""Als ik het woord stochast zie, dan denk ik al Help!''

Rond de koffieautomaat op de eerste verdieping van het James Boswell Instituut in Utrecht heerst geen vakantiestemming. De gezichten staan op serieus en de tassen puilen uit met wiskundeboeken, multomappen en rekenmachines. Snel trekt Anneke de Bruijn (41) nog even een beker chocolademelk. Klokslag negen uur zit ze met 25 medestudenten van de zomercursus Wiskunde A in de collegezaal. Docent Bert Esmeijer heeft het bord al volgeschreven met formules en begint zonder veel plichtplegingen met de behandeling van de binomiale kansverdeling.

Naast Anneke zit Robert (24) wat chaotisch in zijn papieren te zoeken; het duurt even voordat hij bij de les is. ""Ik was er de vorige keer niet,'' fluistert hij,'' en dan raak je meteen achter, want het gaat razendsnel".

Al vijf weken lang verlaat Anneke 's ochtends om kwart voor zeven haar huis, man en kinderen in Haarlem, om in Utrecht een stoomcursus wiskunde te volgen. Na de les, om twaalf uur, stapt ze meteen in haar auto en rijdt ze terug naar Haarlem, teneinde op tijd achter haar bureau te zitten bij de instelling voor kraamzorg waar ze als leidinggevende werkt. 's Avonds na het Journaal pas komen de wiskundeboeken tevoorschijn en maakt ze nog tot zeker elf uur huiswerk.

Deze zesde week is de finale: nog een paar lessen en vrijdag het afsluitende tentamen. Ze heeft vakantiedagen opgenomen om zich volledig op de stof te kunnen concentreren. ""Een hobby zal het nooit van me worden,'' verzucht ze, ""het is dat het moet.'' Zonder wiskunde A wordt ze niet toegelaten tot de universitaire studie verplegingswetenschappen waar ze komend jaar in Utrecht mee wil beginnen. In de directe patiëntenzorg heeft ze als verpleegkundige zo ongeveer alles wel gezien en gedaan. ""Ik heb een leuke baan, maar ik zie me dit werk niet tot m'n vijfenzestigste doen. Het biedt me te weinig uitdaging. Ik denk aldoor: er is meer.''

Een van de taken van het James Boswell Instituut van de Universiteit Utrecht is het verzorgen van aanvullend onderwijs voor studenten die een vak in hun pakket missen. En de zomer is voor degenen die zich met spoed willen bijspijkeren een geschikte periode, zo blijkt uit het aantal aanmeldingen.

Alleen al voor de zomercursus Wiskunde A hebben zich ruim tweehonderd belangstellenden aangemeld. Uit het hele land komen ze elke dag naar Utrecht. In dertig dagdelen van drie uur, aangevuld met zeker nog eens zoveel uur huiswerk, bereiken de cursisten in zes weken het niveau van een VWO-examen wiskunde A. Het Boswell Instituut biedt voor wiskunde B, scheikunde, natuurkunde en biologie vergelijkbare zomercursussen aan. Wie het liever wat rustiger aan doet kan voor deze en een groot aantal andere vakken ook een jaarcursus volgen bij het instituut.

Anneke de Bruijn heeft na haar Mulo A nog vele opleidingen gevolgd, tot aan het HBOtoe, maar een wiskundeboek had ze sinds haar Mulo-dagen niet meer ingezien. Omdat het beginniveau van de zomercursus wiskunde A voor haar te hoog was heeft ze voorafgaand hieraan nog gedurende drie maanden een "ingangscursus' gevolgd, waarvoor ze één avond in de week naar Utrecht ging.

De meeste deelnemers in het collegezaaltje zijn halverwege de twintig en willen na een HBO-opleiding verder gaan studeren aan de universiteit. De overgrote meerderheid bestaat uit vrouwen. ""Dat zal wel komen omdat jongens vaker exact kiezen", denkt Robert die zelf op de HAVOwel wiskunde A in zijn examenpakket had. Met hangen en wurgen haalde hij een vijf op zijn eindlijst, één punt te weinig om te worden toegelaten tot de universiteit. ""Na het examen zei ik tegen m'n wiskundeleraar: nu ben ik er voor altijd van af,'" herinnert hij zich. ""Die man zou eens moeten zien hoe ik hier in m'n zomervakantie zit te zwoegen!'' Niet zonder succes overigens, want Robert haalde voor het eerste tentamen een vette negen.

In rap tempo behandelt docent Esmeijer de standdaarddeviatie, de normale kansverdeling en het gebruik van de standaardnormale tabel. ""Ik snap er niks van,'' wanhoopt Angelique (24) verderop in de rij. Anneke en Robert zoeken ondertussen verdwaasd in de tabel naar de juiste getallen. Als iedereen aan het eind van de ochtend de uitputting nabij is, veegt Esmeijer het bord schoon en begint met een geheel nieuw onderwerp: het toetsen van de hypothese. Er gaat een zucht van vermoeidheid door de collegezaal.

Na de les wordt er even gepauzeerd met melk en broodjes uit de automaat. Daarna trekt een klein clubje, waar behalve Anneke, Robert en Angelique ook Sabine (22) en Judith (23) deel van uitmaken zich terug in het "zweethokje'. Daar wordt nog op eigen initiatief een paar uur doorgewerkt. Ze maken samen oefententamens en leggen elkaar de stof uit. ""Als ik het woord stochast zie, denk ik al Help!,'' bekent Angelique als ze naar de sommen tuurt. Een erg hoog cijfer verwacht ze voor het tentamen van vrijdag niet. "Een tamelijk deprimerende zomer", vindt ze. "En vakantie kan ik wel vergeten, want de herkansingen zijn midden augustus." Ze heeft deze wiskundecursus à raison van ƒ 510,- nog wel van haar ouders voor haar verjaardag gekregen.

Dat er iets moest gebeuren was duidelijk, maar met de invoering van deze methodes ligt het taal- en rekenonderwijs weer voor zeker vijftien jaar vast. Generaties kinderen op de Antillen zullen weer opgroeien met herfst, regen en spreeuwen en zinnetjes als "het vliegtuig landt op Zestienhoven' en "ik rijd op de ijsbaan'. De harde noodzaak om met alle eilanden samen in Antilliaans lesmateriaal te investeren is weer even van de baan.