Castro gokt op familiezin van tegenstanders

MEXICO-STAD, 29 JULI. Kapitalistische dollars die het socialisme moeten redden: de contradictie was niet nieuw voor Cuba. Door het openstellen van de Cubaanse stranden voor Westerse toeristen en door het verkopen van medische diensten tegen dollars, trachtte Cuba al enige tijd de steeds dieper wegzakkende economie te redden.

Nieuw in dialectische zin is de begin deze week afgekondigde maatregel dat Cubanen voortaan vrij over dollars mogen beschikken dus niet. Maar de jongste maatregel van een regime dat duidelijk in ademnood verkeert, kan wel eens zeer onbedoelde bijwerkingen krijgen. Met het toestaan van dollarbezit door Cubaanse burgers - nu nog een vergrijp dat met een paar jaar gevangenis kan worden bestraft - gokt Fidel Castro vooral op de familiezin van zijn grootste tegenstanders: de Cubaanse ballingen in Miami. Economen in de "Latijnse hoofdstad' van de Verenigde Staten verwachten dat Miami-Cubanen jaarlijks in totaal zo'n half miljard dollar naar hun familieleden op het eiland zullen sturen.

Voor Cubanen met dollars lijkt de maatregel van Fidel Castro een welkom geschenk in uiterst barre tijden. Grote tekorten in de winkels, rantsoeneringen en zwarte-marktpraktijken hebben de nationale munt, de peso, vrijwel waardeloos gemaakt. De officiële wisselkoers is één op één, maar op de zwarte markt doet een dollar het zeventigvoudige. Met dollars is bijna alles te koop in Cuba. Speciale toeristenwinkels worden voortdurend bevoorraad met luxe produkten uit het Westen. Maar ook melkpoeder, brood, groentes en andere eerste levensbehoeften zijn voor dollars in deze zogenoemde diplotiendas te koop.

Tot nu toe waren de klanten behalve toeristen en diplomaten ook Cubanen die in de toeristensector werken en een fooi in dollars ontvangen. Geen toerist die de aardige ober of het liftmeisje niet een dienst wilde verlenen door voor hem of haar een boodschapje te doen op voor Cubanen verboden gebied.

Nu hoeft dat dus niet meer. De rijen voor de gewone Cubaanse winkels zullen binnenkort ook te zien zijn voor de diplotiendas als José of Conchita met de dollars van oom Felix uit Miami boodschappen kan gaan doen. Een “antipathieke maatregel”, noemde Fidel Castro het vrijgeven van de dollar, omdat daardoor twee klassen Cubanen worden gecreërd, één met en één zonder privileges. Maar de maatregel kan nog verdergaande gevolgen krijgen.

In zijn column in The Miami Herald wees journalist en Cuba-kenner Andrés Oppenheimer - auteur van de bestseller met de steeds waarschijnlijker titel Castro's Final Hour - er onlangs op, dat het voor Cubanen met familie in Miami zometeen helemaal niet meer nodig is te gaan werken voor die paar pesos die ze toch nergens kunnen uitgeven. Dat 3,5 miljoen Cubanen voor hun werk van de staat afhankelijk waren, is volgens Oppenheimer altijd het belangrijkste politieke instrument van de Cubaanse revolutie geweest. Via het werk werden de "vrijwilligers' geworven voor "suikercampagnes' en "bouwbrigades' en kon de partij invloed uitoefenen op de Cubanen.

Dat de wereld door dollars (en Japanse yens en Duitse marken) geregeerd wordt is ten slotte ook doorgedrongen tot de starre idealist Castro. “Eén van de ernstigste problemen die we nu hebben is het grote tekort aan convertibele diviezen”, zei Castro maandag tijdens zijn "feestrede' ter herdenking van het begin van de revolutie tegen dictator Batitsta, veertig jaar geleden: de (mislukte) aanval van Castro's rebellen op de Moncada-kazerne. “Vandaag de dag moet alles worden betaald met convertibele diviezen, tot en met de laatste cent”.

In zijn gedachtengang is de introductie op grote schaal van dollars een logische stap en niet, zoals het alom wordt gezien, de zoveelste wanhoopspoging om een tot mislukken gedoemd systeem koste wat kost overeind te houden. “Onze revolutie, ons land kan worden verkocht, noch uitgeleverd. We zijn bereid alles te doen om het vaderland, de revolutie en de verworvenheden van het socialisme te redden. Dat wil zeggen dat we dogmatisch noch gek zullen zijn”, aldus Castro.

De dollar, zo zal de cynicus zeggen, is de voorbode van de komst van de Miami-Cubaan en alles wat door Castro wordt verafschuwd. Het zijn, merkwaardig genoeg, juist de Amerikanen die dit proces nu afremmen. De aankondiging van Castro zal niet leiden tot een soepeler Amerikaanse houding inzake het embargo tegen Cuba dat ook betrekking heeft op geldzendingen. Het wachten is nog steeds op een gebaar uit het Witte Huis waarop nu hevig wordt gespeculeerd en dat een zeker dooi in de Cubaans-Amerikaanse betrekkingen zal inluiden.

Voorshands blijft de Amerikaanse strategie ten opzichte van Cuba evenwel gericht op het tijdperk post-Castro. Deze week kwam een aantal Congres-leden met een wetsvoorstel voor hulp aan Cuba na de verwachte val van het communisme daar. Het in Miami verschijnende blad South Florida wijdde deze maand al een speciaal nummer aan Cuba-na-Castro, waarbij het inging op de financiële voordelen voor Miami van een Cuba waarmee vrijelijk zaken kunnen worden gedaan. Op het omslag een onflatteuze foto van de Cubaanse leider met in zijn handen de tijdbom waarvan nog steeds niemand weet wanneer hij zal afgaan.