Zalmen tellen is zwaar werk

"PRIVÉ - Visteller aan het werk' waarschuwt een bordje op de deur. In een hokje in het bijgebouw van de Bonnevilledam zit zestien uur per dag iemand passerende zalmen te tellen. De dam ligt in de Columbiarivier op de grens van de Amerikaanse staten Washington en Oregon. Achter een verlichte ruit passeren de chinooks en de coho's, zalmsoorten die in steeds ernstiger mate bedreigd worden door de waterhuishouding in de rivier.

Joanne Mohr zit op haar post achter een toetsenbord met twintig knoppen. “Ik tel ze in alle soorten en maten”, zegt ze. “We houden niet alleen bij welke soorten er voorbij komen, maar de vrouwtjes van sommige zalmen en de kleintjes tellen we ook apart.” De vissen houden even in bij het verlichte raam en kijken wat er aan de andere kant van het glas gebeurt. “De vissen worden aangetrokken door het licht”, zegt Gary Johnson, die als visbioloog aan de dam verbonden is.

De zalmstand wordt nauwlettend gevolgd, vandaar het tellen van elke passerende vis. De zalmen kunnen in stroomopwaartse richting alleen langs de Bonneville-dam via een zalmladder, een smalle kunstmatige waterval met een licht verval. Af en toe springt een zalm op uit het water. De passage door de dam is ongeveer vijfhonderd meter en het niveauverschil is een meter of tien. De Bonnevilledam, die zestig kilometer ten oosten van Portland ligt, is de eerste van de vele hindernissen die de vanuit zee zwemmende zalmen op weg naar hun paaigebieden tegenkomen.

“Iedereen die in het noordwesten van de VS het licht aandoet is medeverantwoordelijk voor het uitsterven van de zalm”, heeft de directeur van de National Marine Fisheries Services in de VS gezegd. Inderdaad profiteren consumenten en bedrijven in het stroomgebied van de Columbiarivier van de goedkope stroom uit waterkracht, maar dat gaat wel ten koste van de zalm.

In de Columbia en zijn vertakkingen ligt het grootste hydro-elektrische dammensysteem ter wereld. De schone energie die daaruit geput wordt, voorziet Oregon, Idaho en Washington, Montana en Californië deels of geheel van elektriciteit. De Bonnevilledam uit 1938 was de eerste door de overheid gebouwde dam in de Columbia en produceert per jaar genoeg om een stad als Den Haag drie jaar van elektriciteit te voorzien.

De dertig dammen en zesëntwintig plaatselijke installaties vormen een steeds grotere bedreiging voor de zalm, die gebaat zou zijn bij het afbreken van de dammen of meer vindingrijke oplossingen. Hoeveel er ook veranderd is in de afgelopen tien jaar en hoe hard visbiologen en ingenieurs ook werken aan verbeteringen, feit blijft dat vóór de mens ingreep ongeveer 16 miljoen zalmen in de rivier zwommen en nu nog maar tweeëneenhalf miljoen. “Ongeveer 12 à 15 procent van de zalm sterft onderweg, stroomopwaarts dan wel stroomafwaarts”, zegt Johnson. “Dat komt door de turbines maar ook doordat de jonkies verdoofd de dam passeren en dan een makkelijke prooi voor meeuwen zijn.”

De zalm is in de wereld niet schaars. Het kweken van zalm is een specialisme dat ook in de VS wordt beoefend. In restaurants is de vis nog steeds betaalbaar. Maar in zijn natuurlijke vorm wordt de zalm wel degelijk bedreigd omdat veel soorten langzaam verdwijnen. Op dit moment wordt slechts eenvijfde van de zalmen in de Columbia op natuurlijke wijze "geboren', de rest wordt gekweekt en later uitgezet.

Sommige soorten zalm halen hun "thuiswater' niet eens meer. Eén exemplaar van de blauwrugzalm, in het Amerikaanse westen tot bedreigde diersoort verklaard, heeft twee jaar geleden nog zijn paaigebied in de staat Idaho - 1.400 kilometer landinwaarts zwemmen - gehaald, maar hij was de laatste. Gevreesd wordt dat van de blauwrugzalm geen enkel exemplaar zich daar nog op natuurlijke wijze voortplant.

Ook als de zalmen nog wel zo ver komen, is het de vraag of hun jonkies de afstand naar zee op tijd weten af te leggen. Door de waterbeheersing met dammen en stuwmeren zijn sommige zalmen al ontwikkeld tot hun "zoutwatervorm' voordat ze de oceaan bereiken en dat kan voor de vissen fataal zijn. Een tocht naar zee die volgens de natuur een week duurt wordt door alle obstakels zes keer zo lang. De trage stroomsnelheid is ook funest voor de zalmen die stroomopwaarts zwemmen. Ze blijven veel langer dan gebruikelijk in het stilstaande water bij de dammen rondhangen. “De waterbeheersing in de rivier stamt al uit de jaren twintig en dertig”, vertelt Johnson. “Dat was een grote klap voor de zalm.”

Er zijn bij de Bonnevilledam zes tellers in vaste dienst. Elke dag wordt er in twee ploegen geteld, van 's ochtends 5 tot 's avonds 9. Zalmteller Mohr doet het werk op afroep, nu al voor het derde jaar. Op dit moment is het rustig. Het werk is inspannend tijdens het elftenseizoen want dan passeren er soms wel veertigduizend per dag. Mohr telt vijftig minuten en heeft dan tien minuten pauze. Voor de gemiste tijd wordt een schatting gemaakt. Van wat er 's nachts passeert wordt ook een schatting gemaakt of er wordt naderhand van een video-opname geteld.

Het hokje waar Mohr zit ziet eruit als een donkere huiskamer waar alleen het aquarium licht geeft. De ruit waardoor ze de zalmen telt is verlicht om de zalmen beter te kunnen onderscheiden. Er staat een stroom in de buis waar de vissen tegenin moeten blijven zwemmen. Af en toe glijden ze terug. Voor de teller is het zaak elke vis maar één keer te tellen. Terwijl ze antwoordt op vragen blijft Mohr ingespannen turen naar het "telraam'. Denkt ze dat er zalmen bij zijn die haar proberen te foppen? “Dat weet ik wel zeker”, schatert ze.