Ego vuistballers stijgt door dopingcontroles

DEN HAAG, 29 JULI. Nerveus kijkt de anonieme atlete voor zich uit. Ze moet plassen maar kan niet. In de kelder van het Haagse Congresgebouw bevindt zich de dopingcontrole van de World Games. De medische ruimte lijkt op een bunker, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Dokter Gert-Jan Goudswaard heeft al bijna een week geen daglicht gezien. Zijn staf is dag en nacht paraat om de monsters te vullen. Hij stelt de atlete gerust, beschermt haar tegen nieuwsgierige indringers. Karlsruhe had vier jaar geleden de primeur. Tijdens de derde Wereldspelen was er voor het eerst sprake van een officiële dopingcontrole. De IOC stond erop dat haar stiefkind goed gezond bleef. Twee bodybuilders werden toen positief bevonden en voor een jaar geschorst. De doelgroep had zich bewezen. Juist de vervaarlijke lichaamsbouwers werden gewantrouwd, net als de powerlifters. Vandaar dat deze twee groep sporters in Den Haag een onevenredig grote controle wacht.

De eerste uitslagen zijn vandaag of morgen bekend. Het onderzoek vindt plaats aan de faculteit voor diergeneeskunde in het Belgische Gent. De Utrechtse laboratoria zijn nog niet erkend door het IOC.

Volgens de Duitse chemicus Karl-Heinz Kerll, als lid van het internationale World Games-bestuur verantwoordelijk voor de medische begeleiding in Den Haag, is de late uitslag van de eerste controles te wijten aan geldgebrek. “We brengen de monsters niet dagelijks naar Gent, maar eens in de drie of vier dagen. Bovendien wordt daar alleen door de week en overdag gewerkt.” Kerll somt de noodzakelike kosten op. Een urinemonster kost vierhonderd gulden. Daar komen dan nog vervoers- en arbeidskosten bij. Het materieel is relatief goedkoop. Hijzelf heeft veel spullen meegenomen uit Duitsland, waar hij een aantal ziekenhuizen onder beheer heeft.

De controle vindt plaats volgens IOC-normen. De sporter kiest zelf waarin hij plast, in welk bakje zijn urine wordt overgebracht. Hij sluit het ook zelf af. De monsters worden vervolgens door het medische team verzegeld en in speciale, afgesloten tassen naar België gestuurd, waar dokter Debackere de expertise en eventueel noodzakelijke contra-expertise uitvoert. Het zijn de praktijken van een officiële dopingcontrole.

De gebruinde spierbundels weten niet beter of ze worden streng gecontroleerd. Hun ego wordt gestreeld wanneer blijkt dat ze negatief zijn. Voor droogvissers, jeu de boulers of vuistballers is de controle een nieuwe ervaring. “Ze hebben het gevoel dat ze serieus worden genomen”, verklaart Goudswaard, die huiverig is voor ongelukjes. “Wij hebben federaties die onbekend zijn met dopingcontroles uitgebreid genformeerd over onze praktijken. De sporters moeten weten welke middelen op de verboden lijst staan. Maar deze week had ik hier al iemand die niet wist dat neusdruppels al risico's met zich meebrengen. Vaak hebben ze nauwelijks een arts als begeleider, laat staan een sportarts.”

De ervaren en de onervaren plasser worden gerustgesteld door het vier man-sterke team. Tijdschriften, televisie en een koelkast: genoeg afleiding om de tijd te doden wanneer de urinestraal op zich laat wachten. Goudswaard spreekt van een “huiselijke sfeer. Je moet begrip hebben voor hun situatie. Soms hebben ze net een medaille gewonnen. Ze willen dat eigenlijk vieren, logisch, maar in plaats daarvan moeten in een busje hier naar toe.”

Ongeveer twintig procent van de circa 2500 deelnemers is de klos. De sporter wordt na afloop van de wedstrijd door aanwijzing of loting als onderzoeksobject aangemeld. Vanaf die tijd weet hij zich vergezeld door een assistent van de artsen. Binnen een uur vertrekt gedetineerde plus bewaker naar het Congresgebouw, waar Karl-Heinz Kerll toezicht houdt. Hij kent het klappen van de zweep. Was er in Karlsruhe ook al bij. Scheikundige van huis uit, gespecialiseerd in de biochemie. Hij is vaker betrokken bij grote sportevenementen. Kerll zegt te genieten van het contact met de deelnemers. Of dopingcontrole bij droogvissers wel noodzakelijk is? “Ik heb gehoord dat onder hen een paar jaar geleden tranquillizers werden gebruikt. Dan bibberen de handen minder.”