De Bibliograaf; "Die HBO-stukken hebben vaak geen wetenschappelijk niveau, ze zijn veel te doenerig.'

De Plompetorengracht is een van die stukjes Utrecht waar de moderne tijd geen vat op heeft gehad: stilstaand water en dromerige gebouwen. Ook de voordeur van nr. 11, en vooral de donkere gang die daarachter ligt, herinnert niet meteen aan de twintigste eeuw. We zien torenhoge houten kasten en kaartenbakken met vergeelde fiches. Het is depotruimte van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek.

Maar op de eerste verdieping brandt de TL, zoemen de computers en geurt de koffie. We zijn beland op het bureau van de BNSW, de Bibliografie Nederlandse Sociale Wetenschappen. Een groepje vrouwen houdt daar nauwgezet bij wat er allemaal gepubliceerd wordt op het gebied van de Nederlandse en Vlaamse sociale wetenschappen. Eén vrouw heeft de leiding. Ze is gedecideerd en ze heet Jutta Wels. "Ik heb er wel eens spijt van dat ik mijn meisjesnaam niet gehouden heb: Schlesiona, dat is toch veel mooier dan Wels? Maar als je het nu weer terugdraait denkt iedereen: zeker gescheiden. Ik houd het nu maar op Wels-Schlesiona.'

Jutta Wels komt uit Duitsland, en dat kun je nog wel een beetje horen. Ze studeerde economie en werkte voor de Deutsche Forschungs Gemeinschaft aan de Duitse Bibliografie der Sozialwissenschaften. In de jaren zestig trouwde ze met een Nederlander en verhuisde naar Utrecht. "In 1971 kreeg ik een baan bij de Utrechtse Universiteit en sinds die tijd werk ik aan de bibliografie.'

De BNSW is een van de drie Nederlandse wetenschappelijke vakbibliografieën. Naast de BNSW is er Het Repertorium, dat de Nederlandse geschiedkundige literatuur verzamelt en de Bibliografie van de Nederlandse Taal- en Letterkundige Wetenschappen (BNTLW).

De BNSW omvat de hele Nederlandse sociaal wetenschappelijke literatuur sinds 1978: proefschriften, boeken en artikelen in tijdschriften en bundels. "We hebben 1976 en 1977 nog niet ingevoerd, maar als we die ook hebben, bestrijken we de periode 1970 tot heden', zegt Wels.

De bibliografie is er in twee gedaanten. De ene is bekend aan elke sociale wetenschapper die wel eens een bibliotheek binnenwandelt: een rij kloeke boekwerken op A4-formaat, waarin per jaar alle publikaties staan opgetekend. De titels zijn onderverdeeld in rubrieken en achterin elk deel zijn registers op onderwerp en auteursnaam. Wels en haar medewerkers (in totaal heeft het bureau 7 vrouwen in dienst, bij elkaar 4 FTE's) hebben zojuist alle 50.000 titels ook per computer bereikbaar gemaakt. Een kleine groep proefgebruikers heeft het programma getest, en nog dit jaar zal elke sociale wetenschapper vanachter zijn werktafel de gehele Bibliografie kunnen doorzoeken. Naast de universitaire wereld behoort ook het beleid en een enkel bedrijf tot de afnemers van de Bibliografie.

Wels: "We hebben een paar vaste selectiecriteria. Het moet sociale wetenschap zijn, en de schrijvers moeten Nederlander of Vlaming zijn. We nemen ook wel buitenlanders op, maar dan moeten ze aan een Nederlandse universiteit of instituut werken. De publikaties van Rosi Braidotti over het feminisme nemen we dus op. Ze is wel geen Nederlandse, en ze schrijft ook niet in het Nederlands, maar ze werkt aan de Universiteit van Utrecht. Verder proberen we ook de publikaties op te nemen van Nederlanders die in het buitenland werken.'

De bronnen van Wels en haar medewerkers zijn divers en ze worden met grote vindingrijkheid geëxploiteerd. Het achterhalen van proefschriften is tamelijk gemakkelijk: elke promovendus moet een twintigtal exemplaren van zijn proefschrift aan het universitair bibliotheekwezen afstaan, en ze komen in elke UB terecht. Wels heeft goede relaties met de Utrechtse Universiteitsbibliotheek: ze mag in de magazijnen en in de kasten met pas binnengekomen dissertaties kijken.

Voor de nieuwe boeken en bundels heeft Wels weer een ander systeem. "Dat is eigenlijk een keukengeheim, maar vooruit maar. Zoals u weet verschijnt er elk jaar een nieuwe editie van Brinkmans cumulatieve catalogus van voorradige boeken, maar die loopt natuurlijk achter. We hebben een goed contact met de uitgever en we krijgen nu fotokopieën van de drukproeven. Daar strepen we de boeken en bundels aan die ons wat lijken en die vragen we vervolgens in de UB aan.' Wels kan die boeken meestal even lenen nog voordat ze officieel zijn ingeschreven. Een pendelbusje haalt en brengt de werken. "Een goede infrastructuur is goud waard', zegt ze over haar band met de UB.

Op de belangrijkste sociaal-wetenschappelijke tijdschriften heeft de BNSW een gratis abonnement. Ze worden van "kaft tot kaft' opgenomen. Dan zijn er nog een paar tijdschriften die regelmatig een artikel plaatsen dat tot de sociale wetenschap gerekend kan worden. Wels: "Als in Huisarts en wetenschap een sociologisch artikel staat over de structuurveranderingen in de gezondheidszorg, dan nemen we dat op. Ook in Panopticon, een tijdschrift voor strafrecht en bijvoorbeeld in het culturele tijdschrift Streven staan zo nu en dan artikelen die we de moeite waard vinden.

"Artikelen in die tijdschriften worden door twee van ons gelezen en dan strepen we aan of we het de moeite waard vinden.'

Om te voorkomen dat ondanks al deze moeite toch nog publikaties aan de bibliografen zou ontsnappen, ploegen ze zich ook elk jaar door de wetenschappelijke jaarverslagen van de universiteiten. Wels: "Daar staat werkelijk alles in, ook allerlei flutstukjes. Daar moet je wel op letten.' Ook literatuur die meer op het HBO-terrein ligt komt niet in de Bibliografie. "Die HBO-stukken hebben vaak geen wetenschappelijk niveau, ze zijn veel te doenerig.'

Heeft zo'n Nederlandse bibliografie in een tijd van internationalisering van de wetenschap nog wel zin? Wels: "Natuurlijk! Met de bibliografie kan iedereen snel de belangrijke literatuur vinden over huwelijk, huisvesting, minderheden, noem maar op. En het bestand geeft ook een goed beeld van de oogst in een jaar, of door de jaren heen. Stel je voor dat je zou willen weten wat de thema's van de sociale wetenschappen in de jaren zeventig waren. Of als je zou willen weten wat de produktie is van één bepaalde wetenschapper. Zonder de Bibliografie zou dat veel moeilijker zijn.'