Brussel ziet af van scherpere fusie-regels

BRUSSEL, 29 JULI. De Europese Commissie ziet af van voorstellen om de huidige fusieregels in de EG aan te scherpen. Uitbreiding van de controle op de samenwerking van ondernemingen is volgens de Commissie uiterst wenselijk, maar in de meeste lidstaten bestaat zo veel weerstand tegen het vergroten van de invloed van Brussel dat het geen zin heeft, en zelfs onverstandig is, daartoe initiatieven op tafel te leggen.

Met merkbare tegenzin heeft EG-commissaris Van Miert (mededinging) dit gisteren meegedeeld op een persconferentie in Brussel. Volgens de huidige spelregels moeten fusieplannen voor goedkeuring aan Brussel worden voorgelegd indien een van de betrokken ondernemingen een totale omzet heeft van ten minste 5 miljard ecu (ongeveer 11 miljard gulden) en binnen de EG een omzet wordt bereikt van ten minste 250 miljoen ecu. Gezien de totstandkoming van de interne markt en de toenemde integratie van de nationale markten in Europa, had Van Miert die drempel graag een stuk verlaagd.

Juridisch en economisch valt daar alles voor te zeggen, aldus de EG-commissaris gisteren. Maar een uitgebreide rondgang langs de diverse hoofdsteden had hem geleerd dat de tijdgeest er momenteel niet naar is om meer bevoegdheden naar Brussel af te dragen. Van Miert sprak zelfs over “een vijandelijke houding”. Uit tactische overwegingen ziet hij daarom af van het doen van voorstellen voor aanpassing van de regels. Want, aldus Van Miert, de discussie die daarover dan zal losbarsten, zou wel eens een averechts effect kunnen hebben, waarbij niet alleen de criteria voor toetsing onder vuur komen te liggen, maar ook de hele fusieregeling als zodanig aan flarden zou kunnen worden geschoten. Dat risico wil Van Miert liever vermijden.

Bekend is dat met name in Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk oppositie bestaat, waarbij uiteenlopende argumenten een rol spelen. Als vurig aanhanger van het zogeheten subsidiariteitsbeginsel pleiten de Britten er voor om de controletaak op fusies zoveel mogelijk te leggen in de lidstaten zelf. Duitsland wil de fusiecontrole helemaal weghalen bij de Europese Commissie en onderbrengen bij een nieuw op te richten, onafhankelijk orgaan. En de Frankrijk meent dat bij het toetsen van samenwerkingsverbanden niet alleen pure concurrentie-overwegingen een rol moeten spelen, maar dat ook moet worden gekeken naar sociale implicaties, zoals de werkgelegenheid.

Bij de Fransen speelt ook nog steeds een rol dat de Europese Commissie twee jaar geleden een stokje stak voor de voorgenomen overneming van helikopterfabrikant De Havilland door het Franse Aerospatiale en het Italiaanse Alenia. De fusie zou Aerospatiale een te grote marktdominantie geven. Die beslissing, genomen onder de verantwoordelijkheid van Van Mierts voorganger Sir Leon Brittan (nu buitenlands economisch beleid), leidde tot een frontale botsing tussen Parijs en de Europese Commissie.

Uit een overzicht dat Van Miert gisteren presenteerde, blijkt dat de zaak van De Havilland de enige overneming is geweest die de Commissie de afgelopen drie jaar heeft verboden. In 15 andere gevallen werden aan de betrokken partijen voorwaarden opgelegd (zoals verkoop van bepaalde bedrijfsonderdelen, het afstoten van pakketten aandelen of opheffing van specifieke marktarrangementen).