De geschiedenis verbeterd; Uitgevonden tradities rond de Zuiderzee

Zuiderzeemuseum, Wierdijk 12, Enkhuizen. Dag 10-17u. Publicatie: "Typisch Hollands. Zuiderzeetradities op verschillende manieren bekeken'. Prijs ƒ 29,50.

De wereldfaam van het Volendamse blondje is te danken aan een slimme hoteleigenaar. In de jaren tachtig van de vorige eeuw speelde Leendert Spaander in op de nostalgische hunkering van binnen- en buitenlandse schilders, die met tientallen tegelijk het platteland op trokken. Als tegenwicht tegen de onromantische industrialisatie zochten zij naar pure, onbedorven gemeenschappen, waar de tijd had stilgestaan. Hoe eenvoudiger en armer de boeren- en vissersdorpen waren die ze aantroffen, hoe liever het hen was.

Al vroeg in de eeuw waren de vissersplaatsen langs de kust van de Noordzee ontdekt, maar rond 1880 was de Zuiderzee aan de beurt. Spaander richtte in zijn hotel kamers in met typisch Volendamse interieurs, zorgde voor ateliers en hielp de schilders aan modellen. Ook schreef hij brieven aan tal van kunstacademies om de docenten over te halen hun studenten naar het schilderachtige dorp te sturen. Als talentvol public relations-officer meende hij dat niets zo bevorderlijk was voor de bekendheid van Volendam, als wanneer over de hele wereld haar geschilderde afbeeldingen hingen.

Dat Volendam makkelijk te bereiken was vanuit Amsterdam hielp mee. Spaanders opzet slaagde volkomen. Tegenwoordig hoeft men een naakt fotomodel - halfverscholen achter enkele zakken met "heissgeliebte Bintjes' - nog slechts te kleden in een Volendamse hul en klompen om aan buitenlandse toeristen een "Hollandse' identiteit te suggereren.

Over de beeldvorming rond leven, wonen en werken in diverse plaatsen rond de voormalige Zuiderzee gaat de tentoonstelling "Zuiderzeecultuur' in het Enkhuizense Zuiderzeemuseum. Het is de vijfde permanente tentoonstelling die is ingericht sinds 1990, toen het herbouwde binnenmuseum open ging. En net zoals de andere vaste opstellingen is de tentoonstelling nu een visueel genoegen.

"Zuiderzeecultuur' geeft een smaakvolle en origineel gerangschikte indruk van de klederdrachten, de inrichting, het huisraad en tal van andere overblijfselen van de materiële cultuur rond de Zuiderzee uit de periode rond 1800. Van het beroemde Hindelooper schilderwerk tot de rijk geborduurde Marker oogstdracht en van het eigenaardige kerfsnee-aardewerk tot Zaans stikwerk.

Ze zijn schattig: de met slingerende bloemmotieven beschilderde houten "schooltassen' en bedsteetrapjes, de bordjes van Oosters porselein die in Marken werden opgehangen door er een gaatje in te boren en er een touwtje door te rijgen, met als stopper aan de voorkant een knoop, en de hoog opgestapelde spanen doosjes met kleedjes ertussen, zoals ze ook te zien zijn in de Marker "kijkhuisjes'. De ontroering die de bezoeker voelt opkomen moet dezelfde zijn als die de schilderende gasten van Hotel Spaander aan het einde van de vorige eeuw ervoeren. Een selectie van hun pittoreske weerslag is eveneens aanwezig.

De makers van de tentoonstelling tonen zich bewust van de mythische aspecten van de Zuiderzee-cultuur. Deze cultuur, zo beschrijven ze in het bij de tentoonstelling verschenen boekje Typisch Hollands, dat overigens een strakke redactie moest ontberen, is voor een groot deel een uitgevonden traditie: het is een cultuur die eigenlijk al haast niet meer bestond toen de schilders, literatoren en volkskundigen haar rond 1900 "ontdekten' en beschreven.

Neem Hindeloopen. Toen aan het einde van de vorige eeuw, als gevolg van de volkenkundige aandacht voor de "traditionele samenlevingen' aan de Zuiderzee, een grote vraag ontstond naar beschilderde Hindelooper meubels, werkte niemand meer in die traditie. Ook de klederdracht was rond het midden van de eeuw uit het straatbeeld verdwenen. Maar geen nood: anderen pakten de draad weer op en beschilderden oude en nieuwe voorwerpen in de oude stijl. Tot en met stoelen en lepelrekjes, die voorheen nooit werden gedecoreerd. En in een aan de moderne tijd aangepast sortiment kleuren. Wat de dracht betreft: een met commercieel inzicht begenadigd winkelierster, Sierdje Veldtheer, stuurde rond de eeuwwisseling in de zomer haar familieleden in bij elkaar gescharrelde, antieke Hindelooper dracht de straat op. Dat was leuk voor de toeristen. Ze liet zelfs ansichtkaarten maken van het Hindelooper straatbeeld in oude stijl. Een dergelijke, vrijwillige "geschiedvervalsing' heeft er niettemin voor gezorgd dat veel traditionele cultuurelementen behouden bleven, zij het vaak in niet geheel gave vorm. Ook uit volkenkundige belangstelling geboren musea als het Arnhemse Openluchtmuseum en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen zijn plaatsen waar het streekverleden wordt gekoesterd. Dat het laatste museum in deze tentoonstelling nu zelf weer de draak steekt met de anachronistische uitwassen, door de tentoonstelling te beginnen met een kabinet vol kakelbonte "Volendam'-souvenirs, is de ironie van de geschiedenis.