BEN POLAK

Eind jaren zeventig, als ik me goed herinner, werd ter ere van Ben Polak een groot feest aangericht in Krasnapolski. Het gebouw was er maar nauwelijks groot genoeg voor.

Half Amsterdam is patient van Ben geweest. Zeker, daar was een hoog percentage kunstenaars en intelligentsia bij, maar zeker zoveel doodgewone Amsterdammers. Katholieken, die stiekem zijn wachtkamer binnenslopen in de tijd van het Bisschoppelijk Mandement. En communisten, die dat net zo stiekem deden toen Ben uit de CPN was gegooid.

Het is niet onjuist van uw krant om de politieke redactie de necrologie over Ben Polak te laten schrijven (NRC Handelsblad, 26 juli). Op dit gebied had hij verdiensten, evenals op het terrein van de sociale gezondheidszorg. Maar zij doet hem wel onrecht als huisarts. Ben was ijdel _ en hij zal ook best zuinig zijn geweest. Maar over zijn grote humor waarmee hij alles kon relativeren, ook zichzelf, wordt niets gezegd. En evenmin over zijn grote kundigheid. Hij besteedde geen aandacht aan flauwekul, daar stak hij de draak mee, maar hij had een neus voor acuut gevaar en dan was hij zeer alert en zorgzaam. Hij werkte uiterst gedisciplineerd en eiste ook discipline van zijn patienten _ in de jaren vijftig al. Hij kon je ook irriteren, maar hij is buitengewoon geliefd geweest.

Op dat feest in Krasnapolski raakte ik op het damestoilet in gesprek met een paar mij totaal onbekende vrouwen. “Grappig, he,” zei iemand: “Ben kent ons allemaal naakt. De hele zaal.”

In de jaren dertig heb ik mijn eerste stapjes gezet in het park dat genoemd is naar die andere grote Amsterdamse arts: dr. Sarphati. Noem ook maar een park naar Ben Polak, Amsterdammers!