De Anti-spat emulgator

Planta-ziekte nog steeds een raadsel, Brabants Dagblad, 26-71985. / Consumentengids, oktober 1960 en juni 1961 / Voedsel, Werkgroep Voeding, eindred. Gerjan Huis in "t Veld, Van Gennep, Amsterdam, 1983. / Pharmaceutisch Weekblad, nr. 96, 1961.

In de zomer van 1960 kregen ruim 100.000 Nederlanders last van "blaasjesziekte'; een huiduitslag die leek op netelroos en die jeuk veroorzaakte. Sommige patiënten vertoonden ernstiger verschijnselen, zoals hoge koorts en aantasting van slijmvliezen. Honderden mensen werden opgenomen in ziekenhuizen en vier mensen overleden kort na het optreden van de ziekte. De ziekte werd toegeschreven aan "anti-spat emulgator ME 18' die dochterbedrijf Van den Berg en Jurgens van Unilever had toegevoegd aan Planta, 7 jaar nadat deze eerste plantaardige margarine op de markt verscheen. Voordien bevatte margarine altijd ook dierlijk vet. De kwestie beheerste wekenlang het nieuws en Unilever keerde aan ruim 8000 personen totaal 1,25 miljoen gulden smartegeld uit. Het bedrijf stelde echter dat dit geen schuldbekentenis inhield.

Prof.dr. J. Huisman werkte destijds bij de Rotterdamse GGD: "Ik kwam maandagmorgen op mijn werk. Er lagen berichten van huisartsen over een merkwaardige huiduitslag. Ik belde ze op. Eén van hen noemde een jongetje dat iets opmerkelijks had gezegd.' Dat jongetje was Rob Ouwerkerk, toen 11 jaar. Hij vertelt nu: "Bij ons thuis waren een paar mensen die roomboter aten en een paar aten Planta. Die kregen een verschrikkelijke huiduitslag. Ik heb toen de bijdehante opmerking gemaakt, dat er iets veranderd was aan Planta.' Hij toont een plakboek met kranteknipsels en een brief, geadresseerd aan "de jongeheer Robbie Ouwerkerk, held van de Planta-affaire' met de opmerking: "Tante Post weet jou vast wel te vinden, Robby.' En inderdaad, de brief kwam aan.

Prof. Huisman: "Het liep die maandag storm in de polikliniek. We bezochten diezelfde dag nog veertig patiënten. Het enige wat ze gemeenschappelijk hadden was Planta. De directie van Unilever schatte het aantal Planta-eters op 15% van de bevolking; die avond begon ze margarine terug te trekken en is ons onderzoek in Friesland herhaald. Ook daar bleek een verband te bestaan.' Volgens Huisman is bewezen dat Planta de schuldige was: "Ook het Mathematisch Centrum noemde het een waterdichte zaak. Ik denk dat Unilever er zelf ook van overtuigd was. We hebben er als GGD later een film over gemaakt; Unilever bewoog hemel en aarde om de vertoning niet door te laten gaan.'

De "Bläschenkrankheit' trad twee jaar eerder op grote schaal in Duitsland op, kort nadat de Unilever-dochter Margarine-Union dezelfde emulgator op de markt bracht. 1 à 2% van de gebruikers had er last van. Prof. Huisman: "De Duitsers dachten dat het om een besmettelijke virusziekte ging. Het trad echter op in West-Duitsland en in West-Berlijn, maar niet in Oost-Duitsland en Oost-Berlijn. Het was natuurlijk onverklaarbaar dat het bij de grenzen ophield. Ook in het Saargebied waren geen patiënten. Later ontdekten we waarom: de margarine daar kwam uit Franse fabrieken.'

Unilever-jurist, Mr. Ton Drion, stelde in het Brabants Dagblad, dat Planta de ziekte alleen activeerde. Opmerkelijk is dat ME-18 bij het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid was getest en bij dieren niet tot ziekteverschijnselen leidde. Het tijdschrift Voeding: "Uit dit geval van voedselvergiftiging blijkt hoe groot het risico is van een evaluatie van toxiteitsgegevens uit dierengegevens naar de mens.'

De regering verzocht artsen alle ziektegevallen te melden. In totaal werden er 16.000 gerapporteerd, soms als "Planta-schurft.' Twee weken na de ontdekking werd via de radio een verkoopverbod afgekondigd voor 55 merken van Unilever (Rama, Zeeuws Meisje, Blue Band) en de huismerken van onder meer Albert Heijn, die eveneens door Unilever werden geproduceerd. ME-18 was door gebruik van dezelfde ketels in de andere merken verzeild geraakt. Op "Dolle Zaterdag' werden de kruidenierswinkels in paniek bestormd. Mensen konden de besmette margarine inruilen. Zuinige huismoeders kwamen met halve pakjes aanzetten en veel mensen kochten voor de zekerheid roomboter. Enkele uren na de radio-waarschuwing was roomboter volledig uitverkocht.

Bij ANP, politie, huisartsen en kranten stond de telefoon roodgloeiend ("Moeten we het gebraden vlees voor morgen nu weggooien?'). Er werd een kwart miljoen kilo "ME-18'-margarine geconsumeerd en 3 miljoen kilo weer ingenomen bij de winkels. Unilever leed een direct verlies van 7,5 miljoen gulden en op de beurs daalden de aandelen met 36 punten (ze schommelden rond de 900). Minister Van Rooy (sociale zaken en volksgezondheid) verklaarde destijds dat er door Unilever herhaaldelijk onvolledige informatie was verstrekt. De naam Planta werd later veranderd in Brio. Nu nog te koop, zonder ME-18.

Volgens Prof. Huisman is de controle op emulgatoren strenger geworden door deze kwestie: "Maar ik denk dat zoiets ook nu nog kan voorkomen. Ook deze emulgator was goed uitgetest. Wel is het nu op Europees niveau nog strenger geregeld dan vroeger.'

Het komt niet zo vaak voor dat er iets mis gaat door produktvernieuwing. Wel zijn er diverse kwesties rond levensmiddelen geweest: Iglo nasi goreng (lekkende koelvloeistof in een koelwagen), Exota (het bericht van exploderende flessen), Perrier en AH-bronwater (vervuilde bronnen), Oostenrijkse wijn (diethyleenglycol, in de media abusievelijk "antivries' genoemd) en Spaanse olijfolie (geknoei met koolzaadolie). De laatste affaire speelde in 1987 en eiste 300 mensenlevens.

De publieke reactie bij chemisch geknoei is altijd zeer heftig. Dat is minder het geval bij bacteriële verontreinigingen als salmonella en campylobacter, die onder meer voorkomen in varkensvlees en kippe- eieren. Volgens prof. Huisman is dit soort verontreinigingen juist ernstiger, want een blijvend verschijnsel: "Een falen van de bio-industrie, dat veel meer mensenlevens kost en waar we mee moeten leren leven. Eén op de tien Nederlanders heeft hierdoor jaarlijks last van maag- en darmklachten. Ik vind het in een land als Nederland uitermate slordig dat kwetsbare, oudere mensen er aan doodgaan. Al in de jaren zestig hebben we de regering via de Gezondheidsraad gewaarschuwd. Als er sterilisatie-apparatuur was gebouwd voor besmette veevoer-grondstoffen, afkomstig uit de Derde wereld, was het probleem niet zo omvangrijk geworden. De Denen hebben het wel aangepakt; het probleem is daar veel kleiner.'

Renate Dorrestein, die aan "milieuziekte' ME lijdt, gaat nog verder. Volgens haar behoort ze tot de generatie die te maken heeft "met de zegeningen van de naoorlogse vooruitgang'. Vanwege een vervuild milieu, door gif, straling, voedseladditieven (emulgatoren, bakverbeteraars...) behoort zij tot de eerste generatie die last krijgt van allerlei nieuwe stoornissen, omdat het afweermechanisme het niet meer aan kan...

Ir. L. van Nieuwland, voedselonderzoeker bij de Consumentenbond: "Wat Renate Dorrestein zegt kan inderdaad waar zijn. Maar het is niet zo simpel als bij Planta, dat één stofje getraceerd en uitgebannen kan worden; dat je de oorzaak zo makkelijk vindt. Er zijn in het verleden hulpstoffen weggescreend, zoals kleurstoffen die kanker zouden verwekken en er zullen nog wel heel wat schadelijke stoffen worden gevonden. Het geeft te denken dat allerlei kwalen, zoals immuniteitsproblemen en overgevoeligheid, enorm toenemen. Ook het aantal voedselvergiftigingen daalt ondanks allerlei onderzoek niet.'