI. Het aantal Nederlanders in een buitenlandse cel is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 1981 waren 305 Nederlanders in het buitenland gedetineerd, zeven jaar later 579. Op 1 juli van dit jaar waren het er 979.

Tachtig procent van de gedetineerden is aangehouden wegens drugssmokkel, 6 procent zit voor vermogensdelicten en de rest wegens geweld, het veroorzaken van verkeersongelukken of illegaal verblijf.

Een verklaring voor de stijging kan drs. H. Koers, hoofd van het bureau buitenland van de Nederlandse Federatie voor Reclasseringsinstellingen (NFR), niet geven. De toegenomen reislust, de stijgende criminaliteit of de strengere controle zouden een oorzaak kunnen zijn, maar onderzocht is het nooit.

Het bureau buitenland van de NFR staat met drie stafmedewerkers in Den Bosch en 50 vrijwilligers in het buitenland sinds 1975 de Nederlandse gevangenen bij tijdens hun detentie. Het ministerie van buitenlandse zaken houdt het bureau op de hoogte van arrestaties van Nederlanders in het buitenland.

Op dit moment zitten de meeste (190) Nederlandse gedetineerden in Duitsland vast, gevolgd door Frankrijk en Guyana (189), Spanje (144) en Groot-Brittannië (88). Ook in België (64), Portugal (29) en Denemarken (10) zitten Nederlanders vast. Van de Nederlandse gevangenen buiten Europa zitten er 39 in Marokko, 28 in Suriname en 29 in de Verenigde Staten.

Volgens vrijwilligers van de NFR bestaat het overgrote deel van die gedetineerden nog altijd uit “stomme jongens die pech hebben gehad”. Vrijwilliger M.J. Dijkstra, die in Frankrijk werkt: “Het zijn geen beroepscriminelen, maar in 95 procent van de gevallen zielige mensen.”

Steeds meer Nederlandse gevangenen doen volgens Koers een beroep op de mogelijkheid om de straf in Nederland uit te zitten. Sinds 1988 is de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) in werking getreden. De wet vloeit voort uit het Europese Verdrag inzake Overbrenging van Gevonniste Personen, waarbij zestien landen zijn aangesloten.

In 1992 werden volgens het ministerie van buitenlandse zaken 69 personen overgebracht, van wie de meesten uit Spanje (27), Denemarken (9) en Groot-Brittannië (8). Dat Frankrijk in het rijtje ontbreekt is volgens Koers van de NFR geheel te wijten aan onze “milde straffen” tegen softdrugssmokkel. “Nederland gaat hierbij met de softdrugs afschuwelijk de mist in. Frankrijk voelt er om die reden niets voor Nederlanders in hun eigen land de straf uit te laten zitten. Op smokkel van duizend kilogram hasj staat in Frankrijk tien jaar, in Nederland vier jaar”, aldus Koers. Spanje daarentegen heeft er volgens Koers niet de minste moeite mee. “Als een Nederlander daar tot negen jaar cel is veroordeeld en hier maar vier jaar krijgt, draagt Spanje de gedetineerde toch over.”

Vandaar dat vorig jaar werd besloten de ingebruikneming van de nieuwe attractie Droomvlucht een heel seizoen uit te stellen. Verbetering van de gondels vergde enkele miljoenen extra, een onvoorziene post die het jaarresultaat onder druk zette. Desondanks bedroeg de netto winst over 1992, het eerste Disney-jaar, circa 6 miljoen gulden. Weliswaar bijna 2,5 miljoen minder dan na het topjaar 1991, maar toch nog altijd twee miljoen meer dan de winst over 1989. Bovendien steeg de cash-flow in een jaar tijd van 19,5 tot 26 miloen gulden. Alle reden, vindt Van Assendelft, om verder te werken aan enkele grootschalige projecten die moeten leiden tot een complete "uitgaanswereld' in de Brabantse bossen.