ALLOCHTONEN

Het artikel in NRC Handelsblad van 6 juli van Henriette Boas over het door de Tweede Kamer aangenomen initiatiefvoorstel Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen gaat uit van een onjuiste vooronderstelling.

Mevrouw Boas stelt namelijk dat dit wetsvoorstel geen duidelijke definitie van "allochtonen' bevat. In werkelijkheid is in de wet opgenomen, dat bij Algemene maatregel van bestuur de doelgroepen zullen worden aangewezen. Als het aan de initiatiefnemers ligt, zullen dat de volgende groepen van personen zijn: Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen en Arubanen, en Chinezen.

Binnen deze groepen gelden als allochtonen: degenen die zich komend van elders in Nederland hebben gevestigd en hun kinderen. Met andere woorden: het gaat binnen de doelgroepen om de eerste en de tweede generatie. Dus voor de duidelijkheid: een persoon, die, evenals zijn moeder in Nederland geboren is, maar van wie de vader in Turkije geboren is, wordt voor de toepassing van deze wet als allochtoon beschouwd. De werkgever is bij de bepaling wie als allochtoon moet worden beschouwd dus geen enkele interpretatie-ruimte gegeven: uit de gegevens die hij van de werknemer verkrijgt vloeit als het ware mechanisch voort of die persoon al dan niet allochtoon is.

Uiteraard is de door de initiatiefnemers gemaakte keuze arbitrair. Maar mevrouw Boas geeft nu juist zelf uitstekend aan dat een sluitende definiëring niet te geven is. Wèl zijn deskundigen het erover eens, dat de in het wetsvoorstel gekozen definiëring ten minste 90 procent van de groep omvat.

Overigens: de keuze van de doelgroepen en de beperking tot de eerste en tweede generatie allochtonen is door de initiatiefnemers in het wetsvoorstel uitgebreid gemotiveerd.